zaterdag 30 juni 2012

't Ongekend - XXIII

(vervolg)

** zaterdagavond **

Jesse had zijn kamer behoorlijk verbouwd. De meeste meubelstukken waren tegen de muur gezet. Vooral de bank was wel handig. Vorige keer was die omgeklapt met drie mensen boven op de leuning. Niemand was gewond, maar hij had deze keer het zekere voor het onzekere genomen. De grote tafel was in de hoek bij de keuken neergezet en stond vol met alle soorten vreten die je kon bedenken. Plus een bij elkaar geraapte verzameling glazen en dergelijke.
"Ik geloof niet dat het echt nodig was dat ik nog wat meenam."
Jesse begon te lachen.
"Ach, wat we over hebben komt in de loop van de week wel op. Iedereen weet wat hier ligt, dus ik verwacht nog we een paar dagen gasten over de vloer."
"Als het de franse kaasjes zijn, dan kun je mij tot vaste eter rekenen. En een blik soep erbij graag."
"Hé Emma, we hebben hier een plekje voor jou vrijgehouden."
Tussen Jeffrey en George zitten tijdens het kijken leek me nou niet echt een goed plan. Gelukkig ging op dat moment de bel. Daniëlle, Harold en Peter stonden voor de deur met een tas vol waren alsof ze zojuist een avondje Sint-Maarten hadden gelopen.
"Hallo, kon het niet minder?"
"Hm, we komen eigenlijk min of meer direct uit de supermarkt vandaan, omdat we nog niets gekocht hadden. Maar als je honger hebt dan gaat je karretje sneller vol dan je in de gaten heb."
"Ken ik, ja. Kom er in."
Ik gaf Daniëlle een seintje om even te wachten, zonder dat de jongens het zagen.
"Ho, mijn veter zit los."
Harold en Peter liepen door.
"Jij bent snel met een goeie smoes."
"Ach ja, vrouwen onder elkaar hè...."
"Red ons. De guys - you know who - hebben een plekje tussen hen in vrij gehouden, gelukkig ging de bel net. Maar voor geen goud ga ik daar zitten. Kleffe types."
"Wees niet bang, ik zal je claimen, ze weten toch niet beter dan dat ik dat altijd met iedereen doe."
Was dat even zelfkennis.
"Komen jullie echt rechtstreeks van de supermarkt vandaan?"
"Ja joh, ik stond een uurtje terug met Peter te praten toen Harold naar ons toekwam hoe dat nou zat met voetbal. Ik wist zowiezo van niks. Peter schrok, die was het helemaal vergeten. Dat wil zeggen, niet het voetbal natuurlijk, maar dat hij hier zou komen kijken. Om kort te gaan, hier zijn we dus, met eten en drinken voor een maand of drie."
"Ik kreeg een soort Sint-Maarten-visioen."
"Ha! Nou je het zegt. Na vier flessen wijn en een zelfde aantal zakken chips zei ik dat het wel genoeg was, maar ze vonden van niet. Stel je voor dat Jesse bier was vergeten, dus hup, twee van die blikjes-dingen die met zijn zessen zitten. Ik weet niet hoe dat heet."
"Ik ga voor six-pack."
"Ja, daar hadden ze het over. Afijn, als je nog wilt zien wat er allemaal nodig scheen te zijn, moet je snel zijn, hoewel ik denk dat het al uitgepakt is."
"Laten we naar binnen gaan."
Op het moment dat wij naar binnen stapten werden de laatste waren op tafel gelegd. Ik meende tussen de jongens nog een paar franse kaasjes te ontwaren en een ondefinieerbaar pak eten of drinken. Daniëlle keek nog even opzij met een blik van: 'echt erg, hè?'. Ik kon alleen maar stomverbaasd knikken. Dit sloeg werkelijk alles. Ik had de tafel daarnet al behoorlijk vol aangetroffen, maar vroeg me nu af of je er iets af kon halen, zonder dat de boel instortte als een kaartenhuis.
"Hey girls, come and sit here!"
Jesse keek vanuit de keuken wie de 'girls' dan wel konden zijn. Toen hij Daniëlle naast me zag staan, zag ik zijn gezicht betrekken. Hij gebaarde met zijn armen hoe dit nou toch kon, ik gaf een amper zichtbaar knikje in de richting van Harold en Peter. Jesse schudde met een bozig gezicht 'nee', zuchtte diep en liep terug naar waar hij mee bezig was.
Ik liep naar hem toe.
"Kan ik je helpen?"
"Wat doet ze hier?" siste hij terug.
"Ach man, hoe meer zielen hoe meer vreugd. Daarbij, ze is verliefd en verliefde mensen zijn altijd anders dan ze normaal gesproken zijn, dus wacht nou maar af en zeur niet zo. Wat kan ik voor je doen?"
"Niks."
Hij draaide zich om. Ik had geen zin om er tegen in te gaan en liep terug naar Daniëlle.
"Wil je een stoel?"
Zonder op antwoord te wachten haalde ik twee stoelen bij de tafel vandaan en zette ze neer aan de rechterkant van de kamerdeur, ver weg van de bank. We deden allebei of we het commentaar van de jongens niet hoorden, zodat ze snel ophielden en verder gingen met hun stoere verhalen over sportprestaties. Van zowel van zichzelf als bekenden.
"Hoe gaat het met Karl?"
"Goed, ik heb vanochtend een brief van hem geahd, vier kantjes. Er zijn niet veel jongens die zover komen, geloof ik."
"Hij heeft nog geen grote neus?"
"Leuk ben jij, zeg. Misschien heeft hij wel een vriend met een grote neus..."
We moesten zo lachen dat het stil werd op de bank.
"Wat lachen jullie?"
"Om de grote neus van de vriend van mijn vriend."
De sullige gezichten die ze hierop trokken deden ons helemaal van onze stoel rollen. Elke keer als ik naar Daniëlle keek begon ik weer en op een gegeven moment rolden de tranen over mijn wangen. Daniëlle liep naar de gang en het leek over, maar op het moment dat ze binnenkwam begonnen we weer.
"We gaan wel even naar buiten."


(wordt vervolgd)

Mariken

woensdag 20 juni 2012

Zelfs 'niet veel' kost geld

Mijn eerste anderhalf jaar in Frankrijk hadden we niet veel. Geen water, geen electriciteit, geen huis, geen werk. De toen-toekomstige-vader-van-mijn-kind had een kleine uitkering vanwege werk dat hij voordien had gedaan. Daar konden we zo'n beetje van eten tot het eind van de maand. Een stuk oud brood met ei, een andere avond spaghetti met - zowaar nog! - ketchup. Ik was graatmager.

Maar wat we wel hadden was ruimte om ons heen.

We zaten op ongeveer twee kilometer van 'het dorp' dat we vanuit onze woestenij konden zien. De woestenij was een oude caravan van acht vierkante meter op een terrein dat ooit een wijngaard was geweest.

En nee, ik mis het gebrek aan water niet. Je leert dat er maar één ding werkelijk belangrijk is in het leven: water! Om je te wassen, om te drinken, om je eten in te koken...

Wat ik wel mis, is de ruimte. De buitenruimte, wel te verstaan. Want 8m2 is voor mij echt te klein. Je hebt hoe dan ook een minimum aan spullen. Zelfs als je alleen het hoognodige zou houden - een hemd aan je lijf, een hemd in de was en een hemd in de kast - zit je met een enorme hoeveelheid papieren die je in onze geciviliseerde wereld moet bewaren tot (soms) in lengte van dagen. En waar regelmatig dezelfde kopietjes van moeten worden opgestuurd naar instanties die eigenlijk alles al van je weten.

Goed, nu heb ik 50m2, maar het is over drie lagen verdeeld en vooral beneden word ik regelmatig knettergek. 16 m2 die dient als keuken, huiskamer, cave (schuur) en atelier. De fiets van mijn kind staat uit pure nood in mijn auto, erg handig met boodschappen doen. Maar los van dat al, is er geen raam! Er zitten vier ruitjes in de deur en die kijken uit op een muur.

Voornaamste reden om hier te blijven en niet 'iets beter' te gaan wonen is de buitenruimte. We stappen zo in de cour van de buren. Wat ook minpunten heeft, maar het is buiten en we kunnen er zitten! Genoeg vrienden en kennissen stappen zo de straat op. Als ze geluk hebben is er nog een stoep. Wij hebben alleen af en toe de buren die er langs rijden met een auto of traktor, een tafel laten staan is dus geen optie, maar je kan een stoel makkelijk verplaatsen. En gewoon op de grond zitten is ook prima te doen. Deed ik vroeger al, in Amsterdam meestal, met vrienden.

Toch is het liefst wat ik wil een Eigen Plek. En weer uitzicht op de lucht. Dat je kan zien wat voor weer het is. Ooit woonde ik in Rotterdam. Daar moest je ook naar buiten lopen om te zien wat voor weer het was. Vrienden die ik nog niet zo lang ken, hebben een stukje grond en daar hun huis op gebouwd. En ik weet daarmee weer helemaal wat ik wil. Het hoeft niet veel te zijn, als het maar wat lijkt. Gewoon een hutje waar we kunnen slapen, eten en de verdere dagelijkse dingen. En verder buitenruimte. Vanuit het hutje ook de lucht kunnen zien. Allemaal praktische kasten waar alles netjes in gesorteerd opgeruimd kan worden. Geen open kasten van bij elkaar geraapt hout en trappen vol schoenen en andere spullen. Geen muur is hier recht en alles verstoft nogal snel, erg handig met mijn allergie.

Helaas, ook al wil ik 'niet veel', het kost toch geld. Want je zal een terrein moeten kopen met een bouwvergunning en dan liggen de prijzen (hier) vanaf zo'n 50 à 60 vierkante meter. Dat kan flink oplopen als het een gunstige ligging betreft. En het kleinste stuk dat ik tot nu toe 'gezien' heb is zo'n 800m2. Je hebt dus al rond de vijftigduizend euro nodig. En dan staat het hutje er nog niet eens.

Ik weet van meerdere vrienden hier die genoegen zouden nemen met dezelfde simpelheid. Blij met een dak boven hun hoofd en de - betrekkelijke - luxe van het hedendaagse leven, maar toch dat verlangen naar eenvoud. En elders op de wereld zijn mensen die hebben ongeveer zo'n hutje, maar temidden van vele andere hutjes, midden in de rotzooi. Die willen vast ook wel wat meer ruimte om zich heen. En ook drinkbaar water.

Tezelfdertijd zijn er mensen met enorme huizen, meerdere soms. Met wellicht een privéjacht, een vliegtuigje of wat dan ook. Ik gun het ze van harte. Maar soms, als mijn kind een glimp ervan opvangt, en vraagt hoe dat zit, dan kan ik het toch echt niet uitleggen. Mamma, als die mensen zo'n groot huis hebben waar ze bijna nooit zijn, dan kunnen die en die (mensen die krapper wonen dan wij) daar toch ook in dat huis wonen?

Hoe leg je aan een kind de wereld uit...

Mariken

't Ongekend - XXII

(vervolg)

"Vergeet je niet om wat mee te nemen?"
"Hoezo?"
"Nou, zo voor het voetbal. We zouden allemaal wat meenemen."
"Dat heeft niemand mij verteld, ik ging er vanuit dat jij genoeg in huis zou halen."
"Ja, lekker, met twintig man."
"Ik ben een vrouw."
"En?"
"Ik drink nauwelijks, dus wel zo goedkoop. Dan mag ik toch wel kaal komen."
"Met je hoofd kaal, ja. Je neemt maar gewoon wat mee, kreng."
Even vergat ik wie er op mijn bank zat, met wie ik de middag had doorgebracht.
"Heb je trouwens nog lekker gefietst? We stonden een uur geleden voor je deur, met Harold was ik, maar je was er niet."
"Ja, ik heb lekker gefietst. Wil je weten met wie?"
"Met wie? Niet alleen dus. Laat me raden, een man?"
"Njet."
"Zoooooo, wat weet ik nog niet? Je weet dat je alles aan mij kan vertellen, hè?"
Iets zachter antwoordde ik:
"Ik weet niet of je wil weten wat je nog niet weet, maar schrik niet."
Jesse's gezicht stond nu volkomen serieus.
"Hoezo, wie is het dan?"
Ook zijn stem was een stuk zachter. Alsof hij het begreep. Alsof hij zag wie daar zat. Ik knikte.
"Je kunt haar nu nog zien, straks gaat ze weg."
Hij trok wit weg. Op de achtergrond klonk de stem van Ellen, aan de telefoon met iemand die ze kennlijk niet goed kon verstaan.
"Wil je haar zien?"
"Weet ze dat ik hier ben?"
"Hoe kan ik dat weten, ze weet dat je ook hier woont, maar dat je aan de deur staat... Je praatte niet al te zachtjes, dus ze kan je hebben gehoord."
"Maar waarom gaat ze dan precies nu bellen?"
Ja, dat was inderdaad wel een beetje vreemd. Maar tijd om het ons af te vragen hadden we niet, want op dat moment kwam ze aanlopen, terwijl ze een mobiele telefoon in haar tas stopte. Even maar was ze verbouwereerd.
"Dag Jesse. Sorry, maar ik moet er snel vandoor, ik kreeg net een telefoontje waar ik de hele dag al op liep te wachten. Welke kant moet ik bij de poort voor het centrum?"
"Links", wist Jesse er uit te brengen.
Ze vertrok. Weer geen hand, geen kus.
"Zei je dat nou expres?"
"Wat?"
"Links."
"Zei ik links?"
Ik knikte.
"Nee, dat was niet expres."
Jesse beet op zijn onderlip, maar zijn ogen begonnen te lachen.
"Nee, het was niet expres, maar ik vind het wel grappig. Gezien de situatie. Wat wil je nou, ze blijkt bij jou te zitten, komt half telefonerend naar buiten, dan zegt ze 'dag Jesse' en ze vraagt welke kant het centrum is. Ik was te verbaasd om het goeie antwoord te geven. Maar wat verdient ze nou, hallo zeg."
Hij schudde zachtjes lachend zijn hoofd. Toen zijn ogen de mijne troffen werd zijn blik weer serieus.
"Maar was jou middag gezellig?"
"Ja", kon ik er alleen nog zachtjes uitbrengen.
Jesse sloeg zijn armen om me heen. Ik begon te huilen.
"Waar héb je vaders en moeders voor?"
"Als je een broer hebt, heb je ze volgens mij helemaal niet nodig."
Jesse streek zachtjes met zijn hand over mijn wang.
"Zusje van me. Ik heb geen broer, maar aan jou heb ik genoeg."
Door onze tranen heen lachten we naar elkaar. Jesse vermande zich snel.
"Kom, naar binnen. Dit is van ons, daar heeft niemand iets mee te maken."
Hij duwde me zachtjes terug in huis.
"Wil je thee? Of moeten we al bijna naar jouw huis voor dat voetbal kijken? Ik kan me niet meer herinneren hoe laat we hadden afgesproken. Mijn geheugen is een zeef de laatste dagen."
"Nee, je herinnert je wel meer niet van de afspraak geloof ik. Maar na zo'n middag zal dat ook wel logisch te verklaren zijn. Toen ik je vanochtend tegen kwam, was je toen naar haar op weg?"
"Hmhm."
"Je zag zo witjes. Wanneer heb je afgesproken?"
"Vlak daarvoor belde ze me. Ik had behoefte aan buitenlucht en zij zei meteen 'ja' toen ik voorstelde om samen naar het bos te gaan. Daar hebben we een paar uur op het terras van het pannenkoekenhuis gezeten. Zij was met de bus en ik op de fiets. We liepen samen naar de Amstelveense weg, maar al pratend gingen we steeds verder de stad in, tot we hier waren. Toen heb ik haar maar uitgenodigd. Wat moest ik anders?"
"Waar hebben jullie over gepraat?"
"Eerst over vroeger. Best wel heftig, maar dat hoor je nog wel. Ik moet het opschrijven ofzo, om het voor mezelf een beetje op een rijtje te krijgen. Daarna gingen we pannenkoeken eten en kwamen we via allerlei lekkere recepten op anekdotes en uit-etentjes. Ze vertelde nog over Anneke en Fred, die zijn van de zomer bij haar geweest met Maikel en Frans. Frans gaat volgens jaar naar Amerika. Als hij zijn eindexamen tenminste heeft gehaald. Met zo'n uitwisselingsprogramma. Hij gaat dan drie maanden daarheen, in een gastgezin en daarna komt er iemand voor drie maanden bij hen in huis."
"Tof."
"Ja, dat leek me ook wel."
"Zou dat nou makkelijker gaan als je ouders gewoon bij elkaar zijn? Ik bedoel, dat je dat dan sneller doet. Ik had op zijn leeftijd wel wat anders aan mijn hoofd."
"Volgens mij hadden ze jou niet eens uitgekozen. Stel je voor dat een gezin jou drie maanden had moeten opnemen, die waren goed gek geworden."
"Dank u."
"Graag gedaan."
"Maar nog even serieus, als je nog wat kwijt wilt over vanmiddag dan kom je maar."
"Je bedoelt dat je nieuwsgierig bent?"
"Ook. Dat spreekt voor zich. Misschien hebben jullie het wel uitgebreid over mij gehad, dat wil ik dan natuurlijk wel even weten."
"Nou, dat kan ik je alvast verklappen: nee! Hooguit ben je even ter sprake gekomen. Oja, toen we het hadden over die flat waar we woonden voor de scheiding."
"O, die verschrikkelijke flat. Dat ban ik het liefste geheel en al uit mijn herinnering, wat een rampenplek was dat zeg. Jij met Natasja met die twee lellebellen van beneden ons..."
"Boven toch?"
"Kan ook wel, in elk geval waren het lellebellen."
"Waarom?"
"Omdat ze zelfs jou aan de barbies kregen."
Ik schoot in de lach. Die arme Jesse, van toen 17, die dacht dat hij tenminste één normale zus had, bleek opeens met vier vrouwen opgescheept te zitten, vier echte vrouwen. Of zelfs zes met die meisjes erbij.
"Ja, lach er maar om. Het was rampzalig. Mamma liep de hele dag te janken of te jammeren. Chrissie blèrde de heleboel bij elkaar en jij en Natasja speelden met die suffe types."
"Maar toch niet bij ons thuis? Wij hadden helemaal geen barbies."
"Nee, gelukkig niet, maar die grieten kwamen met hun hele barbie-uitzet naar jullie. Hun moeder vond het allang best, kon ze d'r huis lekker schoonhouden. En als ze met de buurvrouwen stond te praten zat ze Ellen af te kraken omdat het bij ons zo'n troep scheen te zijn. Ja, wat wil je als je je eigen kinderen er ook nog even op afstuurt."
"Hoe weet jij dat nou?"
"Omdat ik dat zelf heb gehoord. Ik was met een paar van die gozertjes aan het voetballen toen er een stuk of vier buurvrouwen aan kwamen lopen. We wilden een geintje met ze uithalen, dus we hadden ons in de bosjes verstopt."
"Terwijl je al zeventien was? Wow."
"Ja, terwijl ik al zeventien was. Laat me uitpraten."
"Ik ben al stil."
"Op het moment dat ze bijna bij ons waren konden we ze goed verstaan en ze bleken het dus over mamma te hebben. Wat een schande het was dat ze met vier kinderen bij haar man was weggegaan en hoe we woonden, en een zoon die in de huiskamer sliep, hoe kon dat nou. Die jongen was al bijna twintig, dat was vulgair, zeg. De grap was er voor mij al lang af. Maar ik kon me niet bewegen, want dan zouden ze hebben geweten dat ik ze gehoord had, zo dicht bij waren ze. Twee van die jochies waren nog van een leeftijd dat ze serieuze gesprekken niet als zodanig hoorden en die kwamen gillend te voorschijn. Die vrouwen deden een beetje van 'tsstss' en dat was voor die twee de grap. Voor de andere jongens was het toen ook over en ze liepen de bosjes uit. Ik durfde me nog steeds niet te verroeren. Als ze het al belachelijk vonden dat ik in de huiskamer sliep, zouden ze me in de bosjes met die kleine jongetjes helemaal verdacht vinden. Ik ving nog een paar flarden op, over ons, toen waren ze de flat in gegaan. Ik heb nog een uur over straat gezwalkt, omdat ik bang was dat ze zouden weten dat ik ze gehoord had, toen ben ik naar huis gegaan."


(wordt vervolgd)

Mariken

dinsdag 19 juni 2012

' t Ongekend - XXI

(vervolg)

"Gezellig huisje heb je."
Waarom voelde ik me zo wantrouwig? Het was mijn eigen moeder die ik op visite had. En toch hield ik haar scherp in de gaten. Het deed pijn het zo te voelen. Kwam het door haar woorden? De toon die ze gaf? Het klonk wel oprecht, maar hoe oprecht? Jaloers is misschien nog het beste woord voor die toon. Alsof ze jaloers was op wat ik er van gemaakt had. Kon dat? Kon het zijn dat ze jaloers was op mij? En als het zo was, waarom dan?
"Wat wil je drinken? Iets warms of iets kouds?"
Ze leek te schrikken. Uit haar gedachten gehaald. Een kwaad geweten? Van nu, om wat ze gedacht had, of om vroeger? Om wat er vandaag gezegd was, misschien nog meer om wat er vandaag niet gezegd was. Maar kon ik mijn eigen gevoel wel vertrouwen? Waar kwam dit wantrouwen vandaan?
"Doe maar iets makkelijks."
"Kraanwater dus."
"Eh, ja goed, hoor."
De aarzeling in haar stem irriteerde me. Ze kon toch gewoon 'nee' zeggen als ze dat niet wilde. Ik kreeg tenminste het idee dat ze mijn opmerking niet had verwacht. Nu leek het of ze niet welkom was. Alsof ik haar het minste van het minste aanbod om er van af te zijn. Was dat niet ook een beetje zo? Ik lachte maar een beetje onschuldig.
"Ik heb ook echt lekkere dingen, hoor. Thee, sapje."
"Heb je ijsklontjes?"
"Ja."
"Doe dan echt mar water, met ijs. Dat bevalt me altijd prima."
"Oké."
Ik merkte dat ik in de keuken alles zachter deed dan gewoonlijk, dat mijn oren zich spitsten om geen geluid uit de huiskamer te hoeven missen. Alsof ik verwachtte dat ze elk moment weg kon lopen met de belangrijkste stukken uit mijn leven...
Eerst lachte ik om die gedachte, maar opeens sprongen de tranen in mijn ogen. Als ze wegliep... Ze was ooit weggelopen met de belangrijkste stukken uit mijn leven; mijn kinderjaren. Met haar vertrek was het over geweest, alles wat bij mijn kind-zijn hoorde was met haar weggelopen. De leuke dingen en de rotdingen. De ruzies tussen haar en mijn vader. Het huis was anders. De tuin was leger. Ze had de hond meegenomen, Joepje, die altijd zat te wachten als we uit school kwamen.
"Was Joepje ook bij ons in de flat? Dat kan ik me niet herinneren."
Het was mijn mon uit voor ik er erg in had. Als ze nu maar alleen antwoord gaf en niet weer begon over die tijd.
"Nee, die was toen nog bij je vader. Toen ik jullie niet mocht houden en de scheiding officieel was heb ik hem opgehaald. Zonder Joepje was ik, denk ik, echt gek geworden."
Zonder ons niet? Het lag op mijn lippen, maar ik kon me inhouden. Gelukkig floot de ketel nu.
"Weet je zeker dat je niet toch liever thee hebt, ik heb genoeg water opgezet."
"Nee, ik kan toch niet zo lang meer blijven."
Het klonk opeens zenuwachtig gehaast. Ik besteedde er geen aandacht aan en liep terug naar de keuken om de thee klaar te maken. Er zaten nog drie ijsblokjes in het bakje, dat moest genoeg zijn. Ik gaf het haar en liep naar de gangkast om te kijken of er nog iets te smikkelen lag. Zowaar, een rol mariabiscuit.
"Het is niet bijwonder, maar wel lekker."
Ze nam een koekje, ik legde de rol op tafel. Stilte. De stilte die tussen twee mensen valt als geen van beiden meer weer wat te zeggen, omdat je elkaar eigenlijk heel veel te vragen hebt, maar niet weet waar je moet beginnen.
"Blijf je lang in Nederland?"
Ze keek me verwijtend aan, er schoot me te binnen dat ze iets had gezegd, maar wat?
"Dat weet ik niet precies, ik moest wat dingetjes regelen. Maar ik ging ervan uit dat het alles bij elkaar een week of twee zou kosten."
Het viel weer stil. Ze was kennelijk niet van plan hier nog een woord over te zeggen, maar ik was niet tevreden.
"Zit je in Uithoorn, bij Anneke?"
Ze schudde 'nee'.
"Maar ze weet wel dat je hier bent."
Weer 'nee'.
"Maar als ik haar toevallig spreek, kan ik dan wel iets zeggen ofzo?"
"Ik ben van plan haar morgen te bellen. Over twee dagen is alles waarschijnlijk rond, dan ga ik terug."
Ze was er blijkbaar al zowat twee weken dus. Ik vroeg maar niet verder. De stitle werd nu gebroken door Sammie, die buiten op de vensterbank was gesprongen. Hij miauwde naar me en keek toen naar Ellen, op de bank.
"Hé, je hebt een kat, zie ik."
"Een beetje, hij is van ons allemaal. Een bewoner heeft hem een aantal jaren geleden meegenomen. Hij haalt bij iedereen zijn hapjes en soms blijf hij een nachtje slapen."
"Poesje, kom maar."
Maar Sammie, die ik inmiddels door het raam naar binnen had gelaten, had geen aandacht voor haar. Hij sprong op een stoel en ging zich uitgebreid wassen. Ze zuchtte, zelfs de kat vond haar teveel. Maar dat was wat ik zelf dacht. Wat mij betreft was het wel genoeg geweest. Maar hoe moest ik dat zeggen? En had ze niet zelf al te kennen gegeven dat ze zo moest gaan? Ik nam nog maar een koekje en bood haar er ook een aan. Ze nam het met een knikje aan. De stilte duurde nu wat langer. Het schoot me te binnen dat ik had toegezegd vanavond bij Jesse voetbal te kijken. Samen met een zootje ongeregeld. Ik keek op de klok, het was vier uur, hoe laat hadden we ook al weer afgesproken?
"Er schiet me iets te binnen, ik moet even in mijn agenda kijken, misschien moet ik even bellen."
"Ik ga zo. Je hebt het vast druk genoeg. het heeft allemaal wat langer geduurd dan ik vanochtend had gedacht."
Waarschijnlijk heb je het zelf druk genoeg met je dingetjes om te regelen, ging het door mijn hoofd. Wat een rotgevoel was dit. Mijn eigen moeder en ik kon niet echt honderd procent aardig zijn. Maar was zij niet ook zo afstandelijk? Ze had vanmiddag geen moeite gedaan me te groeten, ze had alleen 'hallo' gezegd, of zoiets. Geen hand, geen zoen. Woonde zij nou in Frankrijk? Daar waren ze juist zo klef voor Nederlandse begrippen. Of is dat alleen in Franse films? Ik wilde het niet weten. Het was te zwaar om over na te denken. Je moeder die zo ver en dichtbij tegelijk is. Altijd al geweest. Hoe vaak had ik als kind niet de behoefte om tegen haar aan te leunen, even op schoot te zitten, maar ze had het altijd 'druk' met iets vaags. Voor mij als kind vaag in elk geval. De tuin, het eten koken, een breiwerkje. 'Sorry, lieverdje, ik ben nu even druk.' Was dat voor de anderen ook zo geweest? Ongetwijfeld, ik kon me niet herinneren dat Chrissie ooit bij haar op schoot zat. Ze zat bij Natasja of mij, en een enkele keer bij Jaap, maar bij Ellen? Nee, volgens mij niet.
Er werd gebeld, Jesse stond voor de deur.


(wordt vervolgd)

Mariken

zondag 17 juni 2012

't Ongekend - XX

(vervolg)

** zaterdagmiddag **

Mamma, Ellen, zat al op het terras. Ze was afgeleid door een hond. Ik kon haar bestuderen terwijl ik mijn fiets aan het rek vastzette. Geen onknappe vrouw, leeftijdloos, tenminste, ze kon dertig zijn of vijftig of iets ertussenin. Haar donkere krullenbos was daar grotendeels verantwoordelijk voor. Wat moest ik tegen haar zeggen? Even stond ik op het punt ongezien weer weg te gaan, maar dat was nog enger dan naar haar toe te lopen. En daarbij, stel dat ze dan net keek.
Met lood in mijn schoenen liep ik naar het terras, ze was nog steeds met de hond in de weer. Ik schrok, het was toch niet haar hond? Dan moest ik nóg mijn aandacht delen met een ander. Maar de hond liep alweer naar een ander tafeltje en ze reageerde niet zoals een eigenaar zou reageren.
"Hai."
"Hé Emma. Ik zit hier net vijf minuten. Zag je die hond? Wat een schatje."
Zo onzeker als ze aan de telefoon geweest was, zo zeker was ze nu hier. Ze maakte geen aanstalte me een hand of een zoen te geven, dus ik nam maar plaats op de stoel tegenover haar.
"Je moet hier zelf je drinken halen, wat wil jij?"
"Doe maar thee."
"Wat eten erbij?"
"Eh."
"Ik betaal hoor."
Alsof dat het makkelijker maakte. Integendeel.
"Eerlijk gezegd heb ik nog helemaal niet ontbeten, dus ik heb wel trek. En ach, waarom dan geen pannenkoek, toch?"
Ontbijten was ook niet mijn sterkste punt, maar ik moest er niet aan denken dat je eerste hap een pannenkoek was.
"Ik heb net bij de bakker kaascroisantjes gehaald. Je mag ze hier alleen officieel niet eten denk ik."
"Onzin, we drinken toch van hen."
Ze stond op.
"En als ze zeuren dan zeggen we wel dat we straks terug komen voor een pannenkoek, of moet je tijdig naar huis terug?"
Ik schudde nee.
"Niet speciaal."
"Oké, ik haal thee."
De hond kwam terug, aangemoedigd door haar actie. Het was inderdaad een schatje. En een welkome afleiding voor iemand die even alleen zat op een druk terras.
Na een minuut of tien kwam ze terug met twee bakken thee.
"Aardige mensen hier."
We staarden elkaar aan alsof we een afspraak hadden naar aanleiding van een contactadvertentie. Hier voor me zat mijn eigen moeder. De vrouw die mij gedragen en gebaard had. En ik had het gevoel dat er een wildvreemde zat. Of iemand die ik uit de tram kende, vaag, van gezicht.
Heel lang was het stil. De thee was te heet om te drinken en ik had nog niet het lef gehad de broodjes uit mijn tas te halen? Zou het volgende week ook zo gaan? Bij het idee kreeg ik het helemaal benauwd. Ik had het gevoel dat al het bloed naar mijn hoofd steeg. Alsof ik elk moment kon ontploffen. Pas nu besefte ik hoe raar het was dat in zo'n korte tijd zowel Chrissie als mijn moeder contact hadden opgenomen. Een beetje zoals de wet van Murphy. Hoewel je in dit geval misschien niet kon spreken van de term 'mislopen'. Of je moest mislopen bedenken in de zin dat we elkaar al die jaren in feite waren misgelopen. Ik grinnikte onbewust om deze woordgrap.
"Waar lach je om?"
Geen achterdocht, zoals bij Jesse daarnet, maar interesse.
"Je hebt toch de wet van Murphy."
"Dat alles dat fout kan gaan, fout gaat, ja."
"Ik dacht aan het woord mislopen. En dat ik jou ben misgelopen de afgelopen jaren."
"Alleen mij?"
Je kon van haar zeggen wat je wilde, dom was ze allerminst.
"En Chrissie."
Ze keek me aan, wachtte op de rest.
"Die heeft vorige week naar Jesse gebeld. Ze... nou ja, dat was het eigenlijk. Ik was zelf in Parijs op dat moment."
Il wilde zeggen dat ze zou komen, vrijdag, maar ik slite het in. Nee, straks wou zij er ook bij zijn.
"Ze komt?"
"Ja."
"Wees niet bang, ik zal niet ook komen."
"Nou ja, niet dat je niet welkom bent, maar, nou ja, het is allemaal best wel pittig. Of zo."
"Het is mijn schuld. Als ik niet bij jullie was weggegaan hadden jullie nog gewoon contact met elkaar gehad. Ik had nooit weg mogen gaan. Maar je vader."
"Mijn vader wat?"
"Er viel met hem niet meer samen te leven. Hij wilde, hij zag mij als het meisje dat ik vroeger was. En tegelijkertijd moest ik goed maken wat hij bij zijn moeder had gemist. Ze was een afwezige vrouw, als moeder."
"Als oma was ze wel oké."
"Dat was ze zeker. het was haar ook niet geheel te verwijten. Ze moesten trouwen omdat ze van je vader in verwachting was. Zij was zeventien en opa negentien."
"Hè?"
"Wist je dat niet?"
"Wie had me dat moeten vertellen? Zij zou dat zeker niet doen, pa ook niet en jij... nou ja, jou zie ik bijna nooit."
"Je verwijt het me. Je hebt gelijk. Ik heb jullie in de steek gelaten en aan de grillen van je vader overgelaten."
"Ik weet niet of ik het je verwijt. Je zal wel je redenen hebben gehad."
"Ja, natuurlijk had ik die, maar dat mag geen reden zijn om je kinderen zo'n last op te leggen."
"Wat voor last?"
Ik raakte geïrriteerd. Door zich zo schuldbewust op te stellen was het voor mij alleen maar moeilijker om niet kwaad op haar te worden. En tegelijk voelde ik me juist daardoor steeds kwader. Als je het zo goed weet, waarom heb je dan niet eerder moeite voor ons gedaan? Ik wist dat ik dat niet zomaar aan haar zou kunnen vragen.
"Nou ja, doordat ik als moeder geen bindende factor meer was zijn jullie kinderen het contact met elkaar kwijtgeraakt."
Nee, nou nog mooier, alsof alleen een moeder een bindende factor kon zijn. Er klonk hooghartigheid door haar woorden. Ontleende ze haar kracht misschien aan het idee dat ze nodig was? Misschien was het haar eigen onzekerheid waardoor ze zo reageerde, maar het was niet fair tegenover ons. Met haar in de buurt was het waarschijnlijk ook in het honderd gelopen. Het was niet zo simpel als zij het deed voorkomen.
"Alle kinderen hebben nou eenmaal hun eigen moeder nodig. Dat zie je nu wel weer."
"Ik kan je niet volgen, hoor."
"Kan je je nog herinneren dat wij met zijn vijven, dus zonder je vader, in dat flatje zaten?"
"Ja, ik heb daar wel wat herinneringen aan. Natasja en ik speelden met die meisjes van drie verdiepingen hoger."
"Ik bedoel eigenlijk meer hoe we woonden, zo opgepropt in een drie-kamer flat."
"Geen idee."
"Maar je kan je toch nog wel herinneren dat je met Natasja een kamer moest delen? Ik sliep met Chrissie in de andere slaapkamer, ze was toen twee. En voor Jesse moest ik elke avond de slaapbank in orde maken, omdat er geen kamer voor hem was."
"Nu je het zegt. Maar zolang is dat toch niet geweest?"
"Een maand of drie. Omdat je vader langs de Amstel woonde, in een huis met voldoende kamers én voornemens was te trouwen met dat secreet, daarom, en nergens anders om, zijn jullie aan hem toegewezen door de rechter."
Tegenover mij zat een door en door verbitterde vrouw. Ik kon me nu ook weer die scènes herinneren met Jesse op die slaapbank. Het waren mijn laatste weken op de lagere school, dus Jesse moet zeventien zijn geweest. De leeftijd dat mijn oma getrouwd was vanwege mijn vader. Wat kan het leven raar lopen.
"Maar waarom zat je dan met ons op zo'n kleine flat?" Je had toch ook naar oma kunnen gaan? Dan hadden we ook aan de Amstel gewoond met genoeg ruimte. Opa was toen al een paar jaar dood, dus had zij weer een hoop aanspraak en afleiding gehad."
"Ja, denk je dat dat zomaar kan? Terug naar je moeder met vier kinderen, in leeftijd variërend van twee tot zeventien jaar. Mamma was toen zelf al in de zestig. Ik denk niet dat het haar goed had gedaan om jullie over de vloer te hebben. Jesse met zijn pubergedrag, Chrissie met haar nukkige buien, en jij en Natasja altijd ruzie."
Nou zeg, ging ze ons ook nog even flink zitten beledigen. Zij was toch bij mijn vader weggegaan, niet wij! Als ze een beetje normaler tegen hem had gedaan de jaren ervoor was hij ook niet verliefd geworden op Inge.
"Gezellig hoor, om je weer eens te zien."
Ik maakte aantalte om weg te gaan.
"Emma, nee, alsjeblieft."
Ze keek me met haar donkere ogen zo smekend aan dat ik me met een zucht terug zette op mijn stoel.
"Oh, zo ben je precies je vader."
Ze zie het bijna huilend. Waarom noemde ze hem zo afstandelijk 'je vader' en niet gewoon Jaap?
"Ik ben ook een kind van mijn vader, als je dat nog niet vergeten was."
"Dat zei Chrissie precies zo."
"Heb je haar gezien?"
"Ze is bij me geweest in Frankrijk."
"Wanneer, waarom?"
"Ongeveer twee maanden geleden. Ze was met een vriendin en haar ouders op vakantie en ze stonden op een camping in de buurt waar ik woon. Ze stonden bij de bakker waar ik mijn brood altijd haal, Chrissie en haar vriendin. Een beetje giechelig probeerde ze stokbrood en croissants te kopen, maar ze begrepen de winkelier niet goed. Ze herkende mij niet, maar ik haar des te meer; ze leek sprekend op jou. Je begrijpt dat ik als aan de grond genageld stond."
Ja, dat begreep ik. Ik voelde me helemaal koud van binnen worden. Vroeger zeiden ze vaak dat ze op me leek en ik had zelf wel enige gelijkenis gezien met mijn eigen kinderfoto's, maar we scheelden tien jaar, dus het was een gelijkenis op afstand.
"Door mijn reactie begon er bij haar wat te dagen. Later vertelde ze me dat ze een aantal foto's van me heeft in haar eigen foto-album, ik ben wel veranderd natuurlijk , maar ze herkende me uiteindelijk. Omdat ik toch wel verward was door deze plotselinge ontmoeting zei ik 'Emma' tegen haar. 'Ik ben Emma niet, ik ben Chris', zei ze kil. Het had haar nogal getroffen dat ik haar bij jouw naam hadf genoemd, omdat jij in haar ogen altijd haar alles was geweest. Tot je wegging en niets meer van je liet horen."
"Ik heb haar via oma nog wel eens de groeten gedaan en in het begin brieven geschreven."
"Dat van die groeten heeft ze verteld, maar ze had het niet over brieven."
"Ze was pas negen toen ik weg ging, misschien was ze nog te jong en is ze het vergeten."
"Of dat serpent heeft ze achtergehouden."
Je kon Inge een hoop verwijten, maar ik was er zeker van dat ze dat niet zou doen. Ze was dol op ons geweest en ze had ook best moeite gedaan om ons voor zich te winnen. Bij Natasja en Chrissie was het gelukt, maar Jesse en ik hadden haar niet kunnen accepteren. En dat kwam niet in de laatste plaats doordat wij allebei nogal botsten met Jaap. Als Inge het al een keer voor ons opnam dan kreeg ze het dubbel en dwars te horen; waar wij bij waren werd ze vernederd tot en met. Hoe iemand zo over zich kon laten lopen. Zou mijn moeder gelijk hebben gehad door weg te gaan?
"Laten we het daar nu niet over hebben. Je had het over Chrissie."
"Nou ja, om het kort te houden, ze zijn een paar keer bij me langs geweest, met die ouders ook, en we hebben gepraat over vroeger. Ze was erg nieuwsgierig naar de redenen waarom het fout was gegaan tussen je vader en mij, en waarom ik naar Frankrijk was gegaan, of ik nog wel eens iets hoorde van jou en Jesse. Ik heb haar jullie telefoonnummers gegeven."
Dat was een raadsel minder voor mij.
"Ze zei dat ze me niets verweet, dat ze nu begreep waarom de dingen zo waren gelopen, maar dat ze ook begrip had voor je vader en zijn vrouw. Maar ik voelde me zo schuldig dat ik me op mijn knieën voor haar zette en haar oprecht, vanuit mijn hart vergeving vroeg."
Ik zag het helemaal voor me, als ze dat nu bij mij ook van plan was zou ik haar het liefst een schop of een klap verkopen.
"In plaats van dat aan te nemen zei ze: 'doe normaal, ik ben toch geen god of zo', precies zoals je vader dat vaak zei, dat heeft ze natuurlijk ook van hem. Ik zei dat tegen haar en toen zei ze dus hetzelfde als jij daarnet: 'ik ben ook een kind van mijn vader, als je dat nog niet vergeten was'."
Grappig was dat. Een zusje te hebben die tien jaar jonger is, die je zo lang niet hebt gezien en die dan hetzelfde reageert op onze gezamelijke moeder. Nee, ik zou nooit meer 'mamma' tegen haar kunnen zeggen. Vanwege haar hele houding. Ze zwelgt liever in haar eigen verdriet en schuldgevoelens dan daadwerkelijk voor haar eigen kinderen op te komen. Had ze Jesse ooit beschermd tegen de klappen van Jaap, en mij tegen zijn dubbelzinnige opmerkingen? Inge had tenminste nog pogingen gedaan, maar deze vrouw?
"Een vraag."
"Hm?"
Ze was in mijmeringen verzeild geraakt.
"Heb je tegen de rechter gezegd dat Jesse door Jaap geslagen werd en dat ik geïntimideerd werd door hem? Dat is toch reden genoeg om de kinderen aan de moeder toe te wijzen?"
Ze schrok, haar gezicht trok wit weg en ze begon te hakkelen."
"Nee, nee, dat had hij nooit geloofd. Nee, ze waren daar geheel op je vaders hand. Ze vonden mij maar een raar mens, omdat ik met vier kinderen op een drie-kamer flatjes was gaan zitten, terwijl ik het zo goed had. Nee, ze hadden me daar nooit geloofd. Je vader praat iedereen naar de mond."
"Als je ons echt bij je had willen houden, was je vuur, je passie als moeder voor je kinderen toch voldoende geweest?"
Deze aanval had ze niet veracht. Ik schrok zelf van mijn eigen hardheid. Voelde me schuldig, zoals ik me eerder tegenover Jesse schuldig had gevoeld. Maar iets in mij zei me tegelijkertijd dat ik niet geks was dat ik zo reageerde, en het schuldgevoel ebde een beetje weg.
"Oh, maar Emma, ik hield heel veel van jullie."
"Ja, dat heb ik gemerkt, je hebt daarna ook altijd erg veel moeite gedaan om contact met ons te zoeken, maar niet heus. Dan vertelde oma dat je een paar dagen bij haar had gelogeerd. Weet je wel hoe dicht bij dat was?"
"Maar je moet begrijpen dat ik jullie dat niet kon laten weten. Meestal nam je vader de telefoon op, hij had het nooit goed gevonden. Ik hoopte altijd maar dat jullie toevallig die dagen naar mamma zouden komen, zodat ik jullie zou zien. Maar je vader liet jullie daar amper naar toegaan, terwijl ze toch vroeger zoveel voor jullie heeft gedaan."
"Oma is een lieve vrouw, maar ze leefde toen al meer in het verleden dan inhet heden. Misschien omdat opa dood was, ik weet het niet. Hallo, ik zat toen net op de middelbare school en had wel wat anders aan mijn hoofd dan verhalen over mensen die ik nooit heb gekend. Nu zou ik die dingen graag horen, maar ik had er de leeftijd neit voor. En by the way, Jesse was in die tijd van huis weggelopen en daar had mijn hoofd het ook erg druk mee. Denk je dat dat leuk is? Eerst je moeder weg, dan je vader hertrouwt en dan ook nog je broer weg."
"Oh, het is allemaal mijn schuld, ik heb het allemaal fout gedaan, oh, Emma, het spijt me zo."
"Ik hoop dat je voor mij niet op je knieën gaat, want dan ga ik nu meteen naar huis."
Overmand door haar zelfverwijt legde ze haar hoofd in haar hand en schudde 'nee'. Heel even had ik een opwelling om haar te troosten, maar ik zat met twee-seconden-lijm aan mijn stoel geplakt. Hoe vaak had ik verlangd dat ze ij zou troosten en had ze het niet gedaan? Ze had het net over oma, die geen moeder voor Jaap was geweest, maar zij was net zo geweest voor ons.
Er viel een lange, ongemakkelijke stilte. Ze bleef met haar hoofd in haar hand zitten. Zonder daadwerkelijk te huilen.
"Ik ga nog thee halen, wil je ook?"
Ze bleef 'nee' schudden met haar hoofd. Ik liep naar binnen en haalde twee thee. Voor de zekerheid. Ze nam het inderdaad aan, zonder me aan te kijken overigens. O, hoe lang ging deze middag duren?


(wordt vervolgd)

Mariken

Tuintaal

Het was vandaag - in Frankrijk in elk geval - vaderdag en de vader van mijn kind was langsgekomen om zijn cadeau in ontvangst te nemen. Ze waren een tijd terug met school naar Carcassonne geweest, waar de hele klas samen een boek had gemaakt. De basisprincipes van boekdrukkunst. Voor vaderdag hadden ze ook een afdruk van hun handje en een gemarmerd lijstje er omheen. Prachtig!

Maar goed, vader kwam en had de dag ervoor beloofd met kind naar de speeltuin te gaan. Ik maakte gebruik van het moment om de tuin water te geven en ze zouden vanuit de speeltuin daarheen komen.

Vol trots wees mijn kind later aan waar Zijn Tuintje is (een strookje van ongeveer een halve meter). "Kijk, hier staan tomaten en daar zijn boontjes". "Ja", zei ik tegen de vader, "binnenkort kan hij zijn eigen boontjes doppen". Gelukkig dat kinderen grote mensen niet altijd begrijpen. Vervolgens dook hij de put in om water te scheppen voor zijn plantjes, waarbij hij zelf zei: "ik ga even in de put". "Je ziet het, deze tuin helpt hem om zijn eigen boontjes te doppen, ook al is hij af en toe in de put".

En terwijl ik weer even ging zitten om verder te haken - welkome rust voor mijn rug na het water putten - begon de hond aan het gras te eten dat onder mijn stoel zat. Nog helemaal in de ban van de tuin-gerelateerde-spreekwoorden, dacht ik: "nu wordt ook nog het gras onder mijn voeten weggemaaid".


Mariken

zaterdag 16 juni 2012

't Ongekend - XIX

(vervolg)


** zaterdagochtend **

Hoe gelukkig kan je jezelf toch prijzen op zaterdagochtend als je een ochtendmens bent! Om half acht was ik klaarwakker en kon ik de ochtend beginnen met een douche en een kopje thee. Niet gehinderd door een grote menigte mensen stond ik om tien over acht bij de bakker. Er was slechts één wakkere geest die duidelijk ook geen behoefte had voor een halfje bruin uren te wachten. Beleg had ik nog genoeg in huis, dus mijn ontbijt kon beginnen.
Met nog een kopje thee en een goed boek was het snel tien uur. Hoog tijd voor de supermarkt. Nog zo'n geluk: de meeste mensen hebhben hun koffietijd op zaterdag nog steeds rond die tijd, dus ideaal voor mij om dan boodschappen te doen. Het was helaas drukker dan ik had verwacht, maar met een half uurtje was ik toch weer thuis.
En nu? Een paar minuten zat ik tegen de bank geleund voor me uit te staren. Ik had behoefte aan actie, maar wat voor actie? Stuk fietsen, lopen? Waarheen? De lucht was licht bewolkt, het weerbericht beloofde 20 graden en weinig wind. Geen weer om binnen te zitten.
Iemand bellen? De kans op 'nee' is altijd erg groot en na twee, drie keer 'nee' heb ik de moed niet meer om verder te bellen. Maar alleen fietsen of wandelen zag ik nou ook niet erg zitten. Dan maar een doel verzinnen. Was er iemand bij wie ik langs kon gaan?
"Met m, m, ehm, Ellen."
"Oh hai."
Tja, wat zeg je als je moeder je na lange tijd onverwachts opbelt?
"Eh, ikkeh, ik ben in Amsterdam op het moment (onderdrukte zucht) en ik, eh, misschien, ik dacht..."
"Om langs te kkomen?"
Ze leek geschrokken van mijn abruptheid, want het viel een moment stil aan de andere kant van de lijn.
"Nou ja, als het uitkomt. Voor jou, bedoel ik."
Ja allicht, als het voor haar niet was uitgekomen had ze me niet gebeld.
"Eigenlijk zat ik mezelf net suf te piekeren of ik iemand kon bedenken om te gaan wandelen of fietsen. Als je zin hebt."
"Ja! Goed idee."
Eén ding hadden mijn moeder en ik absoluut gemeen: behoefte, veel behoefte aan buitenlucht. Zij had ervoor gekozen dat erg letterlijk uit te voeren door op het Franse platteland te gaan wonen. Ver weg van alles en iedereen.
"Eh, wat (zucht) zullen we afspreken? Waar wilde je eigenlijk heen gaan?"
"Eigenlijk had ik dat nog niet bedacht. Zullen we ergens afspreken?"
"Dat is eigenlijk wel een goed idee."
Van de zenuwen begonnen we allebei een beetje te giechelen. We hadden elkaar misschien twee, drie jaar niet gezien of gesproken en nu leek het alsof het vorige week was.
"Het bos?"
"Dat is goed. Bij de pannenkoekenboerderij?"
Nu de eerste woorden eruit waren, was ze opeens weer een vrouw van actie, direct.
"Hoe laat?"
"Is twaalf uur voor jou haalbaar?"
"Hoe laat is het nu? Kwart voor elf zie ik, ja dat lukt zeker wel."
"Tot daar."
"Ja."
Ze hing op en ik besefte dat we niets over fietsen of wandelen hadden afgesproken. Als ik op de fiets ging en zij kwam met de bus dan was het niet handig als we daarna nog ergens heen wilde. En andersom natuurlijk ook niet. Maar ik kon haar niet meer vragen hoe ze er heen ging. Ik wist alleen dat ze in Amsterdam was. Waar en waarom wist ik niet. En misschien was ze niet in Amsterdam, maar bij haar zus Anneke in Uithoorn. Zou ik haar bellen? Voor de zekerheid? Nee, stel dat ze daar niet was. Ik wilde het liever voor mezelf houden. Als het geweest is, zal ik het vertellen, maar nu had ik behoefte aan dit kleine 'geheimpje'.
Als we om twaalf uur bij het pannenkoekenhuis zijn zouden we ongetwijfeld snel honger krijgen. Zou ik brood meenemen? Drinken? In de ijskast stond nog een halve liter flesje water. Die kon wel in mijn rugzak. Misschein kon ik voor de zekerheid crackertjes meenemen. In de kast lag nog een pak liga, ik haalde er drie pakjes uit en stopte ook die in mijn tas. Wat voor kleren? Op de fiets is een sjaaltje geen overbodige luxe, maar als we daar op het terras gaan zitten....? Ik trok kleren aan waarvan ik een deel uit kon trekken zonder al te zeer op te vallen.
Drie kwartier gaat snel voorbij. Voor ik het wist was het half twaalf en tijd om te gaan. Zonder veel nadenken pakte ik mijn fiets en reed weg. Bij de bakker kwam ik Jesse tegen, die geen ochtendmens is. Of eigenlijk; iemand die vroeg wakker wordt, maar alles zo langzaam doet dat de ochtend al voorbij is als hij eindelijk op gang is. Suzanne kon daar heerlijk over vertellen. Nu ze niet meer samenwoonden waren de meeste ergernissen ankedotes geworden. Hoewel je toch merkte dat een aantal ervan nog steeds als een muur tussen hen in stond.
"Ga je doen?"
"Fietsen."
"Alleen?"
Jesse had Suzanne vaak verweten dat ze achterdochtig was, maar nu ze uit elkaar waren rees bij haar het vermoeden dat hij zelf achterdochtig was. Zoals hij zijn vragen stelde, kortaf, en met die blik erbij in zijn ogen, kon ik slechts hetzelfde vermoeden.
Net even te bits antwoordde ik:
"Mag het?"
Opeens de liefheid zelf liet Jesse me weten dat er natuurlijk absoluut geen bezwaar tegen was om alleen te gaan fietsen, hij was alleen geïnteresseerd, hoor. Maar zijn ogen verrieden iets anders. Weer op zijn eerste toon zei hij 'dag' en liep weg zonder om te kijken. Met forse (kwade?) stappen. Voelde hij het? Straalde ik het uit? Ik voelde me schuldig dat ik niet had gezegd dat ik met Ellen af had gesproken. Met mamma. Ik zou niet eens weten hoe ik haar zou moeten noemen tegenover hem. Wat ik ook zou zeggen hij zou zowiezo kritiek hebben. Als ik 'mamma' zou zeggen, zou hij antwoordden dat dat een nogal overdreven benaming zou zijn voor 'dat mens'. Maar als ik het over 'Ellen' zou hebben, zou hij me aankijken of hij niet wist wie dat was. Nee, ik was blij dat ik mijn mond had gehouden.
Op dat moment leek het of iedereen tegelijk uit de bakkerswinkel was weggegaan, er stond welgeteld niemand. In een opwelling zette ik mijn fiets neer en kocht twee kaascroisantjes. Nu snel doorfietsen.


(wordt vervolgd)

Mariken

vrijdag 15 juni 2012

't Ongekend - XVIII

(vervolg)

** vrijdagavond **

"Joh, het heeft je nogal aangegrepen, zeg."
"Ja, sorry hoor", zei ik snikkend.
"Nou, dat geeft toch niet?"
Het was even stil.
"Zullen we nog even blijven? Wil je wat drinken?"
Het klonk bijzonder uitnodigend en ik wilde op dit moment ook liever nog niet naar huis gaan. Overgeleverd aan verdriet en onzekerheid. De film leek in zoveel aspecten op mijn eigen leven. De situatie op zich was totaal anders, maar mensen die elkaar zo na staan en elkaar toch jaren niet zien. Normaal gesproken haalde ik mijn schouders erbij op. Besefte nauwelijks dat zoiets ook mij betrof. Als ik van een ander hoorde dat die weinig contact had met een ouder, broer of zus dan vond ik dat maar vreemd, terwijl ik hetzelfde had.

In een hoekje was nog een tafel met drie vrije stoelen, genoeg voor ons dus.
"Wat wil je drinken?"
"Thee, graag."
Het snikken was gelukkig minder geworden. Ik had wel dringend behoefte aan een zakdoek of iets om mijn neus te zijn. Maar als ik nu opstond om naar het toilet te gaan waren we ons plekje wellicht weer kwijt, er kwamen nog een aantal mensen uit de zaal vandaan en het was al moeilijk genoeg om de stoel voor josé vrij te houden. Het zou nog even duren voor ze terug was, het was behoorlijk druk bij de bar. Ik voelde in mijn jaszak, bij mezelf wist ik het maar nooit. En zowaar, er zat een pakje met twee mini-zakdoekjes in. Niet ideaal bij een stevige verkoudheid, maar in dit geval een prima uitkomst.
"Zo, gelukt, wat een drukte zeg. Ik heb nog wat te smikkelen meegenomen, ik hoop dat je er van houdt."
Ze zette een grote bak nacho's en een bakje saus neer. Een lekker pittig sausje.
"Heerlijk!"
"Tja, het past niet echt bij thee, maar dat moet niet uit mogen maken."
"Krijg je hier nou niet binnen de kortste keren last van de rook?"
"Nee, hier is de afvoer van de rooklucht goed geregeld. En het raam staat daar open, dus dat trekt een hoop aan. En daarbij, als het niet meer gaat geef ik wel een kik hoor, dan zijn er nog genoeg alternatieven als we niet uitgepraat mochten zijn."
Even was er weer zo'n stilte die heerst tussen twee mensen die niet goed weten wat ze tegen elkaar moeten zeggen.
"En, als ik eerlijk ben, het wordt ook erger als ik me niet helemaal op mijn gemak voel. Het is niet alleen lichamelijk. Ik bedoel, als ik gespannen ben is het erger."
"Grappig. Of nee, sorry, het is natuurlijk helemaal niet grappig."
Maar José lachte al.
"Ja en nee. Ik begrijp wat je bedoelt."
Gedurende een minuut of tien zaten we allebei stil van de nacho's te genieten. Ik liet de film nog eens door mijn herinnering gaan. Dat je zoveel van elkaar kon houden en toch zes jaar geen contact zocht. Pure koppigheid.
Ik schrok van mijn veroordeling. Betekende het niet dat ik zelf ook koppig was? Over Jesse wist ik dat altijd zo goed te zeggen, maar over mezelf. Eigenlijk wist ik heel goed van mezelf dat ik ook een grote mate van koppigheid had, maar ik had toch moeite gedaan? Via oma. Hoe had ik het dan moeten doen? En daarbij; het kon toch niet alleen maar van onze kant komen. Hoeveel moeite had mijn vader nou gedaan? Niets, nul komma nul. Via oma kreeg ik nog wel eens de groeten van Chrissie, maar mijn vader? Nee, nooit had oma ook maar iets over hem gezegd. Hoe had ze tegenover mij kunnen zwijgen over haar eigen zoon? Uit alle macht probeerde ik weer aan het stel uit de film te denken, maar mijn eigen verleden drong zich in alle hevigheid aan me op.
José doorbrak de stilte.
"Wat ik niet kan begrijpen, is dat mensen die zoveel van elkaar houden, elkaar zoveel pijn kunnen doen. En zichzelf. Dat je gewoon zes jaar door leeft zonder ook maar het minste te doen. En hoe dicht leefden ze niet bij elkaar in de buurt. Ik heb wel mensen die ik lang niet zie, maar dat zijn mensen, nou ja, die ik niet zo innig liefheb als deze mensen elkaar."
"Misschien komt het wel omdat ze elkaar juist zo innig liefhebben," filosofeerde ik. En opeens leek het of alles duidelijk werd. Woorden kon ik er nog niet voor vinden, maar het was alsof er iets van me af viel, of de schellen voor mijn ogen wegvielen.
"Je bedoelt dat hoe meer mensen van elkaar houden, des te koppiger ze zijn als er iets tussen hen in is komen te staan?"
Het werd nu zo helder dat de tranen over mijn wangen stroomden. Waarom had ik dit nooit eerder begrepen? Waarom had ik zoveel pijn gehad, terwijl het allemaal zo simpel was? Nee, het was niet simpel, het was helemaal niet simpel.
José zei niets, vroeg niets, ze keek alleen maar naar me, met de blik die ik zo goed kende van Marits moeder. Het is de blik van iemand die begrip heeft. Een blik die zegt dat je mag praten, maar dat het ook goed is als je zwijgt. Maar hoe kon ze me begrijpen als ze de mensen die ze liefhad om zich heen had?
Alsof ze wist wat ik me afvroeg zei ze:
"Mijn vader is vier jaar geleden gestorven en ik mis hem nog elke dag van mijn leven. Mijn moeder zei vaak tegen ons dat we net Jut en Jul waren."
Vroeger, gisteren nog, als iemand tegen me zei dat een van zijn ouders was gestorven, dan dacht ik altijd dat ik begreep hoe dat voelde, mijn vader was voor mij in feite ook dood. Maar nu besefte ik voor het eerst dat het niet hetzelfde was. Dood is dood, en ik, als ik echt wilde kon ik naar hem toe gaan. In mijn achterhoofd zei altijd een stemmetje: 'je vader leeft nog, hoor". Ja, mijn vader leefde nog en ik wist niet eens hoe hij er nu uitzag, of hij veranderd was.
En Natasja en Chrissie... terwijl ik aan Chrissie dacht begonnen weer de tranen over mijn wangen te stromen, hoe had ik haar in de steek kunnen laten? Hoe moest dat voelen als je grote zus op een dag weg ging en nooit meer terug kwam? Dat je af en toe via je oma nog eens de groeten kreeg, maar dat was het.
"Ik heb mijn vader tien jaar niet gezien."
Het was eruit, het grote woord.
"En mijn zussen."
In mijn herinnering staarde José me letterlijk met open mond aan, in elk geval was ze stomverbaasd. De filmpersonages waren opeens aan haar tafel komen zitten. Twee mensen die ze niet begrepen had. En nu zat ik hier als een soort vertegenwoordiger van hoe zoiets kon gebeuren. Het huilen stopte abrupt en maakt plaats voor zelfverwijt. Hoe kon ik tien jaar zo makkelijk hebben geleefd? Nee, het was helemaal niet makkelijk.
"En je moeder?"
"Die woont in Frankrijk."
"Zie je haar nog wel?"
"Ik weet niet, ik geloof dat ik die ook al vrij lang niet meer gezien heb."
Ook een raar antwoord.
"Ze is een beetje wereldvreemd, ik heb haar niet zoveel te zeggen en zij mij niet. Misschien was de laatste keer, nee, ik weet het niet. Een aantal jaren geleden in elk geval, ik woonde nog in de Pijp, geloof ik. Ja, dat klopte, want we hadden het daarom nog uitgebreid over de Albert Cuyp. Ze kwam daar vroeger vaak en wist nog behoorlijk wat kramen en winkels daar."
"Wat raar joh, dat kan ik me nou echt niet voorstellen, dat je je eigen gezinsleden zo lang niet ziet."
"Alleen mijn broer zie ik nog, die woont ook in het hofje."
"Dat is toch die jongen met dat, tja, baardje kan ik het niet echt noemen."
We moesten lachen, een welkome afleiding.
José zuchtte.
"Maar hadden jullie ruzie dan met elkaar?"
"Ja, nee, er was een gat. Ik vind het moeilijk om uit te leggen. Mijn broer is weggelopen toen mijn ouders net gescheiden waren. Mijn vader had al een hele tijd een vriendin en mijn moeder was dat zo zat. Er was constant ruzie tussen mijn ouders, maar ook tussen mijn vader en Jesse, mijn broer dus. Vlak daarna is mijn vader met Inge getrouwd."
"Zijn vriendin?"
"Ja. Ach ze was niet onaardig, maar het is vreselijk om je moeder zo aan de kant gezet te zien worden. Niet dat zij nou een heilige was. Ze was absoluut geen moeder. Eigenlijk was ze vooral heel erg op zichzelf gericht. Ze was bijna twintig toen ze trouwde, ze moest wel, omdat ze zwanger was. Ze heeft accuut haar studie afgebroken en was vastbesloten zich helemaal op haar gezin te richten. Vier jaar na Jesse kwam mijn zus, Natasja, en een jaar later ik. Ze was toen 25. Drie jaar jonger dan ik nu en al drie kleine kinderen. Mijn vader werkte alleen maar, waarschijnlijk ging hij toen ook al geregeld vreemd. In die tijd hebben mijn ouders een huis aan de Amstel gekocht, bij Ouderkerk. De ouders van mijn moeder woonde daar in de buurt en mijn moeder vond dat een goede gelegenheid om haar studie weer op te pakken. Natasja en ik werden bij oma gedropt, Jesse zat op de kleuterschool en werd door de moeder van een vriendje gebracht en gehaald. Beetje belachelijk, toch?
"Nou ja, ik kan me het ook wel een beetje voorstellen, sorry."
Ik was even stil en dacht aan mijn moeder.
"Ja, vanuit haar kant bezien snapt ik het ook wel eigenlijk. Er is gewoon ergens iets fout gegaan en mijn ouders zijn allebei niet in staat geweest daar iets aan te doen. Misschien als ze niet zwanger was geworden hadden ze elkaar niet uitgekozen 'voor het leven'."
Het was weer even stil, we knabbelden op de laatste kruimetjes nacho.
"En heeft ze haar studie afgemaakt? Wat studeerde ze eigenlijk?"
"Antropologie, en ze heeft het inderdaad afgemaakt. Ze wist alles van alle volken, maar van de mensen in haar eigen omgeving snapte ze niet veel."
"Kan je je dat nog herinneren? Wanneer was ze klaar?"
"In de tijd dat ik net op de kleuterschool zat, ik weet nog dat we uit mochten delen omdat zij geslaagd was. Samen met Natasja. Er waren drie kleuterklassen, we deden eerst haar klas, toen die van mij en daarna de derde. Mijn moeder had er voor gezorgd dat er werkelijk voor alle kinderen een snoepje was. Terwijl je normaal alleen in je eigen klas uitdeelde, maar als mijn moeder iets deed dan deed ze het goed, te goed misschien soms."
Een diepe zucht ontsnapte me. Ja, ze deed dingen of niet, of zo goed dat je er moe van werd. Eigenlijk net als Natasja.
"Jij lijkt dan niet echt op je moeder, tenminste, ik heb niet het idee dat jij zo werkt."
"Nee, Natasja, mijn oudste zus, lijkt op haar. Ze zat het liefst niets te doen op de bank, maar als mijn vader thuis kwam was ze opeens ijverig bezig met de meest onzinnige huishoudelijke klusjes."
"Zoals?"
"Bestek poetsen!"
We keken elkaar even aan en José begon te lachen. Ik had het met zoveel vuur gezegd, terwijl het om zoiets onbenulligs ging. Ik vroeg me af waar ik me al die jaren toch druk over had lopen maken.
"Dat is wel vrij onbenullig", wist José er tussen het lachen uit te brengen.
Ik moest nu zelf ook ontzettend lachen. Ontlading van de spanning van de afgelopen dagen?
"Ik kan me niet herinneren dat ik wie dan ook ooit bestek heb zien poetsen. Wat vond je vader ervan?"
"Dat is misschien wel het meest absurde; hij zei tegen mijn zus vaak iets in de trant van 'nou, Natasja, jij wordt later vast een goede huisvrouw' en dan liep hij naar zijn werkkamertje en kwam er pas weer uit als we hem riepen voor het eten."
"Hij werkte thuis?"
"Ook. Hij werkte uit en thuis. Na het eten ging hij vaak ook nog even naar zijn kamertje."
"En de telefoonrekening?"
De tranen stroomden nu over mijn wangen van het lachen en ik kon met moeite de slok koud geworden thee binnen houden. Mijn vader werd opeens een totaal ander mens in mijn ogen. Een hoge kantoorpief die zich geen raad weet met zijn sexualiteit, of juist te veel... wie weet belde hij na kantoortijd nog even met zijn secretaresses. Het vreemde was dat hij daardoor opeens een gewoon mens voor me werd. Ik zag de andere man achter mijn eigen vader, zoals zijn collega's hem waarschijnlijk kenden. Tja, best wel een charmante man.
José's lachen ging over in een gaap. Ze hield haar hand snel voor haar mond en keek me een beetje schuldbewust aan.
"Oeps, dat is niet omdat jij me verveeld hoor, integendeel."
"Ik ben zelf ook niet al te wakker meer voel ik, we worden oud."
"Tsssss."
We stonden op en na enig gedrang waren we buiten. Het was een stuk frisser dan toen we hier heen wandelden. De tram richting mijn huis kwam net tot stilstand.
"Rennen, ik zie je maandag weer."
Als ik naar mijn spiegelbeeld in de ruit keek moest ik nog lachen om die gekke vraag van José; 'en de telefoonrekening?'. Omdat ik waarschijnlijk iets te hard grinnikte keek de menEer die voor me zat op een gegeven moment verstoord om, verbaasd dat er maar één persoon achter hem zat. Ik moest uitkijken dat ik hier niet in mijn eentje de slappe lach kreeg.



(wordt vervolgd)

Mariken

donderdag 14 juni 2012

Gevloerd

Al een paar dagen was mijn kind aan het hoesten. Eigenlijk had ik het al aan zien komen toen we het vakantieschema voor dit schooljaar kregen; een periode van ruim negen weken tot de grote vakantie. Dat heeft hij nog nooit volgehouden. Meestal zitten er zes weken tussen de vakanties, alleen aan het eind komt het niet uit. En deze keer was onze regio de eerste met de april-vakantie waardoor het extra lang werd.

Kortom, ziek thuis. Gisteravond - eindelijk - koorts. Eindelijk, want hij zat er al een paar dagen op te 'azen'. Een kindje uit zijn klas was ziek, vertelde hij met ogen vol verlangen. Mamma, heb ik koorts? Ben ik warm? Ik heb buikpijn. Dus toen hij gisteren inderdaad wat warm voelde en 38.2 bleek te hebben een blij gezichtje.

Vandaag was hij om zes uur al op. Of beter gezegd, om drie uur vannacht was hij bij me gekomen en om zes uur begon hij al te vragen of we nou eens naar beneden konden. Daar waar hij op schooldagen met moeite om acht uur uit bed komt.

Ze hebben het ook wel echt zwaar op school. Ik had het erover met een vriendin, die een kleinzoon heeft van een jaar of drie ouder. Zoveel huiswerk. En let wel, mijn kind is zes! In Frankrijk beginnen ze vanaf de eerste klas van de primaire met elke dag een beetje huiswerk. Een paar woordjes dictee of een bladzijde lezen uit het boek. Niet veel, maar als je bedenkt dat ze om kwart voor zes pas terug zijn met de bus, is het wellicht voor te stellen dat de tijd nogal eens wringt in de avond.

Daarbij moet ik als alleenstaande ouder ook nog zorgen dat hij - op tijd - eet en niet te laat naar bed gaan. Na terugkomst met de schoolbus gaan we meestal met de andere kindjes naar de speeltuin om even al de opgekropte energie kwijt te kunnen. Voor je thuis bent is het al snel zeven uur, moet je nog koken (gelukkig niet veel, vaak of ingewikkeld, want hij heet tussen de middag warm in de kantine) én het nog opeten. Meestal lukt het wel om het rond acht uur in bed te hebben. Voor hij echter in slaap is gevallen zijn we zo een half uur verder.

Van een bekende kreeg ik een mail over haar Grote Mensen Leven en ze schreef: "misschien wel omdat ik mijn best doe om alles zo 'volwassen mogelijk' te incasseren, beredeneren, terwijl het van binnen schreeuwt neeneeneenietnogmeer?". Wat ik niet alleen zélf zeer herkenbaar vond, maar ook voor mijn kind. Mogen we in deze wereld nog eens gewoon kind zijn? Gewoon genieten? Spelen, improviseren, dingen leren die er toe doen, zoals welke planten eetbaar zijn in de natuur, om maar wat te noemen.

Vanmiddag om een uur of drie was ik gevloerd. Mijn energiepeil is al niet hoog en een ziek kind maakt het niet beter. Er was al een nacht vol hoesten geweest, dan nog deze afgelopen nacht bij mij in bed, breekt toch even je slaap, en vroeg wakker. En zieke kindjes zijn gewoon wat hangerig en willen - terecht - aandacht. Hij leek me zelf ook wat aan de moeie kant, maar weigerde uiteraard in eerste instantie om naar bed te gaan. "Een half uur, ik zal de wekker zetten, want IK heb het even nodig." Ruim een uur later kon ik mezelf eindelijk uit bed hijsen, het alarm was al meerdere keren afgegaan (gaat om het kwartier opnieuw als je het niet uitzet). M'n kind lag volkomen stil = diep in slaap. Zelfs zonder te hoesten. Uiteindelijk kwam hij na vijf uur pas beneden. Twee uur geslapen, hij was er zelf verbaasd van.


Mariken

woensdag 13 juni 2012

Uit eigen tuin

Nadat ik aan mijn tuintje was begonnen - nogal minimaal, want ik heb nou eenmaal geen materieel en ook geen geld ervoor; een schep, twee achtergelaten gietertjes, en een klein schepje - keken sommigen hoofdschuddend. Hoe moest dat wat worden?

En ik ging ook nog AL in april zaden in de grond stoppen. En maar op een heel klein stukje van het geheel. Dat laatste vanwege het feit dat er een put is, waarvan het waterpeil vrij laag is. Je moet flink door je knieën om water eruit te halen. Een emmer met een touw zou een alternatief zijn, maar voorlopig vul ik de beide gietertjes, een pan die ik van iemand kreeg en die niet meer geschikt was voor de keuken en een emmertje van mijn kind. Drie keer met zo recht mogelijke rug door de knieën, alles volgieten en naast de put poseren. Daarna zo recht mogelijk opstaan en in het mini-tuintje gieten.

Enfin, volgens de wijsheden kan je zeker tomaten beter pas na 15 mei planten. Planten. Ik had ze gezaaid - en daarbij ook nog op de maanstand gelet (advies opgevolgd van een goede vriend die zelf alleen een paar tomatenplantjes in een venster heeft staan).

Tegen degenen die langsliepen en de wenkbrauwen fronsten en - aardig, dat zeker wel! - vroegen of het een beetje wilde groeien, zei ik dat ik al tevreden zou zijn met quatre tomates et trois haricots (vier tomaten en drie boontjes). Wat natuurlijk als een lopend vuurtje door het dorp ging, zodat een buurman (van de tuin) het glimlachend zei toen hij vroeg hoe het er voor stond.

En zowaar, afgelopen zondag had ik boontjes! Een paar dagen eerder had ik de eerste al zien zitten, maar nog even gewacht tot er meer waren. En zondag besloot ik dat zeven boontjes een goed moment was. Zeven peultjes. Vandaag met kind erheen en zowaar, weer nieuwe peultjes. Deze keer hadden we er acht, ieder vier (zondag was hij bij zijn vader).

Verder zitten er bloemetjes in de andere planten. Tomaten, andere bonensoort enneh, wat zou die plant kunnen zijn??? Oh, en daar komen rode bloemetjes! Nog een andere soort groente. Voor zover ik me herinner had ik drie (of toch vier?) soorten bonen, tomaten, augurkjes, courgettes en sla gezaaid. De sla is allemaal opgegeten door slakken. Een vriend gaf een paar 'nieuwe' plantjes van zijn teveel en ik heb een paar dagen later nieuwe gezaaid. Uiteraard weer rekening houdend met de maan.

In elk geval 15 peultjes! Dat neemt niemand ons meer af. En inmiddels heb ik van diverse kanten tomatenplantjes gekregen. De gezaaiden beginnen op te komen. Straks mogelijk vier of vijf verschillende soorten tomaten. Hoeveel per soort zullen we wel zien. Op de journée bio had ik nog een andere soort gekocht, met oranje, zoetige tomaten. Het was nog net gunstig met de maan volgens mijn boek, en nu, zo'n twee weken later, ziet de plant er prima uit.

Omdat ik liefst een terrein wil kopen, hutje erop bouwen - van het genre "onverklaarbaar bewoond" - en dan daar naast een tuin, doe ik nu volop inspiratie op. Het zal een terrein 'moeten' zijn dat enigszins schuin af loopt, zodat ik terrassen kan maken. En dan de peultjes aan de rand planten, zodat je er vanaf de lagere kant makkelijk bij kan en zodoende niet hoeft te bukken om ze te plukken. Tja, met dertig jaar rugklachten wordt je inventief in het vermijden van houdingen die te belastend zijn.

Wat andere tomatenplantjes die ik van een vriendin kreeg - een overschot van opgeschoten plantjes van vorig jaar - heb ik naast de voordeur van mijn huis gezet. Daar heb ik een smal richeltje langs de gevel waar ik planten kan zetten. Van een uit elkaar gehaalde kast heb ik een soort étagère gemaakt, daarbij potten op potten gestapeld, zodat ik een tuintje heb van drie verdiepingen.

Mariken

zaterdag 9 juni 2012

Hoedje

Gisteren verder gegaan met mijn hoedje. Naar aanleiding van een model dat we ooit bij de Tour-de-France toegeworpen kregen. Een beetje gekeken op internet naar tips, dat ook nog wel. Maar ja, hoe maak je een grote cirkel uit een broekspijp? Dus maar een beetje aangerommeld, geheel volgens Mijn Stijl ("waarom makkelijk doen als het moeilijk kan). En zowaar; het werd langzaam maar zeker een hoedje. Een uniek exemplaar.



En als ik besluit 'm nooit te dragen, kan hij altijd nog in de pretex die ik van een vriendin kreeg. Dat was eigenlijk de bedoeling van de eerder gebreide bijstandstruitjes, maar ik vond ze te leuk om ze erin te dopen.

Mariken

vrijdag 8 juni 2012

Oncreatief

Na het maken van het prototype was ik begonnen aan een tweede rok. Dat wil zeggen; ik had de stoffen klaar liggen: een zwarte jeans-soort en een zwart/witte omslagrok die volkomen ongeschikt is in deze contreien. Vanwege de wind. Het is me eens gebeurd dat een omslagrok (ik heb er meerdere) geheel en al omhoog waaide, waardoor ik niets meer zag. Wat tevens bewijst dat je altijd moet zorgen een degelijke onderbroek aan te hebben...

Dapper begon ik in de jeans te knippen. Wijzer geworden door het prototype. Maar dit was een ander model, dus de ervaring hielp maar deels. Nu wist ik ook weer waarom deze in de kast was beland; zelfs afgeknipt bleef er een enorm gat bij mijn rug zitten. Ik heb een holle rug. Of een slechte houding, net hoe je het bekijkt. Maar met veel confectie kleding krijg je een soort brievenbus van achteren. Behalve dat het niet echt mooi is, bezorgt het ook kou op de onderrug.

Goed, dan de delen maar van elkaar knippen? Ja, hup, schaar erin. En dan? Jeans weer aan elkaar zetten, zonder gootje? Een stukje van de rok er tussen zetten? Nee, dat trekt teveel aan die stof = vrij licht. Een stukje van de pijp? En als ik nou iets verzin dat het een beetje elastisch wordt aan de bovenkant. Met het prototype had ik ruzie met het bedenken van een sluiting. Vind het niet echt mooi geworden. Je ziet het van buiten niet, maar het is een beetje op het randje, met de gesp aan de buitenkant en - verstopt - een knoopje en een drukkertje - ergens.

Op zoek naar ideeën even speuren op het internet. Helaas, ik viel op een plaatje van een jurk, die in meerdere blogs voorkwam. En ik kon niet meer ophouden. Er stond nog veel meer leuks op al die blogs. Hoe kon ik daar ooit allemaal tijd en stof voor vinden? Vooral nu er zich een kijk-verslaving begon aan te dienen.

Wellicht dat dit weekend wat concreets brengt. Het is vader-weekend en ik heb geen plannen. En daarmee feitelijk geen (goede) excuses om dan (niet) tenminste aan die tweede samengestelde rok te beginnen... Natuurlijk moet de hond er af en toe uit. En moeten de plantjes water krijgen. Dat is dan voor de momenten dat ik even niet meer het verschil zie tussen links en rechts, boven en onder. Om het risico op een foutje te verminderen.

Hoewel ik me ook voorgenomen heb vandaag bij een supermarkt langs te gaan (in het stadje van Franse les) want ze hadden een vaderdag-aanbieding: vier gereedschappen die ik goed kan gebruiken (ik ben tenslotte tevens de vader in huis), voor een bedrag dat ik wel kan missen. Kan ik eindelijk een beetje zagen en boren in het hout dat ik hier heb liggen.

Help! Ik heb een kloon nodig.

Mariken

maandag 4 juni 2012

Yoghurtkaas

"Mamma, wat is dat? Wat doe je nu!?"

Een verbaasd kind, want mamma legt een theedoek over de beslagkom en giet er een beetje kokend water over.

"Ik maak kaas."

"Kaas?"
"Een soort kaas, een beetje zoals fromage frais. Wat ik pas ook had gemaakt, maar je vond het niet zo lekker, want er zat knoflook in."
"Maar waarom heb je dan een doek?"
"Kijk, daar gooi ik de yoghurt in die ik gemaakt heb en dan morgenochtend is het water uit de yoghurt in de kom - dat heb je laatst een keer gedronken - en in de doek zit dan een soort kaas. Daar kan ik knoflook of ananas door heen doen. Of niks. Ik zal het je morgen laten proeven zonder iets."
Nog vol verbazing volgt mijn kind de yoghurt die ik in de doek gooi. Grote ogen, tot hij de lepel ziet die ik gebruik om de yoghurt erin te scheppen.
"Wow, wat een mooie lepel!"
Het is een chinese lepel, grotere versie, en hij heeft ze kennelijk nog nooit gezien, want ze zitten al die tijd al in de bestekla in twee maten. Kwestie van tijd tot hij daar zijn 'honingpops' of muesli mee gaat eten. En dan maar hopen dat ze niet vallen op de carrelage hier, want vermoedelijk zijn ze dat direct gebroken. Terwijl ik net (her)ontdekt heb hoe handig ze zijn.

De volgende ochtend is de doek al uitgespoeld als hij beneden komt en hij vraagt direct waar de yoghurtkaas nou is. Ik pak de vergiet met de klodder kaas uit de ijskast en hij neemt heel voorzichtig een proefje.
"Mmm, lekker."
"Dus ik moet een stukje voor je bewaren zonder knoflook enzo?"
"Hm, nou, het smaakt wél een beetje raar."
Het was deze keer ook wat zuurder, omdat de yoghurt al zuurder was. Bij nazoeken op internet weet ik ook waarom: hoe langer in de machine, hoe zuurder én dikker. Voordeel is dat de kaas hiermee - juist - prima lukt.

Heerlijk dat experimenteren met eten.

Straks even chocola kopen. Er liggen drie overrijpe bananen met inktzwarte schil in de fruitschaal. Nog wat room erbij en melk. Drie, vier keer mixen en telkens een uurtje of anderhalf laten opstijven in de vriezer. En heerlijk zelfgemaakt ijs. Mijn kind heeft liever pistache-ijs uit een gewone bak. Mag. Hij vindt genoeg dingen lekker uit mamma's experimentele keuken.

Mariken

't Ongekend - XVII

(vervolg)


"Emma!"
Het was waar ook, buiten zat iemand op mij te wachten om naar een film te gaan, die ik helemaal niet meer wilde zien.
"Jo!"
"Heb je niet toevallig de krant met de filmlijst?"
"Ik zal even zoeken."
Er was weinig van kranten-lezen gekomen de laatste dagen, ze lagen in elk geval niet bij mij. Ik liep terug naar buiten. Sammie was niet in mijn huis.
"Nee, ik heb geen kranten liggen van de afgelopen dagen."
"Volgens mij zag ik Jesse er mee lopen, je hebt toch zijn sleutel. José vertelde me dat jullie zo naar Kriterion gaan."
"Ja, klopt."
"Ik kan je verzekeren dat het een hele mooie film is, ik zal niet alles vertellen, maar om jullie een beetje in de stemming brengen..."
Als Monique vertelde dan zag je de beelden voor je. Je kon je voorstellen hoe de kleutertjes in haar klas om haar stoel gekluisterd zaten als ze voorlas.
".... maar meer vertel ik niet, anders hoef je bijna niet te gaan."
"Ik zoek snel die krant bij Jess."
Jesse was niet thuis. Ongetwijfeld zat hij ergens in een kroegje met zijn vrienden. Het was een bende in zijn huiskamer. Aan de slaapkamer waagde ik me in eerste instantie maar niet, tot ik een doffe klap hoorde en een gesmoorde kreet, die verdacht veel op die van Sammie leek. Jawel, hij zat opgesloten in de slaapkamer van Jesse, hoelang al? Het kon zijn dat het kort geleden was gebeurd, want Jesse kwam tussendoor nog wel eens thuis om iets te halen.
TRRRING
Opnemen? Of laten gaan? Hij had een antwoordapparaat, dus waarom zou ik?
TRRRING
Dwingend zo'n telefoon. Waar zou die krant kunnen liggen?
TRRRING
Hoeveel keer voordat het antwoordapparaat werd ingeschakeld? Dit was te erg.
TRRRING
Nu niet nog een keer overgaan, want ik beheers me niet.
TRRR - klik - een hoop herrie die voor muziek moest doorgaan - klik - BERICHTEN VOOR JESSE ZIJN WELKOM!
Die aan de andere kant van de hoorn moest inmiddels doof zijn.
TuuuuuT
"Hallo Jesse."
Het ging door merg en been.
"Met Chris. Even over die afspraak van aanstaande vrijdag. Heb je Emma nog gesproken?"
Ik knikte 'ja' naar het toestel.
"Als het goed loopt met de bus ben ik om tien over half zes bij jullie, anders"
KLIK
Jesse had zijn antwoordapparaat niet erg vriendelijk ingesteld, je kon nauwelijks wat inspreken. Normaal gesproken zou ik daar wel om kunnen lachen, maar nu werd ik boos, vanwege Chrissie. Zo makkelijk kon het niet zijn om je broer te bellen die je vijftien jaar niet hebt gezien en dan krijg je ook nog zo'n idioot antwoordapparaat.
TRRRING
TRRRING
TRRRING
TRRRING
TRRR - klik - weer die a muzikale herrie - klik - BERICHTEN VOOR JESSE ZIJN WELKOM!
TuuuuuT
De zenuwen gierden door mijn lijf. Zou Chrissie dat 'anders' nu gaan aanvullen?
"Hallo Jesse, hier Alfred...."
Ik was zo teleurgesteld dat ik even vergat wat ik hier kwam doen. Chrissie zou om tien over half zes hier zijn. Dat betekende dat ik, als ik vanuit mijn werk meteen naar huis zou gaan, een half uurtje had om even te douchen of wat dan ook. En hoe hadden ze het gedacht met eten? Jesse had ongetwijfeld niet veel bedacht. Of toch? Ik onderschatte hem wel vaker op dit punt. Zien maar. Nu die krant. De benodigde krant van deze week bleek niet bij Jesse te liggen, maar gelukkig wel die van een week eerder. Dezelfde film, dus de tijd zou wel kloppen. Ik belde direct op om twee kaartjes te bestellen en ontvluchtte daarna snel mijn broeders puinhoop.
"Willen er van jullie nog mensen mee? Ik heb net twee kaartjes besteld, maar misschien is het te weinig."
Vier mensen schudden hun hoofd.
"Heb je besteld? Wat goed, hoe laat is het?"
"Nu? Of de film?"
"Allebei graag!" José schoot in de lach.
"Acht uur", antwoordde Monique.
Makkelijk toch altijd als anderen een horloge hebben.
"Het begint om kwart over negen. We moeten er een half uur van tevoren zijn om de kaartjes te betalen, dus we hebben nog drie kwartier om er te komen en even iets voedzaams naar binnen te werken. Hoe wilde je er heen gaan, met de tram of te voet? Mijn fiets is niet geschikt voor twee personen."
"Jullie kunnen mijn fiets wel lenen. Die heb ik vanavond niet nodig."
"Nee, dan kje, ik vind het wel een goed idee om te gaan lopen. Dan kan ik na de film daar de tram pakken naar huis, anders moet ik eerst weer hierheen terug."
"Oké. Dan doen we onderweg een frietje. Of wil je liever iets gezonds?"
"Nee, we gaan vandaag voor het frietjes, met nog een lekkere vieze kroket erbij."
Wat is het toch altijd prettig om het over zoiets snel eens te zijn. Het opgeheven vingertje van Monique kon ons niet meer van ons idee af helpen.
"Byo."
José stak haar arm door de mijne en met een stevige pas wandelden we naar de eerste de beste junkfood-keten die we onderweg tegen konden komen. Ouderwets gezellig om zo door Amsterdam te lopen. Zo liepen Marit en ik vroeger. Iets onzekerder, omdat we niet altijd wisten welke richting we op moesten, maar toch.

(wordt vervolgd)

Mariken

zaterdag 2 juni 2012

Rocquefort ?

De afgelopen paar dagen was ik bezig met een wellicht ietwat vreemde creatie, namelijk een rok, samengesteld uit drie (licht) versleten broeken. Het oorspronkelijke plan was een kledingstuk - half broek, half rok - die ik al lange tijd wil uitvinden. Gebaseerd op een dergelijk model dat gedragen werd door een vriendin. Dat was echter zo'n 25 jaar geleden, dus de herinneringen zijn vrij vaag.

Daarbij vroeg ik me af of er wel genoeg bruikbare stof zou zijn. Beide linnen zomerbroeken waren versleten tussen de dijen. Het waren dan ook geen dure broeken van super-kwaliteit, maar gewoon lekker zittende modellen voor een seizoen of twee.

Omdat ik kort geleden een spijkerbroek met een stukke rits had, waar toch al enige slijtage was, besloot ik die ook op te offeren aan dit project. Daarvan knipte ik het bovendeel af, net onder de zakken. In plaats van een rok, strak om het middel, koos ik er voor een heupdrager te maken. Dat kwam ook beter uit met de lengte van de linnen broeken.

Ergens vond ik nog een ceintuur die van een jurk of iets dergelijks kwam, een ander leuk object om te gebruiken. Al werkend en proberend kwam er langzaam maar zeker een rok tevoorschijn. Mijn kind maakte een paar foto's en bij het opslaan noemde ik de ene "rok voor", waarop mijn kind lachend vroeg: "wat? rocquefort?"


Bref, hierbij de rok van voren en van achteren. Kwaliteitsfoto's behoren - voorlopig - tot het verleden, maar het zal op de foto's duidelijk genoeg zijn dat het niet direct een standaardmodel betreft...

Mariken