zaterdag 28 april 2012

Nummerbordentic

Terwijl ik de titel schrijf, vraag ik me af of je dat nog wel zo schrijft, was de Nederlandse spelling niet weer veranderd? We hebben hier nog gemopperd over de N bij panne(n)koek, alsof je ze nu opeens in twee pannen moet bakken. Wat op zich nog wel te doen is natuurlijk; je begint in de ene pan met een drupje olie en een laagje beslag, en dan, in plaats van 'm in die pan om te keren, gooi je de panne(n)koek in pan nummer 2. Of nog makkelijker - jaja - je legt pan 2 als deksel op pan 1 en dan keer je ze samen om.

Enfin, het zou niet over panne(n)koeken gaan. Ik dwaal weer af als gebruikelijk met dit soort onderwerpen. Misschien moet ik er maar een kopje koffie bij zetten. Wel décaf. Wat je in het Frans dan weer niet moet zeggen, want je wordt steevast verbeterd "il faut dire décafeiné". Zucht. Laat ik inderdaad maar water opzetten. Want dit zou wel eens lang kunnen gaan duren.

Zo, kopje staat klaar. Suiker erin - alsof je daar goed van kan slapen - filter erop met poeder uit het goede doosje. Daar wil ik me dan ook nog wel eens in vergissen. En water opzetten voor koffie? Ja, hier dus wel. Ik heb wel een koffiezetapparaat, maar het minimum is drie kopjes. Vooral 's ochtends ging ik ze dan nog alledrie leegdrinken. Nou ja, niet drie kopjes leeg, maar wie is hier nou bezig over woorden te vallen... Alleen ikzelf. In elk geval, los van dat minimum was het nogal groot op mijn kleine aanrecht en dan nog dat risico van al die koffie opdrinken, en zodoende heb ik 'm in een kast gezet.

De eerste scheut water zit inmiddels in het filter.

Waar ging het ook alweer over? O ja, nummerbordentic. Of nummerborden-tic? Doet er niet toe. Wat ik zeker weet, is dat er meer mensen zijn met deze aandoening. De eerste keer dat ik er een column over las heb ik opgelucht meegelachen met de schrijfster. Dat het een vrouw was heeft me doen afvragen of alleen vrouwen de tic hebben, maar ik kwam er later achter dat ook mannen er last van hebben.

Hier in Frankrijk heb ik er niet zoveel last van. Er rijden genoeg leuke nummerborden rond omdat ze hier niet moeilijk doen over klinkers. Zo nu en dan maak ik er foto's van, hoewel ik me altijd een beetje geneer. Het voelt toch of je de mensen bespioneert. Maar als ik BAF zie staan, of BED, BAD, ALG, kan ik het maar moeilijk nalaten er geen foto van te maken. En dan heb je toch geluk met die moderne fotocamera's die eigenlijk in eerste instantie een mobiele telefoon zouden moeten zijn. Een erg leuke was een flinke vierwieler van een vrij gezette vrouw met de letters BBQ.

Nee, in Nederland, dat is erg. Daar heb je alleen medeklinkers. Want klinkers willen ze er niet in om vieze woorden te voorkomen. Maar ik vul die klinkers zelf in. Volkomen gedachteloos, want de woorden verschijnen zonder waarschuwing in mijn hoofd. Soms correcte woorden, maar ook met fikse taalfouten.
Of meertalig. In de trant van HL FT wordt "HeLe FooT".

Vermoedelijk is de tic ook beïnvloed door een spelletje vroeger op de televisie waarbij je alleen medeklinkers kreeg en de klinkers moest invullen. En ja, dat blijf ik "zien" als ik Nederlandse nummerborden zie. Gelukkig niet veel waar ik woon, maar ik was op vakantie in het verre noorden. Hoewel, vakantie; meer een druk sociaal leven omdat je probeert zoveel mogelijk mensen te ontmoeten, veel praten, laat naar bed. Maar goed, het geeft dan toch even een break van je dagelijkse leven.

Alleen die nummerbordentic....


De enige die ik overigens echt onthouden heb was notabene van een vriendin. De cijfers doen er niet toe, maar er stond SX HL. Sorry M. maar ik vulde hier dus gelijk een E en een A in. Het gaat zonder nadenken. Je mag boos worden of hard in de lach schieten. Maar dat het nou net jouw auto moest zijn :-)

Mariken

t Ongekend - X

(vervolg)


Waarom ging alles mis? Aardappels aangebrand, eieren niet hard genoeg gekookt, spinazie niet ontdooit, ja wist ik veel hoelang dat zou duren. En nou sneed ik nog in mijn vinger ook. Het deed pijn. Waar lagen mijn pleisters nou weer? Ach ja, in mijn vakantietas nog natuurlijk. Het was er gisteren niet van gekomen om alles uit te pakken. Niet echt makkelijk om dat nu met zo'n bloedende vinger te moeten doen. Maar weer even onder de kraan houden. Ah, gelukkig, de pleisters. Knippen gaat ook niet echt makkelijk met mijn linkerhand. Helemaal fout ook om zo'n klein stukje echt oude kaas te gaan raspen natuurlijk. Nog stommer om de verkeerde kant van de rasp te gebruiken. Daar waar het middengedeelte een soort schaaf moest voorstellen. En loeischerp natuurlijk omdat ik dat deel eigenlijk nooit gebruikte. Waarvoor zou je? Ik begon me nu af te vragen waar het stuk voor diende. Als alternatief voor een kaasschaaf is het te smal.
Misschien was het raadzaam na het eten gewoon een avondje niks te doen. En als er nou iemand belde? Stekker eruit? Nee, dat kan ik niet. Ooit een keer geprobeerd, maar daar werd ik zo onrustig van dat ik hem er halverwege de avond weer indeed. Geen kip belde. Zou het Voice-Mail systeem gewoon nog werken als je de stekker eruit trok? Het schijnt dat je gewoon hoort overgaan als een ander de stekker eruit heeft getrokken. En die Voice-Mail is niet telefoongebonden, maar telefoonnummer-gebonden, via een computer. Toch maar instellen dan? En dan vragen of Jesse even wilde bellen om het uit te proberen. Maar wat zou ik moeten zeggen? 'Hallo dit is de Voice-Mail van Emma'? Geen achternaam natuurlijk, straks belt er een of andere griezel, kan hij meteen mijn adres erbij zoeken. 'Ik ben er even niet'. Of gewoon zeggen dat je de stekker eruit hebt getrokken, haha, klinkt lekker aardig. Nee, maar niet doen.
Met een bord met afgeschrapte aardappels, eierdrab en eindelijk-ontdooide-spinazie, zonder kaas, liep ik naar de bank. Ik had nog geen hap gegeten of de deurbel ging. Ja, lekker rustig avondje....
Het bleek Daniëlle te zijn.
"O, zit je te eten."
Zonder er over na te denken was ik met bord en al naar de deur gelopen. Bij nader inzien een slimme zet.
"Zal ik straks komen?"
Nee, alsjeblieft, alsjeblieft, nee!
"Ja, dat is goed."
Wat zei ik nu?
"Hoe laat?"
"Met een uurtje ofzo."
"Zie ik je zo."
Terwijl ze wegliep moest ik de neiging onderdrukken om te roepen dat ik een rustig avondje wilde. Waarom had ik dan 'ja' gezegd? Sammie maakte gebruik van de nog openstaande deur om naar binnen te glippen. Ik staarde hem na. Hij heeft he maar makkelijk. Loopt om het even bij een van ons binnen, iedereen heeft wel wat brokjes voor hem, overal is een lekkere bank of stoel waar hij zijn dutje in kan doen, en als hij het genoeg vindt, zoekt hij een volgend huisje op. Ik vroeg me oud hij eigenlijk was. toen ik twee jaar geleden op het hofje kwam wonen was hij er in elk geval al.

"...hesse."
"Hallo, eet even je mond leeg voor je de telefoon opneemt."
"Ik wist dat jij het was."
"Hoe oud is Sammie?"
"Geen idee, hij woonde hier al toen ik kwam, dat is nu..."
"Zes jaar geleden."
"Ja, zoiets. ik geloof dat Karel hem hier heeft geïntroduceerd, tenminste, dat heb ik wel eens gehoord van weet-ik-veel-iemand."
"Karel is er wel het type voor, ja."
"Ja, eerst een kat nemen en dan zelf verhuizen. Maar goed dat hij niet weer in een gemeenschappelijk gedoe terecht is gekomen, anders zaten ze daar ook weer met een kat-zonder-Karel."
"Volgens mij heeft Sammie een gouden leven."
"Geef mij zo'n leven. Beetje scharrelen. Bij iedereen wat eten, wat vrijen."
Gelach aan de andere kant van de lijn verraadde het bezoek van tenminste twee andere jongens.
"Heb je visite?"
"Jeffrey en George."
Er klonk gemompel. Jesse hield zijn hand slecht op de hoorn. 'Lekker ding' hoorde ik zeggen, met een licht Engels accent.
"Heb je zin om ook te komen?"
Had de voorzienigheid me vijf minuten geleden Daniëlle gestuurd?
"Ik krijg zo zelf bezoek."
"Smoesjes!"
"Nee, serieus."
"Kan je je bezoek dan niet hierheen meenemen, de heren branden van verlangen om je te zien."
Waarschijnlijk hadden ze met z'n drieën al een kratje bier weggewerkt. Daarom reageerde Jesse niet bot op mijn vraag over Sammie's leeftijd. Zonder bier zou hij zeer waarschijnlijk hebben gezegd 'wat interesseert jou dan nou', of zoiets.
"Ik denk niet dat jullie behoefte hebben aan Daniëlle."
"Deniele gasten zijn niet gewenst, nee."
Daniëlle bleek een goed middel om Jesse in één klap te ontnuchteren.
"Wat moet je met dat kind? Daar is geen lol mee te beleven. Zit alleen maar te zeuren over haar problemen."
"Ze doet tenminste iets met haar verleden, dat kan je niet van iedereen zeggen."
Hij had wel een beetje gelijk, maar ik vond ook niet dat je haar maar links moest laten liggen. Even afgezien van haar problemen was het een lieve meid. Misschien wel te lief. Als je iets aan haar vroeg, om je te hlepen, of om geld te lenen ofzo, dan zei ze nooit 'nee'. Volgens mij kon ze dat niet. Een aantal mensen maakte daar dan ook gretig misbruik van. Niet eerlijk, maar als ze haar hart erover kwam uitstorten vond ik dat ze gewoon harder moest zijn, en vooral niet steeds zeuren over hetzelfde. Ja, daar had Jesse wel gelijk, ze zeurde zo.
"O, en ik heb toch zooooo vreeeeeselijk veel probleeeeemen."
"Jesse..."
"Wat?"
"Laat maar."
"Oké,  hoi."
Hij had al opgehangen voor ik nog iets terug kon zeggen. Sammie had de plek waar ik net gezeten had ingenomen. Hij lag zo lekker dat ik besloot op een stoel aan tafel te gaan zitten. Ik probeerde de inmiddels koude spinazieprak weg te werken. Na vier of vijf happen stopte ik ermee omdat ik bijna moest kokhalzen. Weg met die viezigheid. Spinazie kon je niet opwarmen. Of althans, het kon natuurlijk wel, maar dan werd het nitriet nitraat, of andersom, en dat was niet erg gezond. Ik schraapte mijn bord leeg boven de vuilnisbak en spoelde het af. Werktuigelijk begon ik koffie te zetten. O, Daniëlle, heb je me nou gered, of niet? Van twee kwaden had ik nu waarschijnlijk de minst erge.


(wordt vervolgd)

Mariken

dinsdag 24 april 2012

't Ongekend - IX

(vervolg)


** donderdagavond **

"Niets beter dan met je handen in de aarde wroeten als je het allemaal even gehad hebt."
Jesse stond plotseling naast me in een dreigende houding. Even dacht ik dat ik flauw ging vallen van de schrik. Toen stroomden de tranen over mijn wangen. Jesse snoof hooghartig. Hij vond me ongetwijfeld een aansteller. Zoals alle vrouwen aanstellers waren in zijn ogen. altijd maar janken en zeuren. Tot ze hun zin krijgen. Had hij dt niet gezegd toen Suzanne zo gehuild had om de dood van haar opa? Hij kon zo ontactisch zijn. De tranen stopten even ploteseling als ze begonnen waren en maakten plaats voor een haast ondragelijke agressie. Het liefst was ik opgestaan en had ik Jesse een klap in zijn gezicht gegeven. Maar ik beheerste me. Of beheerste ik mezelf juist niet en bleef ik daarom gehurkt zitten? Alsof hij zijn macht over mij voelde bleef Jesse daar maar staan. doe iets, dacht ik, doe iets, zeg iets, schreeuw, gil, huil voor mijn part, maar blijf daar niet zo passief staan wachten tot ik iets doe. Goed of slecht.
In gedachte zag ik mijn vader op een meter of drie voor me. Hij zei niets, maar keek me alleen maar aan. In zijn hand de foto die ik met Marit had laten maken. We waren samen Amsterdam in gegaan. Hoe lang was het geleden? Tien jaar zeker. O, wat deed het pijn, deze herinnering. Die koude blik van hem. Wat deed ik toen? Een vlaag van misselijkheid ging door me heen en weer stonden de tranen in mijn ogen. Ik staarde naar de bloemen die ik net uit het onkruid tevoorschijn had getoverd en plotseling begreep ik waarom ik het me herinnerde. Toen mijn vader aan kwam lopen met die foto had ik ook zo zitten zwoegen om dezelfde bloemen heen. De lievelingsbloemen van mamma, juffertje-in-'t-groen. De dreiging die van Jesse uitging was weggevallen, ik was nu in staat me zo te draaien dat ik hem vanuit mijn lage positie kon aankijken.
"Ze zeiden op mijn werk dat je gebeld had."
Dat was waar ook. Hoe laat was dat ook weer geweest en waarom? Ik dacht aan de lunch met Harry. Het was nogal uitgelopen. Ik geloof dat we ruim twee uur weg waren geweest. Wanneer had ik Jesse gebeld?
"Het liep nogal uit bij een adresje, en ik had je nummer niet."
Er viel een lange stilte.
Weer zag ik mijn vader staan. Maar nu veel minder dreigend. Ik wist dat ik veilig was, want Jesse stond naast me. Hij zou me beschermen.
"Waarvoor belde je?"
Het was belangrijk, maar ik kon er echt niet meer opkomen.
"Ik ben het kwijt. Trees is weg bij Harry, je weel wel, die collega van mij die we tegenkwamen bij die rare film, met die tekenfilmdingetjes."
"Zal wel."
"We hebben geluncht en .... o ja, nu weet ik waarom ik je belde. Ze zeiden op mijn werk dat er een Chris gebeld had. Aan het begin van de week. Ze had gezegd: 'zeg maar dat Chrissie heeft gebeld, dan weet ze wel genoeg', dus dat moet onze Chris zijn geweest."
Wat klonk dat idioot, 'onze' Chris. Hoe lang had ik haar al niet gezien. En Jesse? Voor hem was het toch wel vijftien jaar geleden. Vijftien jaar, hoe kon dat? Vijftien jaar je bloedeigen zus niet zien. Nee, dat kon toch niet. En toch had ik haar zelf ook al heel lang niet meer gezien. En waarom, waarom eigenlijk? Om Jaap? Om onze vader? Als ik dit van een ander zou horen, zou ik het belachelijk vinden. Je zusje, je kleine lieve zusje tien, vijftien jaar niet zien, alleen omdat je vader... ja wat eigenlijk?
Nog nooit had ik zo getwijfeld aan mijn beslissing, nog nooit had ik me zo overweldigd gevoeld door schuldgevoel. Tien jaar. Chrissie, Chrissie, sorry. Maar ik kon toen echt niet anders, Chrissie, sorry, echt niet.
Ook raar dat ik degene die het minst 'schuld' aan mijn beslissing had gehad zo lang niet had gezien, gesproken. Al was het maar een brief. Maar had ik haar niet geschreven, in het begin? Ik hoorde nooit iets van haar. Hoe oud was ze toen? Acht? Via oma kreeg ik nog wel eens de groeten van haar. Speelde het leeftijdsverschil mee? Of was Chrissie compleet anders? Zou ze op Natasja lijken? Raar, die was ik toen nog een keer tegengekomen. Met Jaap nog wel. Als een soort echtpaar liepen ze op de boulevard van Scheveningen. Ik had ze zelf niet eens gezien, zij sprak me aan. Ik probeerde me te herinneren waar dat gesprek toen over ging, maar er kwam geen woord terug. Volgens mij ging het nergens over. Natasja babbelde een eind weg en Jaap keek naar me. Wat dacht hij toen? Dat ik op mamma leek? Hij keek verdrietig, maar was dat omdat hij treurde dat het zo gelopen was, of betreurde hij mijn leven. Waarvan hij niets wist, maar voor zijn idee leek het ongetwijfeld op de foto met Marit. Ach Marit, wat heb je veel voor mij betekend!
"En daarvoor bel je me op mijn werk?"
Ha Jesse, leuk dat je er ook bent, waar ging het gesprek ook al weer over?
"Halloooo!"
Het leek of hij nu echt kwaad was. Hallo? Ik heb ook nog een naam hoor. Misschien kan je die gewoon eens gebruiken. O, wat zou ik hem niet allemaal aan willen doen. Had mijn vader dan toch gelijk toen hij hem sloeg, vroeger? Je kon echt gek worden van Jesse. Nee, het was niet rechtvaardig. Het was een botsing van twee karakters die in wezen waarschijnlijk veel en veel meer op elkaar leken dan beiden wilden weten. Wilden? Willen! Nog steeds niet willen weten.
Boven klonk een snuivende ademhaling. Ongeduld! had ik willen roepen, maar ik zuchtte diep en zei dat ik niet meer wist waarom ik belde.
"Wakker ding. Daarnet zei je nog dat het was omdat Chrissie naar je werk had gebeld."
"O ja, ik vroeg me af of ze jou eerder of later had gebeld."
"En daarvoor val je mij lastig op mijn werk. Dat heeft toch geen enkel belang."
"Voor mij wel!"
"Weet ik veel, dinsdagavond ofzo."
"Oké."
"En nu, wat moet je met die informatie? Wil je weten of je lieve zusje jou soms eerder heeft gebeld? Ja, dat heeft ze, dat had ik je ook wel meteen kunnen vertellen. Maar ja, je vroeg er niet om, dus hoe kan ik weten dat dat van belang was."
Mijn handen jeukten.
"Je hoeft heus niet bang te zijn dat ik belangrijker ben dan jij, voor onze 'lieve' familie. Trouwens, dat mormel kent mij amper."
Ja, wat wist Chrissie van Jesse? Ze was een jaar of drie toen hij wegging. Nog één keer was hij thuis gekomen. Toen Jaap en Inge naar Amsterdam waren gegaan om met hem te praten. Hij had ingestemd met de afspraak, maar alleen om er zeker van te zijn dat zij dan niet thuis zouten zijn. Zodat hij nog wat spullen kon komen ophalen. Twee vrienden had hij meegenomen, ze hadden een busje geleend van het werk van één van hen. Natasja paste op Chrissie.
Ik was met Marit naar de film geweest en we waren op weg naar huis. Bij het stoplicht achter de filmzaal had iemand naar ons getoeterd. 'Het is Jesse', fluisterde Marit naast me. Werktuigelijk had ik mijn hand opgestoken, het drong op dat moment niet tot me door. Pas toen hun licht op groen was gesprongen en ze vlak voor ons langs moesten rijden richting de snelweg zag ik hem zitten, achter het tweede raampje. Hij grijnsde alleen nog maar.
In mijn herinnering rijdt het busje vlak voor me langs, maar als ik bedenk hoe het kruispunt daar in elkaar zit moet er minimaal vier of vijf meter tussen hebben gezeten. Toen ik thuis kwam was Jesse's kamer praktisch leeg. De kast stond er nog, maar er hing niets meer in. het bed was weg, het lage tafeltje.
Aan de muur hingen nog twee vergeelde posters, de rest bestond alleen nog in mijn hoofd. De andere posters hadden lichte plekken achtergelaten. De leegte was immens.
Natasja, die me had gevolgd vanaf mijn binnenkomst, zag spierwit. Chrissie krijste in haar bedje. Een paar seconden bleven we onbeweeglijk staan. Ik in de deuropening en Natasja wijfelend tussen mij en Chrissie.

Jesse was naar zijn huisje geslenterd en ik had zonder nadenken het tuingereedschap in de emmer gestopt en die in de kast gezet.

Chrissie. Waarom had ze gebeld? Waarom nu?


(wordt vervolgd)

Mariken

woensdag 11 april 2012

't Ongekend - VIII


(vervolg)


Het werd erg stil op de 3e. Het leek wel of iederen van buiten wist wat voor stemming er heerste, want zelfs de telefoons gaven geen kik. Ik liep naar boven om van Chris te horen hoe het was gelopen de afgelopen dagen en op dat moment drong het tot me door waarom het zo stil was. De lieverd had de telefoons omgezet naar het antwoordapparaat. Kennelijk waren ze boven ook een beetje ondersteboven. Harry en Trees, dat was het gouden stel, die zouden nooit uit elkaar gaan, dat wist je gewoon zeker. Het moest een foutje zijn geweest. Die rotkerel moest haar zo hebben ingepalmd dat ze zichzelf niet meer was. Terwijl Chris druk bezig was kopietjes te draaien liep ik naar hem toe.
"Tof van je, van dat antwoordapparaat."
Hij schudde zijn hoofd.
"Hoe is het mogelijk, meid, zo'n schat van een kerel, en zo'n lief meissie. Meidje, ik ben er echt helemaal kapot van. Als dat al mis kan gaan, wat is er dan nog bestendig?"
Door zijn reactie wist ik niet meer wat ik boven kwam doen. Ik zuchtte maar een keer diep ten antwoord aan Chris en liep weer naar de trap. Daar begon mijn geheugen weer te werken, wat had ik toch? Was het mijn avontuurtje - dat nogal werd uitvergroot door mijn reisgenoten - of was het Chrissie, waardoor mijn gedachten niet meer te ordenen leken? Ik kwam er niet uit en liep opnieuw naar Chris. Hij keek op van zijn werkzaamheden en staarde een tijdje naar me.
"Hoe is het met de aanvragen gegaan?"
"Geen problemen. Wat ik heb afgehandeld zit in dit gele mapje, de openstaande aanvragen zitten in deze blauwe."
Ik nam beide mapjes van hem aan en wilde weer terug lopen naar beneden.
"Oja, er was nog voor je gebeld. Ene Chrissie. Maandag geloof ik. Ze was een beetje vaag en zei alleen dat ik haar naam maar moest doorgeven. Dan wist je wel genoeg."
Ja, ik wist zeker genoeg. Niet alles, maar voor nu even genoeg. Beneden besloot ik Jesse te bellen om te vragen wanneer ze hem had gebeld. Om te weten of ze mij eerder had gebeld. Nee, vast niet, hoe kwam ze aan mijn telefoonnummer. Waarschijnlijk van Jesse. Maar dat was ook niet logisch. Jesse moet haar verteld hebben dat ik in Parijs was, dus het was onzin om mij dan te gaan bellen. Of zou hij zo verward zijn geweest van haar telefoontje dat hij dat vergeten was te zeggen?

"Ik zal doorgeven dat je gebeld hebt. Hij heeft een klus in West, ik verwacht hem pas tegen een uur of vier. Maar mocht hij naar kantoor bellen, dan vraag ik of hij je eerder belt. Heeft hij je nummer?"
"Ja, volgens mij wel."
Terwijl ik de hoorn op het toestel legde besefte ik dat hij dat zeer waarschijnlijk niet had in West. En hij zou het vast niet uit zijn hoofd weten. Thuis had hij een of ander rommelig lijstje met telefoonnummers, of eigenlijk, meer een verzameling vodjes waarop soms alleen een nummer stond, of een naam met onleesbare kriebels erbij die kennlijk cijfers voorstelden. Ik heb hem wel eens gevraagd waarom hij die dingen niet uitzocht, je wordt toch knettergek van zoiets? Maar toen hij kwaad werd en mij een regeltut noemde heb ik verder mijn mond maar gehouden. Tussen die vodjes lag er één met mijn naam en werknummer. Ik had voor hem de naam van het bedrijf er nog bij vermdel, anders zou het aan deze en gene nog hebben doorgegeven als mijn privénummer. Daar zag ik hem althans wel toe in staat.

De laatste tree ging mis door mijn gemijmer. Dat wil zeggen; ik dacht dat ik nog een tree moest, maar stond al op de vloer. Daardoor kwam mijn voet nogal hard neer en voelde ik een scheut in mijn knie. Ai, dat deed echt zeer.
"Wat doe je?"
"Foutje, ik dacht dat ik nog een tree moest."
"jij bent er ook niet helemaal, hè, met je nachtmerrie? Ik wou net een tweede bak nemen, kan ik jou plezieren?"
"Graag."
Ik ging op mijn stoel zitten en wreef over mijn knie. Wat een rotgevoel. Het was me bij mijn vader thuis wel een paar keer andersom gebeurd. Dat ik bij het omhoog gaan dacht dat ik nog een tree hoger moest en mijn voet geen bodem voelde, maar dit deed meer zeer.
Harry kwam terug met thee en koffie.
"Tell me."
Zonder nog te kunnen stoppen vertelde ik hem over mijn nachtmerrie en waar de beelden vandaan waren gekomen, voor zover ik dat kon begrijpen. De Franse film, Chrissie die gebled had, mijn verhouding vroeger met mijn vader en Natasja. Inge, die geprobeerd had de plaats van mijn moeder in te nemen.
Terwijl ik het vertelde leek het net of ik als toeschouwer erbij stond, of ik het niet echt vertelde, of het niet mijn verhaal was, maar fictie. Zoals je iemand vertelt over een film die je gezien hebt die indruk heeft gemaakt.
"Wat dacht je van een lunchafspraak hier om de hoek?"
Harry had duidelijk ook behoefte om even weg te zijn van kantoor. Ik ging accoord. Nog een uur op de automatische piloot en we waren even vrij. Maar waarvan?

(wordt vervolgd)

Mariken

dinsdag 10 april 2012

't Ongekend - VII

(vervolg)


"Wat een stilte hier."
Het Parijs-verhaal was blijkbaar verteld, want drie collega's kwamen de trap af. Ik zag dat het inmiddels kwart voor tien was. Ze hadden behoorlijk wat tijd nodig gehad.
"Waarom was je er niet bij om te vertellen? Jij hebt toch juist het grootste avontuur beleefd?"
"Moe."
Het was een slap excuus, maar het schouderophalen van Frank maakte duidelijk dat het afdoende was. Hij was waarschijnlijk murw gepraat door de anderen en hoefde niet van mij ook nog een verhaal aan te horen. Ik grinnikte om mijn eigen gedachten.
"Wat?"
"Binnenpretje, niet om jou."
"Hm."
Wat een boeiende conversatie weer.

Hellen kwam nu ook beneden.
"Hé, Har! je hebt onze verhalen gemist."
"Hm."
Ik draaide me om naar Harry en het viel me nu pas op dat hij er niet erg jovel uitzag. Ik was zo bezig geweest met mijn eigen zorgjes.
"Gaat het wel goed met je?" vroeg Hellen bezorgd.
Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan, waarom had ik het niet gezien? Harry zou het nooit  uit zichzelf vertellen als hij ergens mee zat, of het moest met het werk te maken hebben. Nou ja, ik had zelf dan ook een behoorlijke tik moeten verwerken met die mededeling van Jesse over Chrissie.
"Trees is bij me weg."

Een kort moment heerste er complete stilte, slechts onderbroken door het gezoem van de apparatuur. Met zijn vijven keken we Harry geschokt aan. Hellen wist het beste hoe ze de stilte moest verbreken.
"Zomaar ineens?"
Ze trok een stoel tegenover het bureau van Harry. Weer die stilte.
"Zomaar. Nou ja, voor mijn gevoel wel."
"Maar gisteren...?"
Harry knikte zachtjes een paar keer met zijn hoofd. ik kon zijn blik niet zien, maar het was alsof ik die weerspiegeld zag in het gezicht van Hellen.
"Ja, ik weet het niet, we waren naar dat eethuisje gegaan. Toen we voor het raam stonden te kijken hoe druk het was, trok ze opeens wit weg. Ik had nog steeds niet in de gaten, dacht dat ze een migraine-aanval kreeg of zoiets. Je hoort dat toch wel eens, dat dat heel plotseling kan komen?"
Vijf hoofden knikte, zonder veel overtuiging. Diep triest klonk Harry zijn stem. Het was zoals je bij een boek of film kunt hebben. Zonder dat iemand je iets verteld heeft, weet je wat het volgende moment gaat brengen. Je voelt de spanning die is opgebouwd. Harry heeft de stem als van een goede acteur. Als hij iets vertelt moet je luisteren en je voelt waar zijn verhaal heengaat, en je zal daar niet aan kunnen ontsnappen.
"Als in een droom zie ik het beeld nog voor me. In het eethuis stond iemand op die ik niet kende. Nog was er voor mij niets bijzonder en ik vroeg Trees of ze naar huis wilde. Of ze hoofdpijn had. Op dat moment stond de jongen buiten. Hij keek naar Trees en Trees naar hem. Hun blikken..."
"Nee", fluisterde Hellen, geheel verbouwereerd.
"Ja", antwoordde Harry.
"'Sorry Hartje', zei Teresa naast me, 'sorry'. Ik was zo stom om nog steeds niet goed te beseffen wat hier aan de hand was. Ik wilde het niet weten."
"Logisch", mengde nu ook Frank zich in het gesprek.
"Dat zo nog 'Hartje' tegen me zei, dat deed achteraf het meest zeer."
"Mijn hemel", zuchtte Hellen.
"En toen?"
Frank kon dingen nog wel eens ietwat ontactisch zeggen, maar het werkte vaak wel.
"Toen heeft ze verteld dat ze al langere tijd een relatie had met hem. Oscar heet die eikel. Sorry hoor. Ik werd razend. Echt waar. Ik wist niet waar ik het vandaan haalde, maar ik werd zo ontzettend kwaad. Op hem, op haar. Mijn vertrouwen was compleet de grond in geboord op dat moment. Hoe had ze me zo kunnen bedriegen? En hoe kon het dat ik echt niks, gewoon geen ene moer, helemaal niks in de gaten heb gehad? Het liefst was ik ter plekke in de gracht gesprongen met een blok aan mijn been, maar ik bedacht me dat er wel een waardiger einde bnestond dat zo'n vieze stadsgracht. Echt, jongens, ik heb daar staan vloeken en tieren als een razende. Ik ging compleet door het lint. Twee jongens van het eethuis kwamen naar buiten gesneld en die hebben me mee naar een achterkamer genomen. Kennelijk wisten ze al wat er gaande was, want ene, die blonde, je kent hem wel (dit zei hij tegen Hellen) zei tegen me: 'Kerel, ik vind het echt vreselijk wat je nu overkomt, maar zo gaat het in het leven. Maak het niet erger voor jezelf dan het is, door agressief te worden.'"
De herrinering werd Harry even te veel. Als een echte man vocht hij tegen zijn tranen, hoewel ik hem nog meer en echte man had gevonden als hij die de vrije loop zou hebben gelaten.

Op dat moment kwam Tina naar beneden. Ze had uiteraard niet in de gaten dat er een mineurstemming hing en liep zingend de trap af. Toen ze bij de onderste treden was aangekomen, vanwaar je ons kan zien zitten, stond ze abrupt stil. Met open mond staarde ze ons aan.
"Is hier een dominee langs gekomen of is het ernstiger?" vroeg ze lief.
"Trees is er vandoor met een ander", vertelde Frank plomp.
"Trees?"
Frank knikte.
"Met... met een ander?"
Nogmaals een knik.
"O Harry, wat erg. Wat vreselijk erg."
Tina kon haar medeleven meestal niet zo goed onder woorden brengen, maar het was altijd volledig gemeend. Ze was iemand met een grote mond en een klein hartje. Hoewel ik moet zeggen dat ik dat altijd een rare uitdrukking heb gevonden, want in feite heb je juist een groot hart, maar dat zal wel aan mij liggen.
"En wat nu? Wanneer is het gebeurd? Blijf je nou in je pandje wonen?"
Dat was Tina, een spervuur van vragen. Niet uit nieuwsgierigheid, hoewel mensen die haar niet goed kenden het wel vaak zo opvatten, maar uit onzekerheid.
"Hij heeft net het een en ander verteld, dus ik denk dat we nu maar even een ander onderwerp moeten aansnijden."
Tina knikte naar Hellen en sloopt stilletjes terug naar boven. We hoorden haar op zachte toon met Chris en Anneke praten.


(wordt vervolgd)

Mariken

zondag 8 april 2012

't Ongekend - VI

(vervolg)


De wekker gaf zeven uur aan, elk moment kon hij afgaan. Maar ik was te versuft om dat ten volle te beseffen. Wat een nachtmerrie! Terwijl ik me alles uit mijn droom zo goed mogelijk probeerde te herinneren begon het door merg en been snijdende gezeur van die rot-wekker. Toch was ik de eerste minuten (het kunnen ook seconden geweest zijn) niet in staat te bedenken hoe dat ding uit ging. Als een wezenloze staarde ik ernaar. Langzaam kwam ik tot mijn volle besef; het was donderdagochtend, zeven uur, de wekker ging af, ik moest zo naar mijn werk!

Eenmaal bij mijn positieven ging de routine vrij vlot. Kopje thee, plakje ontbijtkoek, brood klaar maken. Waar waren de plastic zakjes gebleven? Die had ik zeker op gemaakt voor ik naar Parijs ging. Ik kon het me niet meer herinneren. Gelukkig had ik een rol huishoudfolie, daar moest het maar in.

Om acht uur liep ik de vijf minuten die nodig zijn om te komen waar ik wezen moest. De deur was open, in de hal waren drie jongens van beneden bezig een verse lading kleding in hun pand te dumpen. Zeker weer een zwart partijtje op de kop weten te tikken, dacht ik wantrouwig. We mompelden 'hai' tegen elkaar en ik stapte in de lift naar de 4e. Schommelend deed die zijn werk. Boven zaten Anneke en Chris koffie te drinken.
"Emma!" zei Chris, net iets te vrolijk als altijd.
Nee, ik heb niets tegen hem persoonlijk, maar die gelikte aardigheid, daar krijg ik af en toe de koude rillingen van op mijn rug. En zeker op een dag als vandaag!
"Kopje thee? Je ziet er nog niet helemaal uitgerust uit, lieverd."
"Graag", kwam er nog net uit, maar het was wel gemeend.

Na een minuut of tien kwam Hellen binnen, kort daarop gevolgd door Tina. Ze zagen er ook niet erg florissant uit.
"Bhonsjoe, dar ebbe wij lessotre madams."
Anneke was de enige van ons vieren die nog iets kwieks had. Hoe speelde ze dat klaar? Via de trap waren intussen nog een aantal collega's binnen gekomen die niet aan de slag wilden eer wij ons ganse Parijse avontuur hadden verteld. Natuurlijk werd 'mijn' Fransoos uitvoerig beschreven, vooral door Tina. Het werd zwaar overdreven, maar ik had geen zin om er zelf iets over te zeggen. Toen mijn kopje leeg was stond ik op om aan de slag te gaan, laat hullie het maar vertellen, dan kan ik lekker in mijn stille hoekje kruipen.
Omdat een ieder aan de lippen van Tina hing, viel het in eerste instantie kennelijk niet zo op, want om een uur of negen was er nog niemand naar de 3e gekomen, terwijl het gekakel van Tina en Anneke via de trap als een waterval naar beneden stroomde. Het deed me denken aan die droom van vanochtend. Het water dat omhoog kwam. Zou het een symbool zijn van iets uit mijn onderbewustzijn?
Ik ging zo op in de droom dat ik Harry niet had horen binnenkomen. Hij was met de lift direct naar de derde gegaan, aangezien hij wat later was. Hij was ook niet het type die eerst een half uur tot een uur met zijn collega's bij een kop koffie of thee moest bijkletsen. Soms op maandag, om niet meteen te hoeven beginnen, maar verder vond hij het wel best zo.

"Morge."
Daar ik zo diep in gedachten was voelde ik me betrapt toen hij naast me stond.
"Kwaad geweten?" vroeg hij verbaasd en geamuseerd.
"Nachtmerrie."
"Ach zo, tja, dan moet je eerst even bijkomen. Wil ik wat drinken voor je halen?"
Als ik in mijn goede doen was geweest had ik gezegd dat ik niet wist of hij dat wilde, maar nu kon ik alleen maar 'ja' knikken.
Vijf minuten later kwam hij terug van boven.
"Wat een teutebellen, zeg" mompelde hij.
Dat het niet zo goed klikte tussen Harry enerzijds en Tina en anneke anderzijds was algemeen bekend, maar om hem nu niet in verlegenheid te brengen deed ik alsof ik hem niet had verstaan.
"Sorry?"
"Nee, niks, ik mompelde wat voor mezelf."

(wordt vervolgd)

Mariken

vrijdag 6 april 2012

't Ongekend - V

(vervolg)

 ** donderdagavond **

Een geel licht scheen door de kamer, waar kwam het vandaan? En waar was Sammie gebleven? Een vreemde hond zat naast mijn bed en staarde naar me, hoewel ik tegelijk besefte dat ik bij Jesse in de bruine stoel zat. Hé, vreemd, het was Sammie, hoe kon die zo opeens een hond zijn geworden?
Terwijl ik het zag verdween de rechtermuur van het vertrek waar ik zat en kwam mamma aanlopen. Ik liep naar haar toe, maar we vorderden allebei niet echt. We liepen op een rolband zoals in Parijs, maar allebei een andere kant op. Hoe kon ik ooit bij haar komen, dacht ik paniekerig. Ze schreeuwde dat ik rustig moest blijven, terwijl haar eigen stem dezelfde onrust verraadde.
"Rebekka, Rebekka, blijf daar."
Ik moest steeds harder lopen om tenminste op dezelfde plek te blijven.
"Mamma", voelde ik mijn eigen stem proberen, maar er kwam geen geluid uit mijn keel.
"Rebekka, blijf daar."
Wat raar, ze wist mijn naam niet eens meer. Hoe lang had ik haar al niet gezien?
Opeens stond Chrissie naast haar. Ze had twee staarten met strikjes erin. Ze was vijf jaar. Zodra ik haar zag wist ik dat ze gisteren jarig was, we hadden appeltaart gegeten met Franse kaas. Wat een rare combinatie, wie had dat nou weer bedacht? Chrissie zelf zeker, ze had wel meer van die gekke dingen.

Inmiddels was ik boven aan de ladder gekomen en klom in de dakgoot. Toen ik achterom keek zag ik dat het water langzaam naar boven kwam. De ladder begon in de modder weg te zinken. Gelukkig, ik was net op tijd. Nu begon ook het huis te zinken. Ik probeerde weer te schreeuwen, maar de man die achter me stond blafte me af en zei dat ik mijn kop moest houden.

Links ging de zon onder in het water, dat nu de gehele oppervlakte bedekte. Ergens in de verte dreef een bootje. Het was al bij de horizon toen ik zag dat Nicole erin zat, de beste vriendin van Natasja. Om de vijf minuten dook ze het water in. Was Natasja verdwenen?
"Hai Emma", klonk het achter me.
Daar stond Natasja opeens. Ik wilde haar zeggen dat Nicole haar zocht, maar toen ik me nog een keer omdraaide was het Inge.
"Waar is pappa?" vroeg ik haar.
"Die is terug bij je moeder" zei ze hatelijk en ze krabde me in mijn gezicht.

De bioscoop was kleiner geworden dan toen we naar binnen waren gelopen, maar het gaf wel een veilig gevoel, omdat ik wist dat Inge verpletterd zou worden als ze bleef. Ze moest kiezen tussen vechten met mij of nog snel door de deur. Dat krijg je als je drie meter breed bent, dacht ik wraakzuchtig. Terwijl Inge wegvluchtte kwam Chrissie naar beneden. Ik wist niet precies hoe ze dat gedaan had, maar het maakte me niet zoveel uit op dat moment. Ze had nog steeds de staarten in, maar ze zaten een beetje vreemd op haar hoofd.
"Chrisse, wat is er met je haar gebeurd?"

"Geen paniek, Rebekka" zei mijn vader.
Verdorie, hij was ook al vergeten dat ik Emma was.
"Ik ben niet Rebekka."
"Ecoute", brulde mijn vader, die verdacht veel leek op de hoofdrolspeler uit de bioscoopfilm van daarnet.
"Ecoutez!"
Ik moest weg, want hij wilde me slaan, maar er was geen ontsnappen meer mogelijk. Het water stond nu zo hoog dat we samen op de nok van het dak stonden te balanceren. Mijn vader had stevige schoenen aan, die speciaal gemaakt waren om op de nok te staan, maar zelf had ik blote voeten. Met elke stap die hij dichter bij kwam, probeerde ik harder te schreeuwen, maar het leek wel of iemand achter me stond die mijn keel dicht kneep.

"Jesse, Jesse, help me dan toch."
Waarom was hij weggegaan? Nu stond ik er echt helemaal alleen voor.

Pijnscheuten in mijn voeten deden me wankelen en ik viel in het water. Het was hard.

(wordt vervolgd)

Mariken

woensdag 4 april 2012

't Ongekend - IV

(vervolg)


De telefoon haalde me uit mijn mijmeringen over vroegere vriendjes. Ach, wat had het voorgesteld, maar toen was het mijn hele leven. Geweldig, een beetje zoenen bij het hek, of in de bioscoop. En dan uitgebreid verslag doen aan vriendinnen over hoe de avond was verlopen, wat hij allemaal had gezegd en niet gezegd. En natuurlijk vooral het keuringscijfer voor zoenen. We hielden daarover een uitgebreide lijst bij. Stel je voor zeg dat iemand van hun dat boekje zag en het in verkeerde handen kwam, ik zou me doodschamen. Zou iemand het nog hebben? Ik zag zo de groezelig geworden blaadjes voor me, met onze verschillende handschriften: de ronde letters van Lisa, de hanepoten van Mirjam, mijn eigen rommelige kriebels.
"Joho."
"Hallo?"
"Huh."
"Spreek ik met mevrouw Boot?"
Oeps, foutje, ik zat zo met bekenden in mijn hoofd dat ik gewoon mijn naam niet had genoemd.
"Ja, dat klopt."
Door de officiële manier van aanspreken was ik in een klap weer terug in het dagelijkse leven. Ik herinnerde me de cappuccino van vanochtend, dat Chris zou komen, Marjan, de bakker, Parijs zelfs.
"Wij hebben een speciale aanbieding voor u. Een verzekering van alles in één. Uiteraard alleen met dingen die voor u persoonlijk van belang zijn. zou ik u mogen vragen of u een auto heeft?"
"Nee."
Totaal overrompeld antwoordde ik nogal bot.
"Bent u getrouwd? heeft u kinderen, huisdieren, juwelen..."
Zonder dat ik het me volledig bewust was, werd ik compleet uitgehoord door een wildvreemde man. Omdat ik niet veel heb of ben volstond een kort 'nee' op bijna alle vragen. Tot hij begon te informeren welk ondergoed ik droeg, welke merken, wat mijn favoriete stoffen waren op dat gebied, katoen, kant, de kleur. Voor de tweede - of was het al de derde - keer werkten mijn hersens op volle kracht om zich bewust te worden van wat eraan de gang was. Bah dit was een hijger. In een reflex smeet ik de hoorn erop. Helaas eerst naast de plek waarmee de verbinding kon worden verbroken, zodat ik zijn stem nog hoorde. Was dit toeval, of had ik het over mezelf afgeroepen met mijn gemijmer over mijn jeugdzondes?
Weer ging de telefoon. Vol agressie nam ik op.
"Hallo."
"Hai Emma, met Suus, zeg je tegenwoordig je naam niet meer? Hoe was het in Parijs? Ben je al een beetje bijgekomen?"
Opgelucht stond ik Suzanne te woord en deed uitgebreid verslag over mijn lange weekend Parijs, nadat ik haar eerst over de hijger verteld had.
"Heb je zin om wat te drinken bij Vertigo, het is zulk mooi weer?"
We spraken af bij de ingang van het Vondelpark aan de kant van het Leidseplein en een half uurtje later slenterden we naar het terras.
"O nee, ik heb helemaal geen geld bij me."
Weer dat schuldgevoelachtige van vanomorgen.
"Geeft niet joh, ik heb genoeg, en ik heb je uitgenodigd, dus is het niet meer dan reëel dat ik je drankjes betaal."
Drankjessss, ze was nogal wat van plan.
"Ja maar ik moet ook nog eten kopen voor vanavond."
"Hoezo? Heb je haast? Zang-les-gaat-niet-door-mop-je."
Suzanne was een kei in het nadoen van mensen. Juffrouw Van Dijk van zangles was echter een van haar toppers. Omdat ik nog steeds behoorlijk moe was kon ik niet meer ophouden met lachen. Elke keer als ik naar Suzanne keek schoot ik weer in de lach.
"Mens, wat heb je toch?" vroeg Suzanne, nu ook gierend van de lach.
"Moe, sorry."
"Nou, daar hoef je je niet voor te verontschuldigen, dat lijkt me nogal logisch met zo'n avontuur achter de rug."
Licht argwanend keek ik haar aan, wat wist zij? Had ze ook alles al gehoord over mijn Franse 'vriendje'?
"Ja, ik kwam Marjan tegen", zei ze met een grijns.
"Hallo, wat gaat er over mij rond zeg. Er is nauwelijks wat meer gebeurd dan een Fransoos die maar niet ophield met zeuren over mijn prachtige diepe blik. Ja, ik zou het nu eigenlijk in het Frans moeten vertellen, maar dat was het enige wat ik van zijn verhaal gevolgd heb. Dat rappe Frans volg ik niet, hoor. Nooit gedaan eigenlijk. Op school schreef ik altijd geweldige zinnen op met dictee, maar waar het over ging wist zelfs de lerares niet. Hoger dan een 2 ben ik geloof ik niet gekomen."
Ons gelach stak de mensen aan het tafeltje naast ons een beetje aan. Of kwam het omdat wij meiden waren en zij jongens? Poeh. Na Parijs had ik het voor tien jaar gehad met die oelewappers die 'man' schijnen te heten. Laat ze zich eerst zo gedragen. Volwassen, bedoel ik. Bestonden die eigenlijk wel, volwassen mannen? Ik vroeg het aan Suus. Ze keek me ernstig aan, maar ik zag dat het gemaakt was. Na een lange korte-stilte krulde ze haar lippen en schudde haar hoofd een beetje van 'nee'. Ze boog haar hoofd daarbij een beetje achterover in haar nek en staarde naar de boomtoppen. Toen zette ze haar vinger tegen haar neus en zei kort:
"Nee, niet dat ik weet."
Ze keek me weer aan en we gierden het uit. Net als Jesse waren de heren naast ons niet zo enthousiast over deze vrouwelijke eigenschap en ze vervolgden hun gesprek weer op de serieuze toon waarmee ze het voerde toen wij aan kwamen lopen.
"Wat je net zie, over die bougies, ik vraag me af of je gelijk hebt, hoor..."
Nog een keer keken Suzanne en ik naar elkaar en toen had ik het gevoel dat ik erin bleef. Ongelofelijk, heerlijk ook, dat je om niks zo hard kon lachen.
"Ik moet eeeeeven weg, die kant op."
"En ik denk dat ik eeeeeeven met je mee moet."
De serveerste, die net onze kant op kwam lopen om de bestelling op te nemen, haalde haar schouders op. Op de gang - na het hoognodige bezoek - besloten we bij de bar wat te bestellen.
"Heb je ook lekkere trek?"
Even later liepen we met ons drinken en een bak nacho's-met-extra-saus terug naar het terras. Ons tafeltje was inmiddels bezet en we konden alleen nog aanschuiven bij de banken. Met tussen ons in de goederen der genot bespraken we het weer en de mensen op inline-skates, of hoe die dingen ook mogen heten. Levensgevaarlijk volgens ons. Maar misschien, dachten we, waren we gewoon te bang om het zelf eens te proberen.

Haast ongemerkt zat ik met een bord eten op het terras. Suzanne had de kaart gevraagd, we hadden allebei besteld en pas toen ik halverwege mijn eten was besefte ik opnieuw dat ik geen geld bij me had, op de paar centjes wisselgeld van de bakker na. Ik hield me stil, omdat het vervelend is om steeds over geld te praten. Wat zou het leven anders zijn als dat niet bestond! Er volgde nog een uitgebreid toetje en na de koffie rekende Suzanne af bij de bar.
"Kom, er schijnt een goede film te draaien in het filmmuseum, iets Frans, dat kan je vast wel aan nu."
Het was maar goed dat het de eerste voorstelling was, want na afloop kon ik nog net mijn ogen genoeg open houden om thuis te komen. Gelukkig was het niet al te druk en kon ik redelijk gemakkelijk via de Leidsestraat naar de Keizersgracht fietsen.


(wordt vervolgd)

Mariken

dinsdag 3 april 2012

Glasbak

Gedurende twee dagen kon ik werken voor een plaatselijke vigneron. De eerste dag, omdat mijn kind voor een keer tot en met maandag bij zijn vader bleef - normaal komt hij op zondagavond terug. En de werkdag zou vroeg beginnen. Om 7.15 bij de cave en om dan vanaf half acht het werkelijk werk.

Het werk was in de wijngaarden. Eerst met een apparaatje voorgevormde ijzerdraadje vastzetten, zodat de tiche - een roestig gedraaid ijzeren paaltje - aan het ijzerdraad vastgezet werd. Aan het eind van de ochtend begonnen we er mee om met speciale elastiekjes de jonge wijnstruikjes aan de tiches vast te zetten. En in de middag gingen we er mee door, er kwamen langzaam aan mensen bij, nadat we eerst een half uurtje in de wijngaard gegeten hadden (ik was van tevoren ingelicht om eten mee te nemen).

De wijngaard werd (word) stukje bij beetje klaargemaakt om met een machine te worden gesnoeid. Zodat in plaats van een groepje mensen, slechts een bestuurder van de machine nodig is, waarmee de kosten flink worden terug gebracht. Tja, ieder zijn ding, maar ik geef toch de voorkeur aan veel handwerk. Misschien ben ik een dromer? Afgelopen winter werkte ik voor mensen die aan een andere (niet-particuliere) cave verbonden zijn, waar nog veel met de hand wordt gedaan. Naast het snoeien is dat ook de druivenpluk.

Maar het was gedeclareerd werk, wat gunstig(er) is voor mijn papieren. En met de tijdelijke collega's doe je weer nieuwe contacten op.

De dag erna was het werk in de cave zelf. Ik kon 'voor deze keer' om negen uur beginnen, nadat ik mijn kind naar de schoolbus had gebracht, zodat ik dan in elk geval een keer had meegewerkt bij de mis en bouteille. En als hij dan eens bij zijn vader is, of ik heb een andere ochtend-oppas, dan weet ik hoe het werkt. Nu beginnen ze dan nog om zeven uur, maar ik begreep dat binnenkort de zomerwerktijden gelden en dan is het zes uur. Ja, probeer daar maar eens een oppas voor te vinden...

Wel interessant om dat eens mee te maken. Ik had weleens een bottelmachine gezien, maar nog niet in werking. Op het moment dat ik kwam waren drie vrouwen (dus) al twee uur bezig geweest met het bottelen. En al snel merkte ik dat je toch echt wel beter met z'n vieren kan zijn. Ik werd neergezet bij het begin van de machine om de lopende flessen op de band te zetten. Dat valt nog tegen. De lijn moet niet onderbroken worden, maar als je een etage leeg hebt en het karton weg moet halen, of je moet plastic wegsnijden om bij de flessen te kunnen (een stapel bestaat uit vijf of zes etages, geen tijd gehad om er goed op te letten) dan valt er als onervaren werkneemster een flink gat. In het begin zo'n vijf, zes lege plekken, maar na een uurtje af en toe eens eentje of hooguit twee.

Van sommige flessen-flatgebouwen waren er flink vieze flessen, die moeten dan - ook nog even - apart worden gezet. Verder af en toe een stukke fles. Alles er om heen moet worden weggegooid = apart gezet in eerste instantie. En ook op de verdieping lager gaan een aantal flessen weg omdat ze scherven kunnen bevatten. Iets verder van de plek af worden voor de zekerheid een kring van flessen schoongemaakt met een mini-hoge-druk-spuit. Na verloop van tijd begin je het door te krijgen en in plaats van voorzichtig een of twee flessen neer te zetten, pak je er vier tegelijk, twee per hand, of zelfs drie.

Maar de machine ontplofte. Nou, zo klonk het in elk geval. Er was iets verkeerd terug gezet. Dan staat de boel stil. Vervolgens ging het mis met het gedeelte waar de etiketten worden opgeplakt. Na veel gezoek en geprobeer werd de baas gebeld en bleek een zekering in het computergedeelte niet meer goed te zijn. Intussen werd me gevraagd om me dan nuttig te maken door de wc en wasbak schoon te maken, vuilnis weggooien.

Tijdens het stampen van de machine - voor het misging met de etiketten - moesten een paar keer volle comportes met stukke en vieze flessen naar de glasbak worden gebracht. De comporte zit in een kader met wieltjes, vermoedelijk een zelfgemaakt handig ding. Voorzichtig dat de flessen er niet uitvallen, viel de eerste keer nog tegen, maar ze vielen gelukkig niet kapot. Stukje recht, stukje weg vol met steentjes, hobbel de hobbel, dan de zware, volle kar een flink stuk omhoog trekken, de weg oversteken (gelukkig weinig verkeer, want stoppen op een schuin stuk is het haast niet te houden). Verder omhoog trekken en dan ben je eindelijk eens bij de glasbak.

En nu is het avond, heb ik overal spierpijn, maar toch een ervaring rijker.

Mariken

't Ongekend - III


(vervolg)



** woensdagmiddag en -avond **

Zonder dat ik het in de gaten had was het opeens al twee uur. Wat had ik nou eigenlijk gedaan? Had ik al die tijd op de bank gezeten met mijn broodje en mijn thee? Ik keek in de pot. Die was vol, min een kopje. Mijn theeglas stond half vol en was net zo koud als de theepot. Was ik zomaar in slaap gesukkeld zeg. Sammie vond het wel best, die lag lekker, half op de bank, half op mijn been. Ik bewoog voorzichtig mijn been om hem niet te laten schrikken en voelde een scheut van mijn tenen naar mijn lies gaan. Ik gaf een harde schreeuw en bijna meteen zat Sam in de keuken. Vanachter de deurpost keek hij me met grote, verschrikte ogen aan.
"Sorry" mompelde ik tegen hem, al zou hij daar weinig van begrijpen.
"Kom maar, het is al weer goed."
Ik knipte met mijn vingers. Het hielp, Sam kwam terug, hoewel nog licht sluipend, gereed om elk moment weer het hazepad te kiezen. Ik probeerde ondertussen mijn been te strekken. Weer schoot het gevoel door mijn been. Het was bij nader inzien niet echt een scheut, meer een combinatie van slapend been en kramp. Terwijl ik mijn  tenen bewoog om het gevoel te doen verminderen sprong Sammie weer naast me op de bank. Hij knorde terwijl ik hem aanhaalde en nogmaals mijn excuses aanbod. Wederom schrok hij van me, dit keer doordat ik hardop begon te lachen om mezelf. Wie biedt een kat excuses aan?
"Nee, kat, het is niets", zei ik grinnikend.
Het was maar goed dat er niemand in de buurt was. Geen mens, bedoel ik. Want zoals ik me nu voelde zou ik heel vervelend melig gaan doen. Een bui waar Jesse zich altijd mateloos aan ergerde. Vooral als ik het samen met Suzanne had. Arme Jesse. Ik begon weer te lachen, terwijl ik de kat stevig geklemd vast hield. Hij keek me een beetje verstoord aan, maar knorde verder hevig.
"Ja, je hebt het maar makkelijk als kat, vriend. Geen mensen die je het leven ingewikkeld maken."
Nog harder geknor. Grappig dat katten zo vaak reageren als je tegen ze praat, terwijl ze er toch geen moer van zullen begrijpen. Ze houden ook van aandacht, net als wij mensen, alleen is het wat makkelijker hun aandacht te geven dan je medemens.  Ik herinner me dat ik vroeger eens tegen een vriendje had gezegd, 'was je maar een kat, dan was het veel makkelijker om een relatie met je te hebben'. Ik geloof niet dat hij er blij mee was, hij keek me nogal verbouwereerd aan. Volgens mij ging het niet lang daarna uit. Jammer eigenlijk, want het was best een lieverd.


(wordt vervolgd)

Mariken

zondag 1 april 2012

Relaties

Even voorop gesteld dat kinderen altijd de dupe zijn van een scheiding (en - meer nog? - wat er aan vooraf gaat), laat het onderwerp "relatie" mij nooit volledig los.

Na het lezen van een aantal - meest interessante - boeken over psychologie en dan vooral familie en relaties, probeer ik nog steeds te begrijpen wat nou een "ideale" relatie is. Van mijn omgeving word ik ook meestal niet wijzer, want het aantal echtscheidingen is flink hoog. Als mensen al trouwen. En er zijn de (on)nodige problemen die het bestaande relaties niet makkelijker maken.

Een boek dat ik onlangs las bevatte een paar leuke, werkzame tips, waarbij de meest simpele was een lijst(je) maken van ex-en en wat er wel en wat er niet werkte in de relatie. Wat je miste, wat je waardeerde...

En na het schrijven, als je niet stiekem al verder hebt gelezen, volgt dan de opmerking dat die lijst eigenlijk over jou zelf gaat. Je ziet dingen staan die je eigenlijk wel wist, maar opeens wordt je met je neus op de feiten gedrukt. Naast mijn drie Echte Relaties had ik er ook wat kleinere bij gezet (dat mocht van het boek), zeg maar relaties-boven-de-gordel. En verder lezend in het boek heb ik de lijst nog aangevuld met familie en vriendinnen die ook van betekenis konden zijn in het zoeken naar antwoorden.

Wat me opviel was bijvoorbeeld dat ik meestal op rokende mannen viel. En dat terwijl ik asthma heb, en meeroken nou niet direct bevordelijk is voor mijn gezondheid.

Enfin, bref, met de ideeën uit het boek in mijn achterhoofd filosofeerde ik verder. En persoonlijk denk ik dat er vier punten zijn die van belang zijn voor het welslagen van een relatie. Met zekerheid kan ik het niet zeggen, alleen dat ik nu duidelijk zie dat in mijn drie Echte Relaties minstens één van de punten niet werkte.

Oké, dan nu die vier punten:


Hoofd; scholing, intelligentie, principes, opvoeding. Met respect voor andersdenkenden / mensen met een andere achtergrond, kan ik me wel verplaatsen in de redenaties in het boek dat je als koppel beter een redelijk gelijk niveau kan hebben op gebied van educatie, principes en zaken die zich vooral in je hoofd afspelen.

Hart, passies. Passies zijn de dingen die je als het ware verliefd maken op het leven. Films, boeken, vakanties, genoeg interesses samen delen waar je gevoelsleven bij betrokken is.



Sex moet ook werken. Eén van mijn Echte Relaties was er een van veel gedeelde passies en interesses, een redelijk overeenkomende achtergrond, maar het lichamelijke aspect werkte niet en we leefden meer als broer en zus dan als een koppel.

De koers die je gaat. Je hoeft niet exact dezelfde weg te bewandelen, maar het is toch wel zo waardevol als je elkaar onderweg regelmatig tegenkomt en dan weer een stukje samen wandelt. De hele tijd op dezelfde weg wandelen is niet nodig, dat kan beklemmend zijn.

Goed, het gaat mij niet om gelijk-hebben. Maar om mijn persoonlijke bespiegelingen in woorden om te zetten. Of nou ja, in woord en beeld. Tekenen was nooit mijn sterkste kant, maar ik vind ze wel schattig.

Mariken

't Ongekend - II

(vervolg)


Het was een uur of tien toen ik weer wakker werd. Toch nog twee uurtjes geslapen. Jesse zou inmiddels naar zijn werk zijn. Ik stond op om wat te drinken te pakken. Bah, wat een vieze smaak had ik in mijn mond. Nu ik erover nadacht besefte ik dat ik gisteravond voor het laatst mijn tanden had gepoetst, nogal logisch dus. Er stond nog een pak sap in de ijskast. Had ik honger? Hooguit een beetje trek.
In mijn spaarpot zaten nog een paar guldens, even naar bakker dan maar, de rest van de boodschappen zou vanmiddag wel komen.
Voor het raam zat Sammie, onze hofjeskat, kennelijk was hij geobsedeerd door een vogeltje in de berk, want zijn bekje bewoog alsof hij een praatje maatke. Hij schrok toen ik de huiskamer binnenstruikelde over mijn eigen schoenen. Stom, heel stom. Ik hees me in een broek en trui, zocht tevergeefs naar nog wat kleingeld en liep naar buiten. Weer vergeten mijn tanden te poetsen, nog steeds die vieze smaak. Zouden mensen het ruiken? Pech voor ze dan maar.

Het was druk bij de bakker. Te druk, dacht ik sjagrijnig. Mijn hoofd was wel zwaar vandaag zeg. Kwam vast door die treinreis. Terwijl ik het dacht besefte ik dat dat niet de hoofdoorzaak was. Chris had gebeld. Chrissie! Onze Chris, de zij-Chris. Ik had haar tien jaar niet gezien, niet gesproken, alleen zijdelings nog eens wat van haar vernomen. Hoe zou ze eruit zien? Zou ze op Jesse of mij lijken? Of op Natasja? Als ze volgende week pas zou komen kon het niet iets ergs zijn. Dan leek ze waarschijnlijk toch meer op Natasja dan op Jesse of mij. Oppervlakkig, een beetje achterbaks. Gemeen om dat Natasja toe te schrijven. Ze was best lief, alleen we hadden nooit zoveel samen. Ze was zo, zo, ja wat eigenlijk? Braaf?
Vergeleken met mij vast wel. Ik was de idioot van ons twee. Een jaar verschil, maar geen enkele overeenkomst. Mensen dweepten met haar, dat kon ik me nog wel herinneren. Ze was zo'n poppetje. Met prachtig lang blond haar, altijd keurig gekamd. Lieve, schattige jurkjes aan. Nooit vlekken, of het moest mijn schuld zijn.
Terwijl ik aan haar dacht besefte ik dat ze ook maar een mens was. Ik heb altijd tegen haar opgekeken, omdat ze alles zo goed deed. Precies zoals pappa dat wilde. Dat kon toch niet leuk zijn? Ik weet nog wel dat mijn leraar Duits me voortrok in de klas en me altijd een hoger cijfer gaf voor opstellen dat ik - naar mijn idee - verdiende. Vreselijk vond ik dat.
Wie was Natasja eigenlijk? Heb ik haar ooit gekend, echt gekend?
"Zeggu het maar."
Tien paar ogen priemden in mijn rug, keken me weg, omdat ik niet opschoot.
"Een half bruin en een kaasbroodje."
"Wat voor bruin?" klonk het net even te bits.
Ik ga flauwvallen, hier midden in deze mensenmassa, alles wiebelt. Stel je niet zo aan. Nee, echt, ik ga vallen, ik weet niet waar ze over praten. Wat doe ik hier? Ik ben bang dat ik wegval. Misschien ga ik wel dood. Hier ter plekke. Wat zullen ze zich schuldig voelen dat ze me zo hebben opgefokt. Stel je niet aan en bestel je brood. Het vocht in mijn hoofd.
"Waar u een halfje van heeft, het maakt niet uit."
"Wilt u het kaasbroodje warm of koud?"
Koud. Zo snel mogelijk weg hier. Weg van die bijtende blikken achter me. Waarom zijn ze niet met zijn tweeën, of nog beter, met zijn drieën, zoals op zaterdag?
"Koud."
"Wilt u een papieren zakje of moet ik 'm in plastic doen, is het voor vandaag?"
Wat een absurde vraag. Ten eerste zijn het al twee vragen, theoretisch bezien. Praktisch ook trouwens. En daarbij komt dat het wel zo onzinnig is. Wat kan het mij nou schelen of het in plastic of papier zit. Dan kunnen mensen hun schuldgevoel zeker sussen door een papieren zakje te kiezen. Dat is zogenaamd vriendelijker voor het milieu. En al die bomen die gekapt worden? Is dat geen aanslag op het milieu? Papier breekt sneller af, daarom doen ze dat.
"Doe maar zo, ik eet het meteen op."
"Ook goed, servetje erbij?"
Ik zei 'ja', maar bedoelde nee. Nog een geluk dat ik me deze keer bij warm of koud niet vergiste, want warm vind ik die dingen niet te eten. Moet je het thuis weer laten afkoelen. En lekkerder worden ze er niet van. Vorige keer had Sammie dat ding weten te jatten. Rotkat.
"Prettige dag."
"Ja, ook zo."
Dat kwam er nog net uit. Geperst uit het diepst van mijn tenen. Niet omdat de bakkersvrouw me niet aanstaat, maar omdat ik gewoon mijn dag niet had. En om al die stomme mensen die de boel maar op zitten te fokken met hun stomme haast. Alsof ik nooit haast heb. Maar ik doe mijn best om het niet te hebben, ik ben me er tenminste van bewust en dat vraag ik me van deze mensen af. Misschien een enkeling die het ook doorheeft. Misschien deze mevrouw, ze lacht zo vriendelijk naar me, alsof ze het begrijpt.
"Hoe was Parijs?" tettert de vriendelijke mevrouw opeens in mijn oor.
Och heden, het is geen vriendelijke mevrouw die me begrijpt, het is gewoon Marjan.
"Ja leuk, ik moet nog even bijkomen van de reis, we zijn met de nachttrein teruggekomen. Zittend dan hè."
"Ja, Tina belde me al vanochtend om te vertellen wat jullie allemaal gedaan hebben. Je hebt daar bijna een prachtjong van een Fransoos te pakken gekregen, zei ze."
Negen paar ogen keken me aan, nee, toch tien, want de bakkersvrouw keek ook. Op dat moment ging de deurbel. Gered! Er kwam weer iemand binnen. Iemand met een klein kindje, waardoor zestig procent van de aanwezigen was afgeleid. De moeder van het meisje zag dat ik met brood in mijn hand stond en hield de deur nog even voor me open, terwijl haar dochtertje zich al vergaapte aan de koekjes in de vitrine.
"Zoiets", mompelde ik nog tegen Marjan en bedankte de onbekende moeder.

Bij de eerste hap in mijn verse broodje verdween die hele ochtend naar een wazige achtergrond. Bij de tweede hap was ik thuis. En bij de derde hap zat ik, met een verse pot thee naast me en Sammie op schoot, op mijn eigen lekkere bankje.


(wordt vervolgd)

Mariken