zondag 27 mei 2012

Etensgenieter

Eén van de voordelen zonder de vader van mijn kind is dat ik weer kan kokkerellen met kaas. Hij luste nog net wel pizza en lasagne, maar verder was het een waar taboe. Omdat mijn kind nog zijn smaak aan het ontwikkelen is, doe ik het met mate. Maar omdat het vader-weekend was besloot ik te expirimenteren.

Eigenlijk een 'oud' recept. Ooit regelmatig gegeten met een geliefde (we zouden vandaag twintig jaar getrouwd zijn, ik word oud...?), maar nooit uitgeprobeerd bij gebrek aan ingrediënten. Tot op heden weet ik nog steeds niet wat roomkaas in het Frans is. Heel het genre van yoghurt, zure room, kwark en alles is me na al die tijd nog steeds niet helemaal duidelijk. Maar ik had een recept gevonden om zelf roomkaas te maken. Gewoon zoals ik het in mijn kindertijd ook bij bekenden zag: yoghurt een nachtje in een vochtige (thee)doek. Volgende dag heb je in de doek een kaasje.

Het blijft een beetje slap bij mij hier thuis. Eentje was lekker stevig. Maar het kan aan mijn yoghurt liggen. Die maak ik zelf met de yaourtière. 's Avonds aanzetten en de volgende ochtend heb je zeven potjes yoghurt. Slappe yoghurt. Een kennis had ook ruzie met de yoghurt. Lekker van smaak, maar het bleef zo drabberig. Via internet vonden we recepten en wisselden we informatie uit. Met melkpoeder erbij gaat het al beter, maar dat heb ik niet vaak in huis. Het staat al weken op mijn boodschappenlijstje, maar het is niet nodig, dus tot nu toe maar steeds overgeslagen. Dan maar slappe yoghurt.

Onlangs van een 'nieuwe' vriendin een gouden tip: honing erbij doen, dat helpt bij het fermenteren. Het scheelt inderdaad. Hoewel het lichtelijk slapjes blijft, is het al meer yoghurt dan karnemelk-achtig. Mijn kind vind het prachtig en zei onlangs trots "ja, mamma heeft een machine en daarmee maakt ze van één yoghurtje zeven nieuwe!"

Een ander gebrek voor het bewuste recept was rookvlees. Als je al soortgelijke vleeswaren vindt (met spekpannekoeken is hetzelfde 'probleem') dan zijn ze nooit flinterdun gesneden. Zelf heb ik een periode op een vleeswarenafdeling gewerkt en echt, zo moeilijk is het niet. Als ik ham laat snijden heb ik de neiging om te vragen of ik het zelf mag doen. Maar meestal koop ik ze maar voorverpakt, want dan zijn ze toch nog dunner. Maar onlangs bij de weer eens vernieuwde dorpssupermarkt zag ik een pakje vleeswaren dat verdacht veel op rookvlees leek. Vrij prijzig, en omdat ik niet weet of mijn kind het zal lusten had ik het nog niet eerder gekocht. Maar gisteren dan toch.

Vannacht de kaas gemaakt, vanochtend ananas-uit-blik uit laten lekken, in kleine stukjes gesneden en door de kaas geroerd. Mmmmm. Heerlijk van smaak. Eigenlijk lekkerder dan de roomkaas-met-ananas die ik in Nederland kocht. Kip voorzichtig doormidden gesneden (je moet het later als een soort envelop dichtvouwen). En toen het vlees openmaken.... Jawel! Dit is rookvlees. Zalig dun gesneden, er staat op de verpakking dat het handmatig is bereid, en een goede smaak.

Plopje kaas op een plakje rookvlees. Nog een plakje zo opeten. Plakje rookvlees aan de ene kant om het pakketje dicht te maken. Derde plakje zo opeten. Plakje rookvlees aan de andere kant van het pakketje. Pakketje op de kipfilet leggen.
 

Kipfilet om het pakketje dichtvouwen en met houten prikkertjes vastzetten. Goed tellen hoeveel, omdat je ze na het bakken uit het oog kan verliezen. Mijn gewoonte was om in elke kipfilet hetzelfde aantal te steken - zelfs als je met minder een dicht pakje had - zodat je visite gewaarschuwd was en iedereen tot drie (of vier) moest tellen.
 


En dan lang genoeg bakken zodat het van binnen allemaal goed gaar is. Die van mij liggen nu in de pan te sudderen en ik kan amper wachten om te proeven of het net zo lekker is als 'vroeger'.


Eet smakelijk!

Mariken


 p.s. half uurtje later, mmmmmm



Wegwerpmensen

Twee jaar geleden vertrok ik met het idee dat het tijdelijk zou zijn. We hadden ten slotte een kind, maar - gelukkig denk ik nu - het werd definitief. De vriendin - die hij al had leren kennen toen we nog samen waren (wie kent het verhaal niet) - kwam bij hem wonen en deed elke keer als ze een periode bij hem was mijn spullen in dozen, en telkens als ze mijn kind kwamen terugbrengen kwamen er weer dozen mee.

Met van alles. Dingen die ik miste.

In het begin was het nog bij te houden. Op een gegeven moment liep het spaak. Gebrek aan kastruimte. Gebrek aan geld (om kasten te kopen). Gebrek aan plek om kasten neer te zetten - dus hoefde ik me weer minder druk te maken om ze niet te kunnen kopen. Maar onlangs kwam mijn ex met een grote kledingkast, die op zich erg handig is. Alleen had ik die beter eerder kunnen hebben.

Vanochtend sprak ik mijn buurman, die ook vastgelopen is. Geen werk, maar zien hoe lang hij een uitkering heeft, en we zitten hier op het terrein van een familie die je beter te vriend kan houden, maar die niet meer in ons leven zal voorkomen zodra we weg kunnen. Hij zei precies de woorden die ik zo goed ken, van je overbodig voelen en nutteloos. Vastlopen, vast zitten. Het gevoel dat je er niet toe doet.

Net waagde ik een poging om de gewraakte kast te begrijpen, die inmiddels al een tijdje in panelen rond mijn bed staat. Te zwaar, te hoog, en het past nergens. Als ik een zaag had en een boormachine maakte ik er kleine kastjes van.

Er zijn vrouwen in mijn vrienden- en kennissenkring die een man hebben met een goedbetaalde man. Drie auto's voor de deur, alle geld en tijd voor leuke hobby's. En ja, ik gun het ze van harte. Maar als je alleen bent met een kind moet je het maar uitzoeken. Je moet alles tegelijk doen en kunnen, dat idee geeft onze maatschappij. En toelaten dat mensen je uitschelden.

Hoewel dat dan weer voor die aardige buurman ook geldt. Die was altijd beschikbaar als het werk hem belde. Periodes veel werk, periodes zonder werk. Beloftes van een vast contract. Ja, je kan beter maar gewoon niet zo beschikbaar zijn, stelde hij. Je hebt toch alleen jezelf, want ze gebruiken je als een soort wegwerpartikel.

Hallo, wij zijn wegwerpmensen.

Mariken

vrijdag 25 mei 2012

Braakgesprek

Een lach aan de andere kant van de lijn. "Oh, wat grappig, je praat zoals je mailt!"

Elke keer als iemand geniet van mijn accent weet ik hoe leuk ik het zelf vond in Nederland, van buitenlanders die 'mijn' taal probeerden te praten. Heerlijk. Ik heb nooit gesnapt waarom sommige anderen er zo'n punt van maakten. De een is nu eenmaal makkelijker met talen dan de ander. En zeker als mensen thuis hun eigen taal spreken gaat de ontwikkeling natuurlijk minder snel. Is dat erg? Volgens mij niet, zolang je maar communiceert en je best doet elkaar te begrijpen.

En ja, hier merk ik ook vooroordelen op naar mij toe. Mensen die ongeduldig worden als ik niet uit mijn woorden kom. Soms zelfs boos worden als ik een woord verkeerd uit spreek. Die totaal niet (willen?) begrijpen welk woord ik bedoel, terwijl ik nauwelijks verschil hoor tussen beide woorden.

Mijn kind had op school huiswerk en er stonden een paar grappige zinnetjes. Oma die een mooi kasteel op haar hoofd had => chateau in plaats van chapeau. En er werd melding gemaakt van een boek met dergelijke verdraaide woorden: "La belle lisse poire du prince de Motordu". De prins speelt in het verhaal au tarte avec ces coussin => 'hij speelt taart met zijn kussens' in plaats van 'hij speelt kaart met zijn neven'.Die spreekfout tussen coussin en cousin maakte ik zelf een keer; had het over de achterneven van mijn kind. "Oui" zei een vriend "ils sont pour tes fesses!" Oftewel; die zijn voor je billen.

Enfin, je moet er tegen kunnen dat mensen om je lachen. Het wordt ook leuker naarmate je zelf de fouten hoort. Zelfs al kan je ze nog niet verbeteren.

Vanmiddag ga ik het boekje meenemen naar Franse les. Ben benieuwd of onze 'juf' het kent. Tot nu toe een paar vrienden over de vloer gehad die het nog niet kenden en er ook van genoten. Verdraaide woorden blijven leuk. Vind ik. Of het nou per ongeluk is of expres. En soms is het ernstig. Met mijn opa hielden we hele gesprekken op die manier en op een gegeven moment kan je dan niet meer ophouden. Het woord 'oplepschepel' kreeg ik jaren niet meer 'gewoon' uit mijn mond. Een prachtig gedicht in deze trant is Sint-Dracus en de Joor.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Spoonerisme

Met dat 'oplepschepel' in gedachte wel erg grappig dat dit euvel 'spoonerisme' heet.

Mariken

woensdag 23 mei 2012

Typefouten

Toen ik jaren geleden leerde typen - gelijk blind met een speciaal toetsenbord dat je op de tv kon aansluiten; geen computer nodig - was direct de toon gezet. Mijn vingers gaan te vlug. We konden op het examen in twee categorieën slagen:

120 aanslagen met foutpercentage onder 1 procent
180 aanslagen met foutpercentage onder half procent

Aangemoedigd door de leraar deed ik mijn best te focussen op het foutpercentage. En jawel, ik haalde ook nog voldoende aanslagen voor de beste categorie. Een aantal jaren en baantjes later deed ik bij mijn uitzendbureau weer eens een typetest om mijn c.v. wat meer sjeu te geven. Het foutpercentage schommelde tussen een half en een heel procent. Terwijl mijn aanslagen over de 300 gingen. Ja, zijn mijn intercedente, je bent snel, maar je moet wel goed opletten niet teveel fouten te maken.

En nu voel ik het nog steeds in mijn vingers; ze willen vooruit. Allée hup, een beetje sneller typen...! Ze proberen mijn gedachten bij te houden, wat gewoon onmogelijk is. Met de huidige moderne programma's ontstaan er daardoor vele onderlijnde woorden, omdat ze me (niet) helpen denken. Wél helpen omdat je je daarmee bewust bent van typefouten. Niet helpen omdat het ook enorm afleidt en ik daarna de draad van mijn in-woorden-op-te-zetten-gedachtes nogal eens kwijt raak. En dan moet ik er weer wat van zien te breien.

En wonen in Frankrijk maakt het er ook niet per definitie makkelijker op, want daar maakt men gebruik van een azerty-toetsenbord ipv het in Nederland gebruikelijk qwerty. Inmiddels heb ik al een paar jaar een azerty en ben er goed aan gewend. Zelfs het puntje, waarvoor je de shift-toets ingedrukt moet houden. Iets wat (of dat?) ik nog steeds niet begrijp, want de punt heb je na elke zin nodig. Maar zo nu en dan maak ik dan weer gebruik van een qwerty en schrijf ik mijn naam weer fout. Niet erg, maar wel tijdverlies.

Overigens heb ik soms juist de behoefte om te proberen mijn gedachten op schrift te zetten met pen en papier. Juist omdat je dan helemaal niet kan schrijven wat er allemaal in korte tijd in je hoofd omgaat. Je moet gaan wikken en wegen, welke woorden gebruik ik, proberen niet te krassen. Misschien dat het dan feitelijk beter lukt mijn gedachten te ordenen, omdat je erbij stil moet staan, in plaats je vingers maar als razenden op het toetsenbord los te laten?

Het leukst was op mijn oude typemachine. Daar moet je nog flink op de toetsen drukken, het inktlint weer op zijn plaats zetten omdat die er wel eens uitschoot, of omdat ik aan het einde van het lint was, moest ie eerst weer terug gerold worden. En af en toe bleven er pootjes in elkaar haken omdat ik - toch - te snel probeerde te typen. Het ging er dan op een gegeven moment eigenlijk niet meer om mijn gedachten op papier te krijgen, maar te proberen ritmisch te tikken, proberen een soort metronoom te zijn.

Misschien - denk ik nu - zou ik dat eens moeten proberen: typen met een metronoom. Alleen is mijn typemachine niet boven water gekomen sinds mijn ex me het huis uit bonjourde (voor zijn nieuwe vriendin) en een metronoom heb ik nooit gehad. Komende maandag is er een vide grenier in een buurdorp, ik zou eens kunnen gaan kijken, ware het niet dat ik allang aan het eind van mijn geld bent, en mijn RSA komt pas rond de 5e. En ach, waar lààt ik dat alles? Gewoon maar geduldig wachten tot mijn eigen machientje zich aanmeldt. En een metronoom is vast wel via internet te vinden. Er zijn nog genoeg andere projecten die om aandacht vragen en waarover ik mijn gedachten kan laten gaan en zien of mijn vingers het kunnen volgen. Typefouten inbegrepen.

Mariken

't Ongekend - XVI

(vervolg)


Het café begon inmiddels behoorlijk vol te lopen. De meeste stoelen waren bezet en in het middengedeelte stonden de eerste gasten al. Het begon al wat benauwder te worden. Hoewel ik er zelf nog niet veel erg in had, merkte ik het aan José. Door haar allergie was ze behoorlijk gevoelig voor rook. Dat was een belangrijke reden waarom er in ons pand niet gerookt mocht worden. Wie het niet meer uithield kon beneden in de hal gaan staan of op het balkon van Peter en Minke. Minke zelf deed dat geregeld. Frank en Sjors wisselden een beetje af tussen het halletje en het balkon. Soms stonden ze met zijn drieën te roken op het balkon. De rest rookte niet of was gestopt, wat dankzij het anti-rookbeleid van Peter een stuk makkelijker was geworden. Peter zelf rookte niet. Hij had me wel eens verteld dat hij daar geregeld discussies over had met Minke. Ze had zelfs wel eens geprobeerd te stoppen, maar stoppen voor een ander schijnt niet motiverend genoeg te zijn.
Zelf had ik een rookperiode toen ik een jaar of 19, 20 was. Kort nadat ik van huis was weggegaan en tijdelijk bij Jesse woonde. Hij rookte af en toe eens een shaggie als hij zijn vrienden had uitgenodigd. Als ik er ook was deed ik gezellig mee. Maar het sloeg meestal op mijn keel en ik vroeg me af wat er nou eigenlijk lekker aan was en toen ik mijn eigen woning had heb ik een rookverbod ingesteld. De enkele keer dat ik het toestond had ik daarna spijt, want alles rook er naar, tot mijn kussensloop aan toe.
"Ik stap op. Zie jullie maandag."
José zag er een beetje zielig uit. Minke was al weg en de gesprekken tussen Frank, Tina en Anneke leken haar niet erg te boeien. Ze zat ook wel erg apart.
"Als je het goed vindt, loop ik gelijk met je mee."
"Tuurlijk."
"Heren, het was me een waar genoegen en Sjors, nog bedankt voor de redding."
Na de gebruikelijke begroetingen stapten José en ik op.
"Ik had het zo benauwd op het laatst. Er stond iemand vlak achter me die zijn sigaret meer in zijn hand hield dan in zijn mond. En de rook waaierde constant mijn kant op."
"Ja, vervelend."
Bij José had ik altijd een gevoel van medelijden en irritatie tegelijk. Eigenlijk zeiden we ook nooit zo veel tegen elkaar. Niet omdat we elkaar niet mochten, maar omdat we weinig gespreksonderwerpen hadden.
"Jij houdt toch van film?"
"Ligt er aan."
"Er draait in Kriterion een Franse film, ik zou je niet precies kunne vertellen waar het over gaat, maar het speelt in het begin van deze eeuw. Zullen we er heen gaan?"
In de vier jaar dat José en ik samen werkten hadden we nog nooit een woord gerept over welke film dan ook en nu stelde ze voor naar een film te gaan die hoog boven aan mijn lijstje stond.
"Ik weet welke je bedoelt, daar wil ik heel graag heen. Hoe laat draait die?"
"Geen idee, als je het niet ver vindt kunnen we naar het Leidseplein lopen en op de filmlijst kijken in een van de bioscopen daar. Moet je nog een kat eten geven ofzo? Jij woont hier toch vlakbij? Dan lopen we even langs."
Met een schok bedacht ik dat Sammie inderdaad binnen kon zitten. Zeker was ik er niet van, maar we konden in elk geval even kijken.
"Ja, misschien onze hofjeskat."
Een beetje schuchter pratend, alsof we elkaar gisteren voor het eerst hadden leren kennen, liepen we naar mijn huis. Ik draaide de sleutel om van de poort en bij de eerste stap in het hofje keek ze verrukt om zich heen.
"Wauw, dit is geweldig! Minke heeft me wel eens verteld hoe het er hier uitziet, maar ik geloofde haar maar half. Het is echt prachtig. Doen jullie de tuin zelf?"
"Ja. Nou ja. Sommigen."
"O, ik wilde wel dat ik weer een tuin had. Vroeger woonde ik met mijn ouders in een eengezinswoning, met een achtertuin van vijftig vierkante meter ofzo. Ik had mijn eigen hoekje. Heerlijk vond ik dat, wroeten in de aarde. Mijn moeder zei altijd dat er niets beters was dan met je handen in de aarde als je problemen had. En ze had gelijk. Zodra ik mijn domeintje betrad en gedachteloos wat blaadjes had weggeplukt dan werd ik onzichtbaar naar de aarde getrokken. Al was het maar één onkruidje, ik moest iets doen."
Het leek wel of ik mezelf hoorde praten.
"Of zaden verzamelen. Soms kon ik haast niet wachten tot de bloemen waren uitgebloeid en zich zaden gingen vormen, zodat ik die kon bewaren - ik had allemaal kleine snoeppotjes - voor de volgende lente. Ik denk dat ik de zaden soms nog liever had dan de bloemen."
Voorzichtig voelde ze aan een aantal bloemen alsof ze van fluweel waren.
"Die geuren, heerlijk. Ik heb nu een piepklein balkonnetje, of eigenlijk kan je het niet zo noemen. Ik heb in mijn voorkamer openslaande deuren naar binnen toe. En ervoor zit een hekje. Links en rechts past precies een bloembak en dan kan ik er zelf nog net tussen staan. En aan het hek heb ik een paar potten hangen. Maar je kan er niet veel in kwijt. en het onderhoud is nog een hele toer. Of ze staan te droog of te nat. Ik koop geregeld nieuwe plantjes, niet omdat ze allemaal dood gaan, maar omdat ik het zo leuk vind om ze erin te zetten. Je begrijpt dat het steeds voller wordt."
Op ons gezamelijke terras zatten Harold, Anne, Henk-Jan, Peter en Monique aan de wijn. Zonder enige terughoudendheid liep José naar hen toe.
"Hallo. Jullie wonen ook hier?"
Er werd geknikt.
"Ik ben José, een collega van Emma, wat is het hier prachtig."
Haar toon was precies goed. Als ze het iets anders had gezegd had het nogal overdreven geklonken. Ze kreeg een stoel en een glas wijn aangeboden.
"Ik kijk even of Sammie binnen izt."
Op het terras werd honderuit gepraat en ik hoorde regelmatig de stem van José. Er werd flink gelachen. Om mij? Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, hoe kon ik zo dom doen? Een collega meenemen naar mijn privé-leven. En nu zaten ze misschien wel om mij te lachen. Nee, niet mezelf voor de gek houden. Mensen konden  ook lol hebben zonder anderen uit te lachen. Maar toch. In het café hadden ze ook om mij gelachen, Minke en José. Toen die griezel me vastgreep. Ik voelde meteen de afdruk in mijn arm, even overwoog ik om een potje te gaan janken. Stik maar met je film. Maar is wist dat het mijn eigen gebrek aan vertrouwen was.
Ik dacht aan Chrissie. Aan hoe ze zou zijn geworden. Wat blijft er over van een kind van acht? Oh, Chrissie, tien jaar hebben we elkaar niet gezien en nu sta je binnenkort voor de deur. Ik schrok, het zou vandaag over een week zijn. Zou ze nog een keer bellen? Om te vragen of het wel kon? Ja, voor hetzelfde geld heb ik een afspraak, ik heb eigenlijk zelf geen idee. Ik liep naar mijn bureautje en bladerde door mijn agenda. Niks. Maar meteen opschrijven.
Vrijdagavond C.
Het lukte me niet om meer dan een 'C' te schrijven. Raar, soms denk je dat je leven in een rustige stroom terecht is gekomen. Dat 'vroeger' voorbij is. Maar dan word je er opeens weer mee geconfronteerd. Het beeld van Marit bij de begrafenis. Ze deed me denken aan de wassen beelden van Madame Tussaud. Diezelfde gelige kleur.
Met Chrissie's komst werd ook Marits dood weer echt. Eigenlijk, als ik het voor mezelf op een rijtje zou zetten, heb ik nooit geloofd dat ze dood was. Nog steeds denk ik dat ze vandaag of morgen voor mijn deur staat, dat het een grap was, maar dan wel een hele slechte. Dat de begrafenis iets uit een film was. De beelden zijn niet echt. Haar moeder, Josje, die wezenloos voor zich uit staarde.
André, och André, had ik niet beloofd contact met je te houden! Sorry, ik heb het nooit gekund. Die keren dat ik je zag bij Josje deed het zo'n pijn. Jij en Marit, jullie hoorden bij elkaar. Je was niet compleet zonder haar. Maar ik ook niet. Ik kan me niet het moment herinneren dat ik haar heb leren kennen, ze was altijd een onderdeel van mijn leven geweest. Niet altijd even veel, maar zeker de laatste jaren hadden we een hechte vriendschap.
Toch heeft ook de verhuizing van Josje meegespeeld dat wij het contact verloren, André. Via haar hoorde ik een jaar of zes geleden dat je een nieuwe vriendin had, toen verwaterde het contact tussen jou en Josje ook. Josje heb ik zelf ook al twee jaar niet gezien. Twee jaar! Zolang als ik hier in het hofje woon. Ze heeft zoveel voor me betekend. Ze gaf me zelfvertrouwen. Ze was meer een moeder voor me dan mijn eigen moeder.



(wordt vervolgd)

Mariken

maandag 21 mei 2012

Eijndtjes knopen

Leven van weinig geld, of dat nou bijstand is of een klein salaris, is niet makkelijk. Het is vooral een kwestie van de eindjes aan elkaar (kunnen) knopen. Wat de ene mens redelijk afgaat, is voor de andere het ene gat met het andere dichten. Het is me de afgelopen twee jaar als "bijstandsmoeder" een keer of drie overkomen dat ik een stuk maand over hield.

Het beroerdste is dat mijn bank dan strafkosten gaat rekenen voor betalingen die gedaan worden. En op die manier ben je dan 10, 20 of meer euro extra kwijt. En geloof me, ik smijt geen geld over de balk. Ja, ik koop wel eens een boek of iets voor mijn kind. Maar ik rook niet, heb geen hobby's die geld kosten, mijn kind doet geen buitenschoolse activiteit. Want mijn keuze is om tot het einde van de maand redelijk te kunnen eten. Genoeg verse groente en fruit en dergelijken.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Om het "eindjes-aan-elkaar-knopen" te illustreren heb ik een paar mini-truitjes gebreid.


 
# Eerst uit een breiboek de benodigde schaalmodellen 
overgenomen en berekend hoeveel steken 
er (ongeveer) nodig zouden zijn.


# Vervolgens de modellen in drie verschillende kleuren gebreid.
De tijd was - globaal - een uur breien per truitje.
 



# Mijn kind met één van de truitjes op diens hand.

# Per stuk gewogen...

    # .... en tesamen.
(de optelsom is 0.1 g meer)

  # Van de resten vervolgens tien draadjes per kleur 
van ongeveer dezelfde lengte geknipt
(je moet het niet gelijk te moeilijk maken).

  # De draden aan elkaar geknoopt en opgerold tot een bolletje.
(Het was bij elkaar ongeveer hetzelfde gewicht als één truitje).
         >> Hier ben je dus al EXTRA tijd aan kwijt. <<
 # Nog meer extra tijdsverlies bij het opzetten en breien zodra een
knoopje zich aanmeldde. Niet veel in het geval van een minitruitje,
maar voor een echte trui zal het toch lichtjes aantikken. 
De irritatie - want zo'n knoopje laat zich niet zo makkelijk 
geleiden - laat ik dan nog buiten beschouwing.

# Drie minitruitjes en het Eijndtjes-truitje.
 De laatste mist een mouw, want de draad was op.
Conclusie: eindjes aan elkaar knopen kost méér!
(variatie op goedkoop is duurkoop,
 probeer maar eens uit die vicieuze cirkel te komen)

# Omdat je als mens toch wil (moet?) proberen
om overal een mouw aan te passen, koos ik een blauw garen.
Het bleek eentje van acht draden, dus die moest eerst
in twee delen van vier draden elk verdeeld worden
om zo dezelfde dikte te verkrijgen.



* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

En hier dan het ware bijstandstruitje:

  • Eijndtjes aan elkaar geknoopt
  • Gaten gedicht
  • Mouw eraan gepast

Mariken

p.s. foto toegevoegd

vrijdag 18 mei 2012

I12B+U

Inmiddels alweer 25 jaar geleden her-ontmoette ik een leuke jongen uit mijn jonge jaren. Na een leuke dag samen (****) schreven we elkaar heel wat liefdesbrieven. En hoe het gebeurde weet ik niet meer, maar op een gegeven moment hadden we een soort geheime liefdestaal ontwikkeld. Vrij minimalistisch, en wellicht alleen voor ons twee te begrijpen. Volgens mij heb ik de brieven op een gegeven moment weggegooid, anders had ik het nog na kunnen gaan. Of ze zitten ergens in één van de dozen vol van alles dat ik niet kan uitzoeken vanwege kastgebrek.

Ik ben - tussen haakjes - ook van alles 'kwijt'. Niet echt kwijt, maar ik heb het nog niet teruggevonden.

De enige die ik onthouden hebben was die uit de titel I12B+U. Kort geleden kwam het erop met een vriend (mijn 'beste vriendin' ...) en ik schreef het voor hem op en zei erbij dat hij het in het Engels moest lezen. Wat nogal grappig was, omdat Fransen over het algemeen moeite hebben met de uitspraak. Hun tegenargument voor mij is altijd dat ik "hier nu eenmaal woon" en dus hun taal goed moet spreken. Maar ik vind het toch best knap dat ik me aardig redt in vier talen, terwijl ik geen talenmens ben.

Enfin, ik moest hem een beetje op weg helpen, maar hij zag het licht. En na zijn vertrek besefte ik dat mijn toenmalige vriendje en ik de tijd eigenlijk ver vooruit waren. SMS en chat bestonden nog niet. En nu vind iedereen het normaal om te schrijven CUl8R en dat soort gekkigheid.

Vanochtend kreeg ik een sms-je van een nieuwkomer op dat gebied. Hij heeft pas sinds een maand of drie een mobiele telefoon, want was erg anti. Dat hij op zijn leeftijd (50+) de boel snel oppakt bleek wel uit zijn bericht. Ik moest het hardop lezen om de Franse sms-taal te kunnen begrijpen. Nadat ik mij erover beklaagd had dat hij het als leraar Frans toch wel wat bont maakte, heb ik 'm bovenstaande titel geschreven. En dat hij het in het Engels moest lezen. Daarna bleef het "stil". Dus of hij heeft 'm begrepen, of hij breekt nu in de avond nog steeds zijn hoofd erover, maar weigert een tip te vragen, omdat ik hem raakte op zijn vakgebied ;-)

Het meest bont was een vriendin die dyslectisch is. In een tijd dat mijn dagelijkse Frans nog niet goed genoeg was om een gesprek met drie personen of meer te volgen, stuurde ze me regelmatig hele lappen tekst. Een combinatie van sms-taal en dyslectie. Als hardop lezen niet hielp, riep ik de hulp in van mijn inmiddels-ex, en zo leerden wij samen. Terwijl we het al moeilijk genoeg hadden met de chat met Nederlandse jonge familieleden.

Over krommunicatie gesproken.

Mariken

woensdag 16 mei 2012

Schuldgevoel

Op momenten dat er even teveel tegenzit wordt je als mens geconfronteerd met de vraag "is het mijn (eigen) schuld?". Tenminste, dat is mijn ervaring. Vanuit het geloof werd ons geleerd dat het goed was je schuldig te voelen, want dan onderneem je tenminste actie. En van huis uit kreeg ik ongeveer eenzelfde soort boodschap mee, vooral in de vorm van het gedicht - of was het een liedje? - "ga nooit weg zonder te groeten", want als iemand dan dood zou gaan, had je je leven lang spijt.

Op een dag, toen ik weer zoiets las in het geloofsblaadje over het zaligmakende schuldgevoel werd ik kwaad. Ja, ik snap dat er een goede kant zit aan schuldgevoel, als het werkelijk puur en alleen van jezelf komt. Maar hoe vaak is dat werkelijk zo? Als het aangeleerd groepsgedrag is en je voldoet niet aan de groepsregels, heeft het meer met de groep te maken dan met jouw fout-zijn.

Regelmatig stond er wel een verhaal over een alleenstaande moeder die zo de prijs betaalde voor haar ongehoorzaamheid. En als mijn kind opstandig is, of er zijn andere zorgen die nogal typerend zijn voor deze gezinssituatie dan neig ik naar schuld-zoeken. Maar waar blijft de vader in dit verhaal? Als ik goed nadenk, kan ik me niet herinner dat er wel eens een dergelijk verhaal stond, over een vader die zich schuldig zou moeten voelen.

En hoewel ik over het algemeen normaal kan omgaan met de vader van mijn kind, is hij wel degene die ons het huis heeft uitgezet. Hij hield niet meer van me - had al een ander leren kennen - en het ging nu toch goed met me (ik was bezig werk te zoeken). En nee, hij wilde het huis niet verlaten. Om geen problemen met mijn uitkering te krijgen (probeer eens werk te zoeken als je net met je kind 'op straat' wordt gezet) had ik in overleg met de assistent social (vergelijkbaar met maatschappelijk werk) geen alimentatie gevraagd aan de vader. Dat is overgenomen door de rechter bij de scheiding.

Ik wil ook geen geld, want dan krijg ik mogelijk van mijn ex-schoonmoeder te horen dat ik profiteer. Het was toch al mijn schuld dat hij zo erg dronk (dat hij voor onze kennismaking flink dronk telde natuurlijk niet meer). Maar het is af en toe een harde dobber. Vooral nu de electriciteit het ook nog aan het begeven is. Of wellicht (ook?) de wasmachine.

In elk geval knok ik tegen schuldgevoelens. Want volgens mij is het niet allemaal mijn fout. Of ben ik toch die bitch, zoals ik bij een eerdere relatiebreuk te horen kreeg? Ik weet het allemaal niet meer - af en toe. Maar wel dat schuldgevoel bij mij eerder averechts werkt en een volkomen verlammend effect heeft. Dat ik meer iets heb van "laat maar allemaal, ik kan toch niets goed doen".

En terwijl ik vanochtend dan nog in een licht euforische stemming was; mijn auto was goedgekeurd, geen enkel probleem voor een contre-visite. Onlangs ben ik begonnen van het geven van gitaarles. Een project waar ik mee bezig ben, zet zich langzaam om in daden (en hopelijk uiteindelijk ook geld). Mijn sociale leven begint zich steeds verder uit te breiden. Maar een paar tegenvallers en dat stemmetje is er weer. Je eigen schuld dat je alleen bent met een kind en weinig geld. Dat de buurman van de week tegen me uitviel omdat mijn uitkering met zijn belastinggeld betaald wordt, komt dan ook gelijk weer bovendrijven. Gelukkig heb ik daar genoeg steun van lieve vrienden gehad. Nu die andere tegenvallers nog relativeren en ik kan weer verder.

Mariken

't Ongekend - XV

(vervolg)


Een half uur later stapten Peter en Minke op. Ze zouden vanavond naar het concertgebouw gaan en moesten zich daarvoor nog omkleden.
Toch een vreemd idee dat ze nu in feite terug naar kantoor gingen. Vijf jaar geleden hadden ze de vierde etage gekocht en het voorste gedeelte omgebouwd tot kantoorruimte voor hun pas opgerichte bedrijfje. Toen nog met Crhsi, José en een vriend van Chris. Die laatste was een jaar daarna naar Canada geëmigreerd. Het schijnt dat ik hem een keer gezien heb, maar ik kan me hem niet herinneren. Chris heeft me een keer een foto laten zien die hij uit Canada gekregen had, maar er ging geen lichtje branden. Hij was in elk geval een maand voor mijn komst gestopt om de laatste zaken te kunnen regelen voor zijn vertrek.
Het was niet moeilijk geweest zijn taken over te nemen zonder door hem persoonlijk te worden ingewerkt, zo duidelijk had hij alles gedocumenteerd. En waar ik niet uit kwam, daar kon Chris me mee helpen.
Twee maanden later kwam Hellen om voor MInke in te vallen, die toen de ziekte van Pfeiffer had. Het bedrijf liep zo goed dat Hellen bleef en haar eigen specifiekere taken kreeg.
En wie kreeg je toen ook alweer? Frank? O nee, eerst nog Peter de 2e, ik zou niet eens weten hoe hij van zijn achternaam heette, na twee of drie maanden was hij al weer weg en kwam Frank. Daarna Harry. De derde etage was inmiddels door het bedrijf gekocht en hij was in eerste instantie aangetrokken om te adviseren bij de herinrichting van de ruimte. Er zijn wat plannen gemaakt in die tijd.
"Har, toen jij bij ons kwam, was er toen niet eerst sprake van dat Peter en Minke de hele vierde verdieping zouden gaan bewonen?"
"Hè?"
Harry keek me even verwilderd aan, was toen meteen weer helder.
"De vierde verdieping? Ja, ja, dat klopt, maar je kon op je vingers natellen dat er te weinig ruimte zou zijn voor opslag, zeker omdat Peter aan zag komen dat er tenminste nog twee mensen bij moesten komen. Dat zijn er uiteindelijk vier geworden, inclusief ikzelf."
"Ja, want toen ik jou ging assisteren in ons nieuwe bedrijfstakje kwam Anneke voor mij in de plaats op het secretariaat en nog geen jaar later kwam Tina daar nog bij. O ja, en Sjors natuurlijk."
Toch leuk dat het bedrijf zich zo onverwacht had ontwikkeld. Harry werd weggewerkt bij zijn oude baas, kort nadat hij de opdracht bij ons had afgerond. Peter vond 'kantoor(her)inrichting' en verbouwing prima passen in de structuur van het bedrijf en nam Harry aan. Omdat die toch ook geregeld buiten de deur zou zijn hadden ze iemand nodig om ten minste zijn telefoon aan te nemen en liefst iemand die mee kon denken, zodat aanvragen in de planning ingepast konden worden. Ik offerde gewillig mijn taken als secretariaatsmedewerker daarvoor op. Op kosten van het bedrijf leerde ik bouwtekeningen lezen en nog wat andere vaardigheden, zodat ik potentiële klanten kon informeren over de mogelijkheden. Met Sjors erbij kon ik zelfs af en toe met Harry mee om wat meer van de praktijk te leren. Waar vind je zo'n baan?
"Toch denk ik dat we nu wel redelijk stabiel zijn."
"Hoezo?"
"Nou, er zijn natuurlijk nog wel eventuele uitbreidingsmogelijkheden wat werk betreft, maar ik vraag me af of het dan nog wel overzichtelijk blijft. Ik heb het er laatst met Peter over gehad. Uitbreiding zou betekenen dat we uit het pand groeien en hij vindt dat niet wenselijk. Hij heeft beide verdiepingen voor een leuke prijs kunnen kopen, waar vind je zoiets?"
"Niet in het centrum in elk geval."
"Nee, dat zeker niet. Daarbij komt dat het voor hem en MInke goed wonen is. En tegelijk voor het bedrijf een mate van zekerheid. De meeste kantoren zijn na vijven en in het weekend verlaten. En op de tweede heb je ook nog het bedrijf van dei Martijn, die woont zelf ook achter."
"Je bedoelt dat het scheelt voor eventuele inbraak?"
"Ja, dat zijn toch factoren die je in overweging kunt of misschien zelfs wel moet nemen."
Frappant eigenlijk dat Harry en Peter zo goed met elkaar konden opschieten. Ze waren zo totaal anders. Of misschien kwam het juist wel daarom. Harry is iemand die aan een paar woorden genoeg heeft om de hele situatie te overzien, maar waar het zijn eigen zaken betreft is hij nogal eens onzeker in het nemen van beslissingen, zonder eerst anderen te hebben gehoord. Bij klanten heeft hij vrijwel altijd onmiddellijk een idee hoe veranderingen het beste kunnen worden doorgevoerd, maar hij laat ze in hun waarde en stelt zijn vragen zo dat ze zelf op een soortgelijk idee komen en zodoende het gevoel hebben dat ze ook echt betrokken zijn bij het project. Daardoor werken ze meestal goed mee bij het maken van afspraken met ons of met werklui.
Peter is meer iemand met een heleboel plannen en lef, maar hij mist vaak het overzicht. Hij weet dat van zichzelf. Daarom zal hij toen het bureau van Harry's ex-baas hebben ingeschakeld. Een geluk dat Harry toen op de klus is gezet, want hij is nu een grote motor achter het bedrijf. Ja, toch wel logisch dat die twee het zo goed kunnen vinden. Ze vullen en voelen elkaar goed aan.
"Zou jij zo bij je bedrijf willen wonen? Ik bedoel, ik woon op vijf minuten lopen, dus als ik ergens mee rond loop heb ik weinig tijd om het los te laten voor ik thuis ben, maar zo, nou ja, zo'n beetje in je kantoor wonen. Je keuken wordt gebruikt door je collega's, dus je moet altijd zorgen dat het netjes is, we maken geregeld gebruik van hun balkon. en natuurlijk het toilet. Het lijkt me soms best een inbreuk op je privacy."
"Ja, dat is een belangrijke overweging die je moet maken. Dat zal niet zomaar iedereen kunnen. En je hebt zo'n beetje 24 uur per dag met elkaar te maken. Ik bedoel Peter en Minke dus."
"Is dat de reden dat Peter bij ons zit en Minke boven?"
"Geen idee. Qua ruimte is het logischer dat er beneden zes mensen zitten en boven vijf. Ik geloof eigenlijk dat Peter vooral beneden zit... Nee, laat maar."
Harry lachte een beetje ondeugend.
"Nou moet je het zeggen ook."
"Nee."
Hij keek langs me heen naar Chris, die al die tijd geanimeerd ons gesprek had gevolgd.
"Ja, Har, ik weet het wel, omdat er boven vijf wijven zitten."
Harry begon te lachen. Chris had een flinke dosis zelfspot meegekregen in zijn leven. En ja, het was wel waar, hij zat daar met die vier meiden soms te ginnegappen of hij er zelf een was. Ik keek naar Chris en we schoten allebei in de lach.
"Waar lachen jullie om? Mogen wij het ook weten?"
Oh, Tina, je zou toch gepasseerd worden bij een grapje."
"Ze lachen mij uit."
"Ja, het zal weer eens niet."
Het was genoeg voor Tina en ze babbelde weer rustig verder met Anneke over ditjes, datjes, koetjes en kalfjes.

(wordt vervolgd)

Mariken

dinsdag 15 mei 2012

Tuinieren

Sinds begin dit jaar heb ik een volkstuintje te leen. Zonder moeite hebben we er al twee keer wilde prei(tjes) van kunnen oogsten, en er groeit een flinke hoeveelheid laurier. Helaas ruik ik al weer tijden niks vanwege gezondheidsproblemen, maar goed, het geeft toch een smakelijk tintje aan gerechten.

Maar natuurlijk moest ik ook serieus wat gaan doen. Bij de grote Duitse winkelketen waren zakjes zaad en voor een paar euro had ik drie soorten bonen, een zakje tomaten, courgettes en augurken. Voor de vakantie had ik al wat gezaaid, in een periode die gunstig was volgens de maankalender (op advies van een vriend gelijk maar lekker zweverig begonnen) en jawel, bij terugkomst waren er allerlei kleine plantjes.

Enthousiast - en profiterend van een nieuwe gunstige maan-stand - ontgon ik een tweede stukje en zaaide opnieuw dezelfde groentes. Gewoon van elke soort een zaadje of 8 à 12. Wat eten mijn kind en ik nou? Je kan natuurlijk regelmatig groente weggeven, wat ook weer leuk is, maar mijn vrienden-en-kennissen-kring bestaat vooral uit tuinierders, die een stuk meer ervaring hebben dan ik. Ik heb het eerder nooit verder geschopt dan het helpen van mijn opa, wat altijd erg gezellig was, maar ook (te?) makkelijk, want ik deed wat hij zei en hoefde me er verder niet in te verdiepen.

Maar goed, ik rommel wat aan. Die paar euro aan zakjes, hoeveel tomaten had ik er voor kunnen kopen? Dus als er vier tomaten en een paar bonen te oogsten zijn ben ik al een tevreden mens.

Wat beroerder is dat er een put in de tuin is, die waarschijnlijk niet een put is, maar een regenreservoir. Mei is net op de helft en het niveau wordt steeds lager en ik moet daarom steeds dieper bukken om de gieters te vullen. Hoog tijd voor een zwaar emmertje aan een touw. Maar dan nog, heb ik begrepen dat er later geen of weinig water meer is. Geeft niks, want een stukje verderop is een bron waar we water kunnen halen. Maar ik ben wel blij dat ik niet de hele 50 vierkante meter ben gaan omspitten! Twee rijtjes - of eigenlijk vier, want ze zijn dubbel - van pak 'm beet vier meter. Om alles (naar mijn idee redelijk) water te geven moet ik zo'n acht keer de achtergelaten gieters vullen - het zijn maar kleintjes, gelukkig, anders zouden ze niet in het gat passen.

En zowaar, toen we er vanavond even heen gingen na het eten, waren er aardig wat plantjes die hard hun best deden. En nog zowaarder wist ik welke de bonen waren! Kijk, dat is dan tenminste nog iets. Dankzij het feit dat ik mijn achtertuin in Nederland lathyrus - oftewel sierbonen - had staan.

Wel twijfelde ik van de week bij een paar andere planten. Tjonge, dat leek toch meer op aardappelplanten. En daarmee bewees ik toch beter opgelet te hebben als jonge meid, want er liep toevallig een goede vriend langs die zei "tjonge, je aardappels komen goed op". Eh, ja, ik heb geen aardappels geplant, die zijn van vorig jaar. Voordeel was dat ik gelijk kon vragen wanneer ik ze moet oogsten. Ik had al bewust geen zaden gekocht van planten die onder de grond groeien, zoals radijsjes en wortels, om ze vooral niet "kwijt te raken". Bonen en tomaten zie je. Voor de onervaren tuinierster een rustig begin.

Mariken


maandag 14 mei 2012

't Ongekend - XIV

(vervolg)


"Zo daar zij we van verlost, wat een idioot zeg."
"Gaat het Emma?"
"Ja, gelukkig dat ik niet op zijn schoot belandde."
"Wat een griezel."
"Oké, wat drinken we?"
Frank ging over tot de orde van de dag, het voorval moest maar snel vergeten zijn.
"Jan!"
"Ah, is die vent weg?"
Jan kwam met een kist met flessen uit de keuken vandaan. Hij had niets van het voorval meegekregen.
"Man, je had het moeten zien, hij wilde Emma zowat aanranden."
"Rot op! Je meot de zaak niet zo overdruiven. Straks denkt ze nog echt dat het zo is."
Jan schudde zijn hoofd.
"Het is ook altijd wat met die dronken lui. Die man kwam een uur geleden al half zat binnen, volgens mij was hij uit een andere kroeg weggewerkt. Hij heb hier al die tijd op één pilsje gezeten, maar hij maakte herrie voor tien."
"Heeft."
"Wat heeft?"
"Hij heeft, niet hij heb."
"Mens, wat maakt hem dat nou uit."
"Wat kan ik jullie te drinken geven?"
"Geven? Dat is nog eens service, Jan."
De opmerking van Frank werd compleet genegeerd en Jan ging zonder een spier te vertrekken ons rondje langs.

"Frank, je moet je een beetje inhouden. Als je niet uitkijkt, verziek je het nog."
"Liefje, ik doe het voor jou, om indruk op je te maken."
Frank sloeg een arm om Tina heen, die lichtjes kleurde.
"Ach man, dat hoeft toch allang niet meer, ik heb het wel bekeken met jou."
"Ja? Wil je nu dan echt met me door het leven gaan?"
De conversatie tussen Tina en Frank was dermate boeiend dat we al snel een gesprek of vier, vijf door elkaar voerden. Jan kwam aanlopen met een dienblad vol. Het was verbazend hoe hij altijd weer feilloos wist wie wat besteld had. Ik zou het hem niet nadoen.


(wordt vervolgd)

Mariken

zondag 13 mei 2012

Breken met mensen

Onlangs stopte ik met deelname aan 'mijn' Al-Anon-groep. De afgelopen paar jaar heb ik er veel aan gehad, maar ik was er even klaar mee. Er is voor mij niet "één oplossing" of antwoord. En ik had het gevoel dat ik verder mocht. Net zoals ik mijn religie achter me heb gelaten. Daarbij gesteund door een uitspraak van mensen die hetzelfde hadden gedaan - al was het een andere religie - helemaal letterlijk weet ik het niet, maar iets in de trant van: "we zijn niet uitgetreden, maar doorgelopen".

Nou zal ik mensen die problemen hebben met een partner of ouder die alcohol-verslaafd is zeker aanraden om eens te zien of Al-Anon de nodige steun kan bieden. Alleen al de herkenning van de andere mensen in de groep heeft me enorm geholpen. Maar hoe dan ook moet je het uiteindelijk Zelf Doen. Een wijze les die ik er heb geleerd is dat je alleen jezelf kan veranderen, niet een ander. En daar kan ik dan mijn religie een beetje de schuld geven (met een knipoog), want daar werd ons feitelijk geleerd andere mensen te veranderen. Wij hadden gelijk, wij waren de ware religie.

Een andere religie-verlater mailde me een keer de zin "breken met mensen voor ze jou breken". Daar kan je lang en breed over discussiëren, er zijn natuurlijk allerlei gradaties van breken, maar het heeft mij persoonlijk geholpen om grenzen te stellen. Met horten en stoten, want het is een leerproces. Niet je compleet afzonderen van alles en iedereen om maar te voorkomen dat iemand je zou kunnen breken. Maar ook niet alles maar met de mantel der liefde te bedekken, terwijl je toelaat dat je volkomen de grond in wordt geboord.

Dat ik daar echt nog genoeg te leren heb, bewees wel weer een nieuw voorval met mijn buurman. Ik zat de afgelopen weken regelmatig achter de computer een aflevering van "Friends" te bekijken. Mijn deur stond open, de buurman liep langs en begon tegen me uit te foeteren dat ik weer achter de t.v. zat en niks nuttigs deed en dat hij mijn uitkering betaalde met de belasting die hij betaald. Het was weer even een druppel. Want hij was alweer een paar weken bezig met "opjutten", zoals ik het maar zal noemen. Mijn appartement heeft beneden alleen een deur met vier ruitjes. Geen raam verder. En die deur opent op het terrein van de buurman. Als hij zijn hek openmaakt en het haakje daarvan vast maakt kijkt hij steevast naar binnen, want het oogje zit naast mijn deur. Hij maakt dan gebaren, met handen en/of gezicht om mij uit te nodigen voor een nummertje.

Toen mijn buurvrouw nog naast me woonde was zij ook een mikpunt, en konden we er nog samen over mopperen, maar ze is verhuisd en er is niemand anders komen wonen. Gelukkig aan één kant, want het is zo gehorig dat als haar zoon op de trap liep, ik dacht dat het de mijne was. Ik hoorde de buurvrouw hoesten toen ze ziek was, alsof ze in dezelfde kamer lag.

Terug naar de buurman: het top-moment was toen de hij een keer tegen ons beiden begon te schelden en het advies gaf op als hoeren te gaan werken. Dan deden we tenminste nog iets nuttigs.

Oké, hier is duidelijk een geval van volledig breken om niet gebroken te worden. Probleem is dat het een beetje moeilijk is, vanwege de woonsituatie. Gelukkig heb ik inmiddels geleerd om het niet voor me te houden, maar om het te delen met een aantal echt goede vrienden. Mensen die steun kunnen bieden. Ook als hebben ze geen ander huis voor je, dat ze er even voor je Zijn. Toen ik na de laatste opmerking in tranen naar buiten liep, omdat ik een lief, bevriend buurstel zag staan, kreeg ik volop troost. De man van het koppel kwam de volgende dag nog even langs, om te horen of het beter ging. En om te vertellen dat het echt een nare vent was die hij het liefst ... (nou ja, sommige dingen moet je gewoon voor je houden).

Om dan de wijsheid van Al-Anon op te volgen: "veranderen wat je kan" ga ik maandag gelijk navraag doen in verband met appartementen die hier worden gebouwd - zo vertelde de schoonzoon van de aardige buurman. Actie in plaats van reactie.

Wordt (hopelijk snel) vervolgd.

Mariken

't Ongekend - XIII

(vervolg)



** vrijdag eind van de middag **

In het café was nog genoeg ruimte om lekker te gaan zitten. De tafel achter het halletje was op een stoel na vrij. Een van de kleine tafels was bezet door een viertal toeristen, te oordelen naar hun kleding. Achter zat een man. Verder was het stil. Zelfs achter de bar. Jan was zeker wat halen in de keuken.
"Gaan we achter of bij het raam?"
We waren met zijn allen, dus het moest in elk geval een van de grote tafels worden. Onze voorkeur was achter, maar kon je dat die man wel aandoen? We staarden elkaar een paar seconden aan. Op dat moment zette de man zijn glas iets te hard neer. Anneke maakte al aanstalten om de tafel bij het raam te kiezen om de confrontatie uit de weg te gaan. De man zag eruit of hij hier vanaf elf uur vanochtend zat.
"Sjoo, dawwassslll lekker."
De man stond op en liep naar het toilet. Frank maakte snel van de gelegenheid gebruik om de tafel te enteren. Harry en Chris sloten zich direct bij zijn actie aan, waarop wij volgden, Anneke met een angstige blik.
"An, kom jij maar hier bij mij in de hoek zitten, zit je zo ver mogelijk van dat creatuur vandaan."
Ondanks zijn vaak brutale aard, had Frank een hart van goud. Tina was aan de andere kant bij hem gaan zitten. Als ze er niet bij waren hadden we het geregeld over 'het koppel', ze leken voor elkaar geschapen, hoewel we wel vermoeden dat ze in alle opzichten een heftige relatie zouden hebben.
De stoel waarop de man had gezeten en de ernaast staande stoelen bleven vrij. Kennelijk was niemand van ons erg happig op zo'n buurman. Chris zat het meest dichtbij, tegenover de man. De tafel was weliswaar ruim twee stoelen breed, maar was dat breed genoeg? Zelf zat ik drie stoelen van hem af. Dat hoopte ik althans, want wie garandeerde me dat hij dezelfde stoel zou kiezen?

Er klonk gerommel bij de toiletten. Chris en ik wisselden een blik van verstandhouding. Wij waren de potentiële slachtoffers.
"whhgghhaallllo", een arm leunde zwaar op mijn rechterschouder.
Ik keek vriendelijk - met mijn lichaam zover mogelijk van hem af - naar de man, die het kennelijk geen enkel probleem vond dat wij aan 'zijn' tafel waren komen zitten. Integendeel, het feit dat er naast mij een stoel vrij was, zag hij als een directe uitnodiging. Minke en José zaten te grinniken en ook Frank vond het een grote grap. Ik was er zelf niet erg blij mee. Benauwd staarde ik naar Sjors, schuin tegenover me.
"Zo meneer, dus u vindt het wel goed dat we bij u aangeschoven zijn."
De arm ging van mijn schouder en de man concentreerde zich volledig op zijn overbuurman. Hij was te dronken om te zien dat Sjors me een knipoogje gaf.
"Em", wenkte Chris me, "ik wil je nog wat vragen over dat, dat eh, dat ene bedrijf, van eh, van gisteren."
Chris loog erg slecht, maar zijn hulp was uiteraard bijzonder welkom.
"Ik kom wel even bij je zitten, dat praat wat makkelijker."
Ik schoof mijn stoel een stukje opzij en stapte linksom, waar Peter zat, naar achteren.
"hhhggwhuhhuh, ikkffin nnet gesssss gesssslig hoor, vooral met ssson moppie naasme."
Op dat moment stond ik achter Peter.
"Hé! Waar gggaje heennn?"
"Ik moet nog wat met mijn collega bespreken."
"Dadddoeje maar tijdessssje werrek."
De man trok me aan mijn arm in de richting van de stoel. Omdat hij nogal onbehouwen was, scheelde het niet veel of ik was er over gestruikeld en bij hem op schoot beland. Sjors stond op, een imponerende gestalte.
"Wilt u zo vriendelijk zijn mijn vriendin los te laten."
Het hielp, de man keek geschrokken naar Sjors en liet onmiddellijk mijn arm los. Snel, maar beheerst, liep ik naar Chris. Chris schoof op het uiterste gedeelte van de bank en liet mij tussen hem en Harry in zitten. De lengte van de bank was berekend op zes personen, maar in de hoek en aan het uiteinde was ruimte genoeg, zodat je er ook makkelijk met zijn negenen op kon zitten. Op het korte stuk past je met zijn drieën, alhoewel dat voor twee plaatsen moest doorgaan.
"Ik sstab maar weressssop. Ggggegroet."

(wordt vervolgd)

Mariken

vrijdag 11 mei 2012

't Ongekend - XII

(vervolg)


** vrijdagochtend en - middag **

Verkrampt door het zware lijf van Sammie vlakbij mijn knieën werd ik de volgende ochtend wakker. Verbaasd over de hoeveelheid licht keek ik op mijn wekker. Nee! Vergeten te zetten. Pech dan maar. Om tien voor negen belde ik op om te zeggen dat ik me verslapen had. Chris was er nogal laconiek onder.
"Kind, we zien je wel verschijnen, haast je maar niet, ook zonder jou houden we het vlot wel drijvende."

Rustig smeerde ik mijn boterhammen, zette thee en maakte een uitgebreid ontbijt klaar. De boterhammen voor de lunch stopte ik opnieuw in huishoudfolie. Tussen de middag moest ik maar even naar Appie Happie gaan, hoewel, dan kon ik weer geen niet-houdbare produkten kopen. Als ik ze in de koelkast op mijn werk zou zetten, zou ik ze zeker vergeten.
"Hai Chris, met Emma nog een keer. Is het goed als ik vanochtend vrij neem, denk je? Dan doe ik meteen even boodschappen voor de komende dagen."
Chris vond alles best, als we maar gelukkig waren.

Een half uur later liep ik met mijn boodschappenlijstje in de hand langs de schappen. Als ik toch de tijd had kon ik maar beter even goed inkopen doen. Eten voor de hele week en een aantal niet eetbare, doch zeer handige dingen om in huis te hebben. Met een volgeladen fiets kwam ik thuis. Nóg de boterhamzakjes vergeten. Tegen twaalven was ik op mijn werk. De helft van de collega's was met het mooie weer buiten gaan eten, dus het was lekker rustig. Het kwam me wel goed uit, kon ik er even lekker tegenaan.

Voor ik er erg in had was het vier uur.
"Em, kom je?"
"Wat dan?"
"Weekvergadering."
"Hè, is het al zo laat? Ik heb de helft nog niet af van wat ik wilde doen."
"Ah joh, dat komt toch maandag wel weer."
Met een zucht sloot ik mijn computer af. Ja natuurlij, het kwàm maandag wel weer, maar ik zat nu met een half afgewerkte invoerklus. Dat zijn geen leuke dingen voor de maandagochtend. Nog een geluk dat ik nooit zo veel last heb van het beruchten 'maandag-ochtend-gevoel', maar liever had ik het invoeren afgerond. Het moest wel maandagochtend gebeuren, want 's middags had ik een afspraak bij het lab voor de foto's van het 'witte-tanden-project'. Nou ja, pech dan.

Als altijd verliep de vergadering gezellig rommelig. Anneke had tussen de middag bonbons gehaald, Hellen had de avond tevoren cake gebakken en die versiert met ouderwetse snoepjes. Er werd meer thee gedronken dan serieus gepraat, maar na een uurtje hadden we alles besproken wat belangrijk was en sloot Chris af.
"Drinken we nog wat?"
Harry ging deze keer gretig in op Frank zijn voorstel. Nu Trees niet meer op hem wachtte was er geen reden om vroeg naar huis te gaan. Na wat hij gisteren verteld had was ze in mijn ogen een compleet ander mens geworden. Maar uit elk woord dat hij had gesproken klonk zijn liefde voor haar door. Arme Harry. Ik had hem gevraagd wat hij zou doen als ze voor zijn deur stond, als het met die ander niet was gelukt. Hij had eerst een paar seconden voor zich uit gestaard en toen gezegd dat hij het niet wist. Dat hij er vanaf haar vertrek over getwijfeld had. Niet omdat hij niet van haar hield - en daar twijfelde ik geen moment aan - maar ja, ze had hem wel ontzettend gekwetst, zijn vertrouwen geknakt, nee, niet te erg, maar wel genoeg om haar niet zomaar, zonder pardon, weer terug te nemen. Zo enthousiast als hij nu met Frank mee liep twijfelde ik ook. Het was misschien hard wat ik dacht, maar hij zag er bevrijd uit. Al die moeite die hij zich de afgelopen jaren had getroost om het Teresa naar de zin te maken, hadden van hem een somberre figuur gemaakt. De passie waarmee hij gesproken had tijdens onze lunch kende ik nauwelijks van hem, Harry die altijd zo ingetogen was, al zijn woorden wikte en woog. Hij had die tijd een enorme kracht in zich getemperd, in elk geval, dat gevoel had ik. Maar misschien zag ik het verkeerd.



(wordt vervolgd)

Mariken

vrijdag 4 mei 2012

't Ongekend - XI

(vervolg)



Met een grijns van oor tot oor keek ze me aan. Ik staarde naar de foto van de onbekende jongen. Het was zeker geen onknappe jongen, zo te zien. Maar van een pasfoto is het altijd moeilijk te raden hoe iemand er in levenden lijve uit ziet. Aantrekkelijk, vermoedde ik. Nou was Daniëlle zelf ook niet de lelijkste. Ze had een mooi gezicht en een goed figuur. Het was vooral haar gebrek aan zelfvertrouwen wat haar in de ogen van anderen lelijk maakte. Zoals ze er nu uitzag, vol van haar pasverworven geluk, was ze alleen maar knap te noemen. En geen woord had een negatieve klank gehad. Alsof er bloemetjes uit haar mond stroomden, zo had ze verteld over de vakantie en 'haar' Karl.
"Lijkt me een knappe jongen", zei ik, en ze glom nog meer.
"O ja, dat is hij zeker. Niet dat ik dat het belangrijkste vind, hij is vooral zo lief. En super-attent. Alle deuren houdt hij voor me open, hij betaalt alles in restaurants en op terrasjes, nou ja, op een enkele keer na, als ik er op sta te betalen. Je zou je haast schuldig voelen. Hij heeft een gewone kantoorbaan, dus zo rijk zal hij niet zijn."
"Maar in elk geval rijk genoeg om jou in de watten te leggen."
Ze glimlachte lief. Ja, ze was absoluut knap. Dat ik dat nooit eerder zo duidelijk had opgemerkt. Als we nu naar Jesse en zijn vrienden zouden gaan, zouden ze waarschijnlijk zeer verrast zijn. Maar ja, Daniëlle had Karl al, en ik was wel de laatste die behoefte had aan de ranzige opmerkingen van die twee halfzatte broers, die Jesse opstookten in hun schunnigheid. Wat een vrienden had die soms. Dan liever Peter, of Klaas-Jan van zijn vorige baantje. Daar kon je tenminste nog serieuze gesprekken mee voeren.
"Wil je nog wat drinken?"
"Nou, ik weet niet, het wordt al zo laat. Ik neem aan dat jij morgen ook weer op tijd op moet."
Was dit Daniëlle die dat zei? Die Karl had haar behoorlijk veranderd, ten positieve, absoluut ten positieve. Heel even sloop er een lichte vlaag van twijfel door me heen. Of was het zo'n griezel die eerste een meisje volkomen inpalmde om daarna... Nee, nu niet zo gaan denken. Laat haar van haar geluk genieten. Als er iets niet goed blijkt te zitten komt dat heus wel boven tafel.
Ze stond op en bracht de kopjes naar de keuken. 'Huismoedertje' noemden we haar vaak met - toch wel - enige tederheid. Volgens mij dacht ze er niet eens bij na, was het een ingesleten gewoonte, van thuis, toen ze haar moeders moeder speelde. Arme Daniëlle, wat moest dat erg zijn als je op zo jonge leeftijd je moeder verloor. Terwijl die eerst al zo lang ziek was geweest. Gek, ze had me ik-weet-niet-hoe-vaak verteld over vroeger, maar pas nu ze begon op te leven kon ik me voorstellen hoe moeilijk het was geweest.
"Eén ding heb ik je nog niet verteld..."
Ik keek haar vragend aan.
"Over drie maanden gaan we trouwen."
Vergiste ik me, of zag ik nu twijfel in haar ogen? O nee, doe dat niet, doe dat niet, wacht nog even, wacht nog wat langer. Of was het mijn eigen twijfel, een reflectie van het huwelijk van mijn ouders, die opdoemde. Negentien was mijn moeder toen ze trouwde, bijna twintig, en ze kende Jaap nauwelijks een half jaar.
"Hij had een tafel in een romantisch restaurantje gereserveerd, en daar heeft hij me gevraagd."
Ze zuchtte en staarde verliefd naar de foto. Nee, de twijfel was van mij, niet van haar. Haar ogen schitterden nog steeds, zoals ze de hele avond hadden gedaan.
"En waar?"
"Valk bij de camping."
"Daar ga je trouwen?"
"O nee, daar was het restaurantje. We trouwen in zijn geboorteplaats, een klein dorpje ergens in Midden-Duitsland. Hij zei dat daar een heel romantisch stadhuisje staat, uit zestien-zoveel. Zijn ouders betalen bijna alles, zo blij zijn ze dat hun zoon zo'n lief meisje heeft gevonden. Ik dus", fluisterde ze er zachtjes, verlegen, achteraan.
"Vertel me dan de datum, dan schrijf ik het meteen op, of houden jullie het besloten?"
"Nee hoor, alleen is het wel erg moeilijk bereikbaar. Maar als er meer mensen uit het hofje komen dacht ik dat jullie misschien een klein busje konden huren. Er is een kilometer of tien verderop een wat groter stadje, daar schijnt een vrij goedkoop pensionnetje te zijn. Maar alleen als het echt kan hoor.
Aan haar stem hoorde ik dat ze het liefst alle bewoners van ons hofje om zich heen zou willen hebben. Om aan Karl te laten zien wie haar vrienden zijn, want dat waren we per slot van rekening. We irriteerden elkaar misschien wel geregeld, maar we hadden een band alsof het een groot gezin betrof. Met Daniëlle als moederkleok. Hoe moest dat zonder haar? Was zij niet de grote motor achter onze gezamelijke activiteiten? In elk geval een belangrijke.
"Waar gaan jullie wonen?"
"Hier."
"Is het niet te klein?"
"Welnee joh. Harold en Anne wonen al jaren in zo'n klein rothokje.
"En wanneer zien wij hem? We moeten toch ook even keuren of we wel met hem kunnen samenleven."
"Ik ken iemand die zou zeggen: doont worrie, bie heppie."
Ik voelde me bijzonder aangesproken.

Nadat ze weg was gegaan en ik de deur op slot had gedaan ging ik nog even op de bank zitten. Sammie was blijven plakken en kwam knorrend op mijn schoot zitten. Hem maakte het niet uit wie er kwamen wonen of weggingen, zolang er her en der maar een katvriendelijk huis was.

(wordt vervolgd)

Mariken